
Dat de oogen de meeste kragt hebben om Liefde te
veroorzaaken, en dat de Liefde door de oogen het
eerst in 't hart komt, is voor heenen zeer geleerd
en beknopt verhandelt door
D. Jonktys
in het ont-
leden van zyn Roselyns oogjes, en vermits dit boek-
je niet veel te vinden is, zal het den leezer niet onaangenaam
kunnen zyn, indien ik in myne aantekeningen over dit Zinne-
beeld, Jonktys volg, en meteen een uittrekzel van dit over-
aardige werkje geef.
In het begin haalt Ionktyds aan, het geene in het algemeen
Liefde kan veroorzaaken, daar na komt hy op alle de deelen
van 't lighaam in 't byzonder, en besluit, dat, niet tegenstaan-
de de aantrekkelykheden die men in elk van hen kan vinden,
de oogen hier in alle de anderen deelen ver overtreffen: Hy
begint, om zyn gevoelen te bevestigen, de waardigheid van
het oog met deeze woorden op te haalen: ,,d'onsterffelycke
,,Ziele des Menschen, besloten in den duist'ren Kercker on-
,,ses Lichaems, en kan noch verstaen noch begrypen, dan
,,door behulp der uytterlycke sinnen: dese sinnen zyn vyf,
,,nae 't getal der vyf een-wesighe Lichaemen den Hemel en
,,de vier Elementen. 't Gehoor heeft een lochtachtigh Lig-
,,haem tot zyn voorworp, den reuck een vuyrigh, den smaeck
,,een waterigh, en 't gevoelen een aard achtigh: maer 't ge-
,,sichte, als zynde het edelste en 't suiverste van allen, is
,,een Hemelsch en niet brandend licht tot sijn voorwerp toe-
,,gepast, uit welk voorworp, 't gheen van de Poëten Gods
,,eerstghebore wert toegenaemt, ghy onfeilbaar de waerdig-
,,heydt van 't gesichte moogt afmeten: Verders haalt Jonk-
tyds verscheide gevoelens van geleerden aan, waar mede hy
de waardigheid van het gezigt wyder bevestigt; dog vermits
dit het onderwerp hier niet is, ga ik het voorby, anderzints
kan men het wytloopiger nog vinden by Johan. Michael: in
zyn tractaat de natura visus, en Francisc. Junius de pict. veter. lib.
3: cap. 9. §. 8. en anderen. Vervolgens zegt
Jonktyds
dat de
Liefde door de oogen eerst in het hart komt, en haalt ook
aan, dat, volgens het gevoelen van zommigen, de Grieken
de Liefde
ἔρως hebben genaamt, om datze δ̓πὸ τ̔̀ ὀ ράσεως, van
't gezigt, haaren aanvang neemt; en zekerlyk indien de oo-
gen ontbraaken de Liefde zou weinig vermogen hebben,
Want schoon zommigen, gelyk Jonktyds ook aanhaalt, zon-
der zien verlieft zyn geworden, meen ik, dat het, als het al
waar mogt zyn, t'eenemaal voor iets wonders moet worden
geagt, en byna als zonder voorbeeld; daar en boven, wan-
neer ymand zonder zien, op het enkele gerugt 't geen hy van
een schoonheid hoorde, mogt verlieven, is het egter zeker,
dat hy door het gehoor alleen nooit daar toe zou kunnen ko-
men, maar zig nootzaakelyk moet verbeelden het Schoonste
van die Schoonheden die hy voor deeze met zyne oogen heeft
gezien, 't geen gevolgelyk het eenigste moet zyn dat hem
doet verlieven, zoo dat het in dit geval zelf waar is, gelyk
dezelve Jonktyds wel aanmerkt, dat de oogen de eerste aan-
leyders tot de Liefde zyn.
En het is een gevoelen zoo gemeen dat het naawelyks van
ymand is tegengesprooken, alle die verlieft geweest zyn, be-
kennen het meeste deel dat zy het door 't gezigt hebben in 't
hart gekregen.
