
Het is ligt te begrypen dat onze waardy in de Lief-
de van de Liefde zelf afhangt, vermits in de voor-
gaande Zinnebeelden al is aangemerkt, dat men al-
les wat men bemint voor schoon aanziet, en hier
van daan komt het, dat de een dit en de ander dat
hooger agt, om dat de een dit en de ander dat bemint, het
geen menigmaal het minste van onze keur afhangt gelyk ik
in de voorgaande Zinnebeelden ook heb aangehaalt; derhal-
ven betigt de Satyr in de Pastor infido att. 3. Sc: 1. De Vrou-
wen hier mede buiten reden, en moest de Liefde alleen de
schuld gegeeven hebben van het geene hy haar met deeze woor-
den te last legt.
Veel beter zegt Menandro in 't zelve stuk att: 2. Sc: 1.