
Men vind dit zelve Zinnebeeld by den Ridder
J.
Cats
, met by na dezelve uitlegging, en wel mo-
gelyk by anderen meer, vermits van alle tyden
bekent genoeg is geweest, hoe veel vermogen
de hoop in de Liefde had, en dat zy zig ook als
rook verheft en wederom verdwynt. Myn voorneemen is
niet hier van de hoop in 't gemeen te schryven, dit heeft de
la Chambre in zyn Characteres des passions wytloopig genoeg ge-
daan: enkel is myn oogwit hier te spreeken hoe veel zy in
de Liefde vermag. ,,Hier van zegt le Boulanger in zyn Morale
,,Galante: Wat de hoop belangt, zy is het niet alleen met de
,,Liefde eens gelyk alle de voorgaande Harts-togten, maar
,,zy is de Zetel waar op de Liefde zig met de grootste glans
,,en Heerlykheid vertoont, en waar van zy haar zekerste
,,pylen schiet, om dat zy haar de aangenaamste weet te
,,verschaffen. Het is door deze Harts-togt dat zy haare
,,heerlykste onderneemingen ten einde brengt, en het geen
,,sy verovert heeft behoud: in der daad daar is niets 't geen
,,een Minnaar sterker aan de Liefde bind, als de hoop. Zy is
,,zoo zorgvuldig om haar' boeyen niet te breken dat zy zig on-
,,ophoudelyk met duizend zoetigheden vleit, en zy is zoo loos
,,om de Liefde dienst te doen, dat zy een ongelukkig Min-
,,naar zelfs met de allergrofste leugenen weet te vleyen,
,,zelfs zoo ver, dat hy zig hier door, tegens alle waarschyne-
,,lykheid aan, laatende misleiden, een waare troost in zyn
,,grootste rampen daar uit kan trekken. Dit doet hem ver-
,,rukt van blydschap, daar zy hem dikwils genoeg in brengt,
,,zeggen.
,,En het is zulk een vaste waarheid, dat de hoop de troost
,,van ellendige Minnaaren is, en dat zy door haare gestadi-
,,ge tover-zangen die Liefde na haar begeerte onderhoud,
,,dat het menigmaal gebeurt, dat zy alleen een wederspan-
,,nig hart weet te boven te komen, en onder de Liefde te
,,brengen: dit doet haar gestadig zeggen tegens een Min-
,,naar die van zyn beminde verstooten word.
,,Dus is het dat de hoop altyd de Liefde helpt, en dat zy zelf
,,in Liefde verandert; zoo veel nut weet zy haar in haare
,,onderneemingen aan te brengen. Door deeze voorgaande
woorden heeft le Boulanger genoeg aangehaalt het geene van de
hoop in de Liefde kan gezegt worden; met het begin van zy-
ne rede komt over een de beschryving, die ons la Chambre in
zyn voornoemde tractaat, van de hoop geeft; ‘,,De hoop,
,,zegt hy, is een beweeging van de begeerte, waar door zig
,,de Ziel, in verwagting van het goed dat zy betragt, sterk
,,en hart maakt, om de moeyelykheden, die haar daar in
,,kunnen voorkomen te wederstaan: Francisco Barbarino in
zyn Documenti d'Amore, Parte Sesta, de hoop beschryvende
zegt.
,,Zie hier, zegt hy, de hoop, die onze smarten vermindert
,,en verzagt, die ons versterkt, en dus van de dood als tot
,,het leeven leid. Zie hier hoe voorzigtig de Liefde is ge-
,,weest, die wel zag dat zonder de hoop niets kon bestaan:
op deeze voet zei le Pays dat de hoop hem in 't leeven hield
wanneer hy om het afzyn van zyn Silvia stierf: zie hier zyn
Sonnet.
Ik heb het dus overgezet.
Wat het laatste van le Boulangers rede belangt, hoe de hoop
ons weet te vleyen; hier mede komt over een de beschryving
van de hoop, die men vind in le Tableau des passions humaines, dat
zy is een droom, die zig vertoont aan die geenen die waa-
ken: en deeze droom is zoo zoet in de Liefde dat men waar-
lyk zou kunnen twyffelen welk zoeter was de hoop of het
bezit; de la Chambre moet mee niet vremt van dit gevoelen
geweest zyn wanneer hy zegt in zyn characteres des passions.