Tacitus zegt in zyn tractaat de Morib. German. cap. 43. in fin.
Primi in omnibus proelys oculi vincuntur, 't geen d'Ablancourt heeft
overgezet, de oogen worden altyd het eerste overwonnen
,,zoo wel in Liefde als in Oorlog. Seneca, dat de Liefde in
,,de oogen begint en in 't hart valt; amor in oculis oritur in
,,pectus labitur. Propertius Schryft aan zyn Cynthia, el. 23. lib.
,,2. dat een die ziet zondigt, en die niet ziet ook niet verlieven
,,zal, en dat de oogen vervolgens alleen de schuld hebben.
Derhalven zei een Italiaans digter heel wel:
Deeze gedagten heb ik voorheenen wat wytloopiger uitgebreit
in de volgende Harders-Zang.
Ten laatsten eindigt
Jonktyds
dit, met deeze volgende woor-
den van Beza in zyn bedenkingen over het hoogliet Salomons:
,,gelyckerwys in 't aengesicht de schoonheyt boven alle an-
,,dere deelen des Lichaems uytmunt; ja so verre, dat een
,,schoon wesen voorts alle overige mismaaktheden des lic-
,,haems sal bedecken, en in tegendeel waer het aensicht lee-
,,lick is, geene aengenaemheyt in't gantsche Lichaam sal be-
,,speurt werden: alsoo bekleeden ook de oogen in het aen-
,,gesicht de eerste plaets, om een welgevalligheyt in yemandt
,,te verwecken; en insonderheyt in de Liefde, dewelke door
,,de Oogen werdt gelyk als inghedroncken, en die door haer,
,,als door open vensters insluypende, tot het binnenste van
,,onse herten indringht. Maar, gelyk dezelve
Jonktyds
, wel
zegt, het zou een kleine luister voor de Oogen zyn, indien
zy alleen bekwaam waaren om de brandende Straalen van een
Ziel roovende Schoonheid te ontfangen en na 't harte te voe-
ren, en geen ingeboore kragt hadden om zelf de scherpste Min-
ne-schigten toe te schieten: dat Beza van dit gevoelen is ge-
weest blykt uit zyne bovenstaande woorden alwaar hy de oo-
gen voor het schoonste van het gantsche Lighaam erkent en
men kan'er nog een bewys van la Chambre van vinden in het
einde van myne aanteekeningen op het vierde Zinne-beeld.
Propertius belyt het van zig zelf lib. 1. Eleg. 1.
Hier by haalt Jonktyds ook aan de woorden van Martiaal, die
,,van Mamurra zegt, dat zy de Jongelingen door 't bezien,
,,op at met haare oogen.
En nog van verscheide anderen waar van ik 'er nog eenigen
in 't vervolg zal aanhaalen.
I. Douza
noemt de dreigementen
van de oogen van zyne schoone: Blikzems: wanneer hy de
Liefde doet zeggen.
By Secundus Eleg. 2. lib. 1. voorzeit hem de Liefde dat hy haar
,,menigmaal uit de oogen van zyn schoone vol verwondering
,,zou pylen in zyn hart zien schieten.
P. Francius
, zegt van zyne Ida. lib. 3. Eleg. 9. dat Venus om
,,haare wil haare woonplaats Ida heeft verlaeten en in haar
,,oogen haar verblyf houd; dat de Liefde daar haare Pylen
,,ontsteekt en uitschiet: en dat de Zon veel schooner uit haa-
,,re oogen als het oosten opkomt.
En het zelve zegt hy nog wytloopiger van Phillis oogen in een
van zyne Epigrammata.
D. Heinsius
schryft aan
J. Lernutius, Mo-
nobib. Eleg. 12. Hoe de Liefde in de oogen van zyne Hyella
,,hong, en de Minne-Godjes rontsom haare lonkende oog-
,,jes Speelden.
By Honore d'Vrfe beklaagt zig Alcippe op deeze wyze over de koel-
heid van Amarillis, Astree part. 1. liv. 2.
