
Myn zeggen zal zekerlyk veelen vreemt voor ko-
men, voornaamentlyk wanneer zy niet alleen
weeten dat jegenwoordig geld de meeste Liefde
maakt, maar dat het van alle tyden zoo is ge-
weest en alle Schryvers daar over hebben geklaagt:
dog zy zullen het ligtelyk toestemmen, wanneer ik de woor-
den van
Jonktyds
in 't begin van zyn
Roselyns-oogjes
gebruiken-
,,de, zeg, dat ik dusdanige Menschen die meer op de Hu-
,,welyks gift dan op de Bruid zien, buiten myn besteksluit.
Gelyk
Koenderding
in 't eerste bedryf van zyne
mildadige Min-
,,naar
zegt. Een Liefde die slaaf van het Goud is, is het
,,grootste vuilste en vervloekste Monster dat ooit van de Aar-
,,de of Zee is voortgebragt, zegt T. Tasso Amint: Att: 2. Sc. 1.
Ook kan het geen Liefde genaamt worden, vermits onze Ziel
door zoodanige voorwerpen niet kan getroffen worden, ge-
lyk Quinault redeneert in la Mort de Cyrus act: 2. Sc: 1.
Derhalven zingt
J: Secundus lib. 1. Eleg. 2. heel wel met Tibul-
,,lus, Propertius en anderen, dat de Rykdommen zonder de
,,Liefde niets kunnen baaten, en de Liefde zonder Rykdom-
,,men alles aangenaam kan maaken.
Het is ook altyd de grootste schande des Waerelds geweest
zig door het geld te laaten bekooren niet alleen by Ovidius en
diergelyken, maar zelf by Regts-geleerden, die het veel
schandelyker hebben geagt zyn Lighaam ten besten te gee-
ven om 't gewin als om 't vermaak, zie l. 44. de Rit: nuptiar:
& ibi DD. Hoewel het zomtyds wel gebeurt dat ymand op
geld oogende naderhand in der daad verlieft word. Dus spreekt
Otho Albinus aan by Corneille Act: 1. Sc: 1.