
D.
Heinzius
heeft dit zinnebeeld voorheenen al met
korte woorden verbeelt, wanneer hy zegt: dat
,,hy gints en weder word gedreeven, en dat Ve-
,,nus zelf aan 't roer van 't schip zit:
Mlle des Jardins zegt het wat verstaanbaarder, in haaren Man-
lius act: 1. sc: 2.
Ovidius zegt het zelve in zyn Rem: Amor: v. 105.
Pluimer roept uit, in zyn Hero en Leander:
Wanneer men de Liefde begint te verneemen, en haar tragt
te ontwyken, zyn wy gemeenelyk van haar reets overwon-
ne. Dit getuigt
D. Heinsius
ergens:
En wytloopiger Thomiris by Quinault. Mort de Cyrus Act. 1. scen: 1.
Zelf tragt men, wanneer men de Liefde gevoelt, om haar,
zoo het schynt, meer tyd te geeven van ons hart te verove-
ren, het voor ons zelve te verbergen, dus zegt Stratonise by
den zelven Quinault:
H: Grotius by na het zelve:
En Orestes by Racine, dat hy zig zelf had bedrogen.
Wytloopiger spreekt Elise by Quinault, Astrate act: 2. sc. 3.
Dus weet de Liefde onder alle schyn, 't zy vrindschap, agting,
pligt en anderen, ons hart in teneemen. zelf van haat, gelyk
K. Boon
heelwel in 3. toon: 4. Bedr. van zyne Mirrha gezegt
heeft.
Dog wel boven al weet de Liefde onder een kinderlyke on-
noozelheid in het hart te sluipen; waar van ik, veele andere
voor by gaande, enkel zal aanhaalen het geene Amintas by
Tasso van zig zelve getuigt, om dat het wel het fraaiste is, 't geen
ik ooit hier over heb geleezen: waarlyk deeze woorden schy-
nen veel eer door de Liefde zelf, als door Tasso, Amintas in de
mond gegeeven te zyn. Zie hier wat hy tegen Tirsis zegt. Att. 1. Sc. 2.
't Is nog wel de pyne waardig hier aan te merken dat Tasso
voor het eerste beginzel van de Liefde stelt, die onbe-
kende begeerte om by ymand te zyn, en ymand te zien; van
dit gevoelen is ook le Boulanger geweest in het 1. en 2. lit van
zyne Reflections sur l'Amour. ymand die het ondervonden heeft
kan weeten of het waar is, en die het niet heeft ondervon-
den, kan'er zig, indien het hem mogt overkomen, van bedie-
nen, om de Liefde te ontvlugten.