Een zeker digter zegt van een schoone.
En een weinig verder.
Pluimer zegt van zyne Roozemond.
Koenderding zegt derhalven niet zonder rede.
Het zal met dit inzigt geweest zyn dat een Spanjaart met een
,,ander in geschil zynde zyn Matres verzogt dat zy hem eene
,,nagt haare oogen wilde leenen, om zyn viand om hals te
brengen. Gelyk de Auteur van la maniere de bien penser dans
les ouvrages d'esprit aanhaalt, Dialog: 3. veel beter behaagt my
't zeggen van een ander 't geen dezelve Schryver aanhaalt,
die van de zwarte oogen van zyn Matres zey dat zy rou droe-
,,gen over de geenen die zy gedood hadden. Ik moet hier nog
by voegen een Italiaans Vaarsje op een slaapende Venus, 't geen
Jonktyds
aanhaalt.
Heinsius
, volgens den zelven Jonktyds noemt de oogen een Vo-
gelery van de Liefde Aucupium Amoris. En niet alleen dat zy
die kragt op onze Ziel hebben, maar zelf zoo wy de digters
willen gelooven op onredelyke, ja zelf, volgens zommigen,
op ongevoelige dingen, J. Jov. Pontan: zegt in zyn Pomp. Le-
pidin: pomp: 1. van Lepidina dat zy een Zeilsteen in haare oo-
,,gen heeft en daar mede de Vissen, de harten, de Stieren
,,en jonk en oud kan trekken.
Maar om van de digters af te gaan, daar anders in dit geval
geen einde aan te vinden zou zyn; geeft Ionktyds deese reden
waarom de oogen het bekwaamste zyn om te doen verlieven
,,en verlieft te worden: Het herte des Menschen, zegt hy,
,,door syn stage bewegingh een deel van 't eerste bloed uyt
,,syn regter holligheyd door de Hert-aderlycke ader in de
,,longen geloost hebbende, en aldaer met het suyverste deel
,,des ingheaemden lochts vermengt zynde, vloeyt het wede-
,,rom door de aderlyke hert-ader na de slinker holligheyd
,,van 't hert; alwaer het den naem en 't wesen van levendi-
,,ge geesten aenneemt: van daer verspreyden haer dese gee-
,,sten door 't geheele Lichaem, doch stygen, alsoose licht en
,,dun van stoffe syn, insonderheyd na het brein; en aldaer op
,,een nieuw bewrogt, en tot haer invloey ende beweeging
,,bequamer gemaackt zynde, werd haer den naem van dier-
,,gelycke geesten gegeven; dewelke seer ghevoeghelyck en
,,geswint alle de Zenuwige wegen van het brein doorloo-
,,pen konnen; die het pad na de oogen banen, alsoose het
,,tenderste en 't wydste van allen zyn; waer door dese gee-
,,sten overvloedigh in de oogen komen in te vloeyen de wel-
,,ke, alsoose doorsigtig en klaar zyn die geestige straalen als
,,door glase vensters uytlaten. En een weinig verder. Dat
,,de oogen met een ingheboore licht en luister begaeft zyn
,,getuyghen vorders soo de Ooghen van Leeuwen Luyper-
,,den en Katten als ook van andere gedierten; dewelke in 't
,,midden van de nagt selfs flikkeren en blinken, soo datze
,,sonder 't behulp van eenig uiterlyck licht bescheidentlyk
,,konnen sien. Yeder een kan ook dat selfdige door syn ey-
,,gen uytvindingh wys werden: want soo hy de hoecken
,,syner Oogen wat hart wil toedrukken, sal het hem den-
,,ken een glintzterigh rond binnen die selfdige te zien, vloe-
,,yende uit het innigh licht der Oogen. Dese stralen door
,,het ooge uitschietende, voeren met haar (als Valleriola
,,getuyght, en d'ondervindingh, selfs bevestight) een on-
,,sichtelycken Bloedwasem, en geestigen damp: het welk
,,wy aen die ghene, die aen ontstekingen der oogen sieck
,,gaan, bespeuren konnen; want.