,,Die geene die alles wat hy had weg gaf en niets voor zig
,,zelve overhield als de hoop, deed zoo kwaad een verdeeling
,,voor zig zelve niet als men zig wel zou kunnen inbeelden:
,,hy nam voor zig zelve 't geen het zoetste in dit leeven is,
,,hy verkooz een goed 't geen het langste kan duuren: in
,,een woord men mag zeggen dat hy voor zig zelve alles
,,had, 't geen hy niet had, en dat hy zig in der daad als
,,een Koning had bedeelt. Waarlyk, vervolgt hy, gelyk
,,wy geen ander gevoelen kunnen hebben van goed dan van
,,het geen wy bezitten en het geen wy verhoopen, is het
,,zeker dat het bezit hier op de waereld geen volmaakt ge-
,,noegen geeft, vermits zy de Ziel als dronke maakt en de
,,kennis beneemt van het goed waar van zy Meester is, dat
,,zy de natuur van het zelve bederft, en het terstond doet
,,walgen: maar de hoop, die het verstand opwekt en doorzig-
,,tiger maakt, vertoont ons het goed zoodanig als het is, doet
,,het in zyn volle schoonheid zien, en weet'er ons een veel
,,kieszer smaak als het bezit van te geeven: want zy is zoo
,,listig dat zy het weet te scheiden, van al de rampen die 'er
,,mee vermengt zyn, dat zy het weet te zuiveren van al de
,,gebreeken die het verzellen: en gelyk men kan zeggen dat
,,zy ons dan de Bloem van het schoone in de Ziel stort, kan
,,men ook zeggen dat de vreugd die wy daar door gevoelen
,,de Bloem van 't vermaak is en het zuiverste zoet van de
,,wellust. Men mag hier nog zyne eige woorden wel by
,,voegen, en vraagen: of het dan te verwonderen is, dat
,,wy haar zoo zoet en aangenaam vinden, en dat wy haar in
,,alle onze voorneemens en al ons doen mengen. Geenzints,
,,en met rede zegt Cloris in de Past: in fid: att: I. Sc: 3.
Geen wonder dan dat Phillis aan Demophoon by Ovidius schryft.
En een weinig verder.
By Quinâult, zegt Antiochus: Stratonic: act: 2. Sc: 7.
En in de Penelope van de la Fontaine zegt Iphise, wanneer Argi-
ne haar haare dwaaling tragte voor oogen te stellen: act: 2.
Sc: 1.
By Corneille Othon act: 2. Sc: 1. verhaalt Flavia aan Plautina hoe
Otho Camille met een rede die beter een Hoveling als Minnaar
voegde onderhield en daar zy weinig voor haar liefde uit te
wagten had, en voegt'er by:
Om dat de vertaaler, myns oordeels, de zin van de vier laat-
ste regels niet wel verstaan heeft, en in dezelve de meeste
fraaiheid tot deeze stoffe steekt, moet ik den leezer zeggen dat
zy, na myne overzetting, beteekenen: en wanneer de bedroef-
de Otho, door de schrik die hy had van zig zoo te moeten intoomen,
zomtyds gedwonge was een ongeveinsde zugt te laaten slippen, Schreef
zy (Camille) door de begeerte die zy had om over zyn hart te heer-
schen die zugten van droefheid aan de Liefde toe: In het derde be-
dryf, eerste tooneel, van 't zelve stuk zegt Camille zelf.
In het eerst aangehaalde tooneel, betuigt Plautine genoeg dat
de hoop haar het zoetste was met deeze woorden.
Dezelve Corneille doet Justine tegens haar Vader zeggen in zy-
ne Pulcherie, act: 2. Sc: 1.
