
Zoo wreed als de liefde voor de wederspannigen is,
zoo minzaam is zy voor die haar gehoorzaamen; dit
wist de leermeester der Liefde wel wanneer hy
,,zeide: dat hy liever wilde wyken als door tegen-
,,streeven het vuur ontsteeken; dat de last die men
,,gewillig droeg ligt viel, dat een toorts door het slingeren
,,heviger brande, dat de ossen die onwillig voor de ploeg
,,zyn, meer geslaagen worden, dat een Paard, 't geen na den
,,toom niet wil luisteren naawer in toom word gehouden;
,,dat de Liefde de wederspannigen ook veel wreeder dan de
,,gehoorzaamen handeld, en dat hy zig zelve gewillig aan de
,,Liefde overgaf. Amor: lib: 2. eleg: 2.
Daarom doet hy Phaedra ook schryven:
,,Tibullus zegt dat hy zyne voeten gaarne tot de boeyen gaf
lib. 1. eleg: 7.
Propertius, schryft aan Gallus, hoe hy zig ootmoediger in de
,,Liefde droeg, hoe hy meer genot van haar te wagten had.
Dan mag men wel met Francius zeggen dat de Liefde zoo
wel de wonde heelt als zy ze geeft.
't Geen by na de eige gedagten van Guarini geweest zyn als
hy zegt
Mogelyk heeft Mademoiselle des jardins ook deeze gedagten
gehad wanneer zy Omphale tegens Manlius doet zeggen. act.
1, sc: 5.
En alle die de Liefde in die staat van gehoorzaamheid hebben
beproeft zullen wel met
Secundus
uitroepen lib: 1 eleg: 3. dat
,,het veel is in een schoone gevankenis geslooten te worden,
,,en door gulde boeyen geboeit.
Ja schoon zy al weder in vryheid raaken, zoeken zy haare
boeyen, van 't zelf weder, en zeggen.
Zie hier de vertaaling door K: Boon.
Derhalven mag men wel met Boursault zingen Meleagre act:
4. sc: 4.