,,Het welke also niet en sou uitvallen, 't en ware de ooge
,,stralen, sich strekkende na de oogen des omstaanders, met
,,haer uitsleepten een geestigh gedeelte van 't bloed, alvoren
,,in het ontsteken ooge verdorven. Mulieres Menstruo pollutae,
,,vervolgt hy, geven aen ons seggen meerder luister; de-
,,welken (als Aristoteles seyt en de ondervinding Leeraert)
,,door haar gesichte selfs de allersuiverste Spiegels, gelyk als
,,door bloedige druppels en neveligen dampen ontluisteren.
,,Indien dan uit soodanige quaet sappige lichaemen een dier-
,,gelycken onsichtelycken Bloed-wasem door de oogen uyt-
,,vloeyt; soo en kan der ook geen rede gegheven worden,
,,waerom van gelycken uyt een welgestelt Lichaem een dier-
,,gelyck deel van het aldergeestigste bloedt niet te gelyk met
,,de ooghen-stralen zou uytschieten. Dit aldus voor uyt ge-
,,stelt synde sal het den leser soo rauw niet voorkomen, soo
,,wy segghen, dat een Minnaer (wiens bloed, door de hef-
,,tigh-brandende beweginghen syns herte ghelyck als koken-
,,de, een overvloedighen waessem opwerpt) syn beminde
,,met een scherp en toeghenegen Ooge begluyrende, haer
,,door syn aantreffende stralen inghelycke Liefde verstrikt:
,,en sy wederom van ghelycke hem, wanneerse haer glinste-
,,rende en soet lonkende oogen op hem slaet, en met een
,,onderlinghe begluyring hare ooghen stralen verdobbelen
,,en vermengen. Seker 't is geen wonder, indien zy in sul-
,,ker voegen elkanders inghewand door een geestighen min-
,,ne-schicht, verwonden, en te gelyck met het ghesichte el-
,,kanders onderlinghe Liefde in-drinken. Want alsoo desen
,,geestigen Bloed-wasen den welken het ooge des minnaers
,,met een snelle beweging syn beminde toeschiet, klaer,
,,dun, heet, en soet is. Voor soo veel hy klaer is, (seyt
,,Valleriola) over koomt hy seer wel, van wegen een na-
,,burige gelyckheyd, en een natuyrlycke over een stemming
,,met de klaerheyd der oogen en oogen-stralen van de bemin-
,,de; en werd om dies wille gelyck als aengelokt, en ge-
,,zigh ingesogen. Voor soo veel hy dun en fyn is, door boord
,,hy geswint ons ingewant; van waer hy door de bloed en
,,geest-aderen seer lichtelyk het geheele lichaem doorloopt.
,,Voor soo veel hy heet is, beweegt en werkt hy geweldigh-
,,lyck; (want de hette, nae 't getuigenis der wysgeren,
,,werckt het allerkragtigste) en alsoo gheweldighlycken
,,werckende, besmet hy het bloed met een evengelycke hoe-
,,danigheyd. Daer hy mede aengedaen is. Het welke Lu-
,,cretius in syn 4. boeck van de natuyr der dingen aardig
,,schynt af te malen seggende.
,,Voor soo veel doch die geestige wasem, uyt het best be-
,,wrogte bloed ontstaen, van natuyre soet is, behoudende
,,het wesen van het bloed waer hy uytgevloeyt is, voed hy ten
,,deelen en koestert en vervreugd het ingewant: waer uit ont-
,,staet een sonderlingen en onderlingen trek der gelievens tot
,,elkander; op dat die soetvoedende geesten vandes een in de
,,anders aderen verwisselt mogen werden: alsoo dat in de-
,,ser voegen de gelievers gelyk als een vleesch en bloed
,,syn, en van eenen geest gedreven werden, en datse, voor
,,soo veel als mogelyck is, dat betreffen, 't geen de Liefde
,,eigen is; namentlyk, dat den Minnaar in de natuyre van
,,zyn beminde verandere, en sy twee een Lighaem werden.