En in zyne Cid. act: 2. Sc: 5. zegt d'Infante dat zy in weêrwil
van haar zelve hoopt, mais malgre moy j'espere. Dog gelyk de
hoop oneindig is, zou het ook een oneindig werk zyn aan te
haalen op hoe veelerhande manieren de hoop een Minnaar weet
te vleyen; 'k weet zelf niet of ymand die waarlyk verlieft is
geweest, en het ondervonden heeft wel bekwaam zou zyn
om het uit te drukken. Dit bovenstaande kan hier van een ge-
noegzaame schetz verstrekken, en dat ik niet buiten rede in
een van myne Harders-Zangen gezegt heb.
't Is waar, zommige zouden dit wel schynen te wederspreeken,
en staande te houden dat de Liefde zonder hoop bestaan kan,
wanneer zy zeggen dat men hoopeloos kan beminnen, gelyk
la Calprenede in zyn Faramond, Part: 1. Liv: 3. alwaar hy op
het schild van Constance zet.
Kat. de Mellinga heeft het dus vertaalt:
Maar la Calprenede heeft, gelyk hy zelf in 't vervolg schynt te
kennen te geeven, dit meer gedaan, om de
dubbelzinnigheid
van de naam Constance en het franze woord, 't geen Standva-
stigheid beduit, als wel om dit staande te houden; ja hy schynt
meer van myn gevoelen te weezen vermits hy dit de stand-
vastigheid alleen toeschryft: wat anderen nu belangt, die het
zouden willen tegen spreeken, kunnen genoegzaam en door
de ondervinding en door de rede overtuigt worden: want
om te komen tot de beschryving van de Liefde die ik hier
voor uit la Chambre heb gegeeven, dat zy is een beweeging van
de begeerte tot het goede en schoone, is het ligt te begrypen dat de
begeerte tot het goede en schoone niet kan bewogen worden,
ten zy men by zig zelve vast stelt dat men die zou kunnen be-
komen, en dat, na dat die hoop groot of klein is die bewee-
ging ook zwakker of heviger word: dus heeft D: Heinsius de
hoop in de Liefde niet kwaalyk by den steen van Sysyphus ge-
leken.
Namentlyk om dat zy zig dan verheft en dan weer daald en
dus de Ziel gestadig afmat: maar niet tegenstaande alle dee-
ze redeneringen wil ik egter wel vrymoedig bekennen, dat,
gelyk de Liefde, als ik hier voorgezegt heb, onbegrypelyk
is, zy ook in dit geval zomtyds wel zaaken uitwerkt, die ons
begrip overtreffen en daar de rede voor stil moet staan: hoe-
wel aan de andere zyde ook waar is, dat, gelyk hier in 't be-
gin uit le Boulanger is gezegt, de hoop zoo loos is om ons te
kittelen, dat wy zelf hoopen zonder dat wy het weeten, ja,
dat, gelyk ik hier voor op het tweede Zinnebeeld heb aan-
gehaald, uit de wanhoop zelf onze hoop spruit: dus doet Cor-
neille Berenice zeggen, act: 3. Sc: 3. ,,dat zy geen hoop meer
,,tot Titus had, en evenwel geen afstand van hem deed.
Ook is het zeker dat de meeste van myn gevoelen zyn geweest:
dezelve Corneille zegt in zyne Cid. act: 1. Sc: 3.
In de Ariane van T. Corneille Act: 1. Sc: 1. zegt Enarus:
In de Stratonice van Quinault act: 1. Sc: 4. zegt Seleucus wat
wytloopiger, dog zeer zoet.
Derhalven besluit
F. van Hessel
heel wel in zyn Otia Hagana
Eleg. 3. dat een Minnaar zonder hoop niet zou kunnen be-
staan.
Uit alle dit voorgaande zal men ligtelyk begrypen dat hier
enkel word gesprooken van een liefde die haar oogwit nog
niet bekomen heeft; want wanneer men het beminde heeft
verkreegen beweegt zig de begeerte enkel van vreugde over
het bezit en om sig naawer met het beminde gestadig te ver-
eenigen: en wanneer men ('t geen jegenwoordig al wat zeld-
zaam is) nog na de dood bemind, word de Ziel enkel be-
wogen met droefheid door het herdenken van haar verlies,
en myns oordeels is de Liefde in dit geval meer een treurig-
heid over het verloore goede en schoone, als een begeerte tot
het zelve, zoo dat in deeze twee liefdens de hoop geen plaats
kan hebben.