,,Welken trek der gelievens tot eenigheid des Lighaems
,,Artemisia Mauseoli Huisvrouw, door haare daed genoeg-
,,saem bevestigt: dewelcke het doode Lichaem hares Mans
,,dien sy seer lief hadden, tot asschen verbrand en ingedron-
,,ken heeft. Doch alsoo die eenigheyd des lighaems natuur-
,,lycker wyse niet ten volle kan bejaegt worden, geschiet
,,sulks, voor soo veel het de natuyre lyden kan, ten deelen
,,op de geseyde wyse, door die voedende geesten, de be-
,,minde door de oogen toegeschooten. Daaromme had een
,,geen ongelyk als hy seyde.
Hoe 't hier mee toegaet heeft Ficinus, in 't vertoog van Phae-
,,drus en Lycias met levende coleuren afgezet: Lycias, segt
,,hy, Star-oogt op het wesen van Phaedrus, en Phaedrus vest
,,zyn oogen apel op de oogen van Lycias en sendt met die
,,tintelende Straalen te gelyk zyn geesten uyt. De Straalen van
,,Phaedrus ooghen werden licht vermengelt met de Stralen van
,,Lycias, en de geesten met geesten vereenigt. De wasem ontstaen
,,in Phaedrus hert, kruypt in het inghewant van Lycias; en, 't
,,geen nog grooter wonder is, Phaedrus bloed is Lycias hert; en
,,hier uyt ontstaen dees gebruykelycke minne-woordjes:
,,myn soethart Phaedrus, myn eyge selfs, myn duyre helft:
,,en Phaedrus wederom tot Lycias, o myn Licht, myn
,,Vreugd, myn Ziel, myn Leeve. Phaedrus volgt Lyciam,
,,alsoo syn hert syn geesten soekt, en Lycias volgt Phae-
,,drum; uyt trek der geesten tot haer eerste sitplaets; bey
,,volgense, maer Lycias het meest van twee, door dien de
,,Rivier de springh-fontein meer, dan de springh-fontein de
,,rivier van node heeft &c. die deese stoffe nog verder wil
ondersoeken leeze het tweede hoofdstuk van 't eerste en zesde
van 't derde boek van J: de Bruins Wet-steen der vernusten
, en
het voornoemde werkje van
Jonktyds
zelve, anders meen ik dat dit
bovenstaande genoegzaam aantoont, op welk een wyze men
door de oogen doet verlieven en verlieft word, en hoe 't in zyn
werk gaat met die geheiligde ommegang, gelyk het ymand
,,noemt, van twee verliefde harten door de oogen, die de lonkjes
,,tot getrouwe boodjes maakende, daar mede malkanderen
,,van een wederzydze genegentheid weeten te verzekeren.
Pluimer
drukt het zeer zoet uit in zyne Hero en Leander met
deeze woorden.
En aan zyne Laura schryft hy.
De Liefde raade
I. Secundus
dit kaatzen van de lonken over en
weder, te leeren lib. 1. Eleg. 2.
Derhalven merkt le Boulanger met ontelb're anderen heel wel
aan in het 63. art. over de Liefde: dat wanneer de Liefde
,,sterk is en haar verboden word te spreeken, zy zig kan ont-
,,dekken, werkstellig maaken en spreeken door de oogen.
Maar hoe groot de vreugde zy die een verliefde in 't beschou-
wen gevoelt, is niet uit te drukken; Plato wenste de Hemel
,,te zyn enkel op dat hy geheel in oogen zou veranderen,
,,om gestadig Aster te zien, zie la vie de Platon par Monsr
Dacier pag. mihi 99. een ander agte wederom de oogen van zyn
,,beminde een ope Hemel.
Joh. Bonefonius
telt onder zyne voornaame weelden dat hy,
,,wanneer hy de uiterste wellust van de Liefde met zyne
,,Pancharis genoot, zich kon zien dobberen in haare vogtige
,,oogen:
I. de Bruin benyde de slaap dat geluk, zie hier zyne woorden.
Weet ghy niet, zeit een Minnaar by Achill. Tatius, dat'er groo-
,,ter wellust gelegen is in het zien van een beminde Maagd
,,als in het streelen? Want terwyl de oogen malkanderen over
,,en weder bezien, ontfangen zy, gelyk Spiegels, afbeeldin-
,,gen van de Lighaamen: en deeze afbeeldingen van de schoo-
,,ne Lighaamen door behulp van de oogen in de Ziel vallen-
,,de, maaken daar, schoon de Lighaamen gescheiden zyn,
,,ik weet niet welk een vermenging, veel zoeter als de ont-
,,moeting van Lighaamen die in der daad ydel is, want de
,,oogen maaken de beste vereeniging in de Liefde. Men zou
over deeze stoffe oneindige plaatzen kunnen aanhaalen, maar
om niet al te lang te zyn zal ik hier afscheiden met het vol-
gende Madrigal van Guarini, 't geen myns oordeels geen van
zyne minsten is.
Ik heb het in duits dus overgebragt.
Het is dan geen wonder dat deeze vreugd veele minnaars zoo
ver kan verrukken dat zy hunne oogen van 't beminde voor-
werp niet kunnen aftrekken, ja waar het mogelyk, ipsis eam
oculis impregnarent, gelyk
Jonktyds
zegt. Welke Oogen nu
de schoonste zyn werd heel naawkeurig en geleert verhandelt
by
Fr. Junius de Pictur Veter: lib. 3. cap. 9. §. 8. en in 't kort
by
Ernestus Vaenius de pulchritudine pros. 2. Dog het gevoelen
is verschillende, sommige pryzen ronden andere wederom ovaa-
len; de meeste zyn wel voor grooten, maar, gelyk de schut-
ters hunne oog schedels half toe doen om het wit te zeker'er
,,te treffen, schiet ook de Liefde uit naawe oogen haare py-
,,len veel zeker'er, en weet feller te treffen ut Elegantissime
Octavia Meursiana, colloq. 7. Dog het meeste verschil is tuszen
bruinen en blaawen, en men zou aan wederzyde oneindige
lofredenen van deftige mannen kunnen voor den dag bren-
gen, onder anderen
P. Francius
en
J. Broukhusius
wien het bei-
den nog aan geleertheid, nog verstand, nog digtkunde ont-
breekt, en die jegenwoordig met rede van de gantsche wae-
reld voor meesters in de digtkunde worden aangezien. Fran-
cius pryst de bruine oogen van zyne Ida, Broekhuize de blaa-
wen van zyne Delia, maar indien ik de vryheid my durf aanmaa-
tigen om hier over myn oordeel ('t geen ook het gevoelen van
Heemskerk
en veele andere schynt te zyn) te geeven, dunkt my
dat in een bruin oog, doorgaans meer vuur, en in een blaaw
meer zoetheid zit, zoo dat, om de woorden van Heemskerk
,,te gebruiken, de Liefde in een bruin oog schynt te heer-
,,schen, en met een zedig zoet geweld zich alles wat het ziet
,,onderdanig te doen werden, in een blaaw oog te vleyen en
,,met een vleyende vriendelykheid alle harten te bekoren, zie
verder hier over de
Batavische Arcadia
in 't begin, en fontanelle
dans ses entretiens sur la pluralite des mondes prem. Soir. Ten laat-
ste moet ik hier nog byvoegen dat van alle de bekwaamheden
die de oogen hebben om te doen verlieven de traanen geen-
zints de minste zyn, het geen door ondervinding en onein-
dige gevoelens is bevestigt, die ik om kort te zyn voor by ga;
alleen zal ik maar aanhaalen dat le Boulanger in 64. art. over de
,,Liefde niet kwalyk heeft aangemerkt: dat ymand die op
,,zyn tyd in de Liefde weet te schreyen, altyd meester van
,,een hart is.