
Indien de oogen wel het meeste vermogen hebben om
Liefde te verwekken, gelyk in het voorgaande Zinne-
beeld aangetoont is, de Liefde zelf heeft hier toe geen
mindere kragt, en weet het hart, zonder dat men het
weet, in te neemen: de Liefde, (zegt de Cardinaal Bo-
na: Manud. ad Coelum: cap. 13. §. 2.) is de Zeilsteen van de
,,Liefde; en zoo die eens met wel doen verzelt is, word men
,,gedwonge die met wederliefde te vergelden, schoon men
,,voorheenen geen Liefde vrywillig wilde toestaan: op dee-
,,ze wyze heb ik in een van myne Harders-Zangen een Harder
,,doen zeggen.
Geen wonder ook, want met rede vraagt Longepierre in zyn
,,Ode sur Sapho, wie de Liefde beter zou kunnen bekooren als
de Liefde zelf.
Hylas had derhalven zoo groot een ongelyk niet wanneer hy
dit volgende zong: zie Astr. part. 2. liv. 9.
Dog wanneer de last gelyk word gedraagen, en de Liefde
over en weder even groot is, verschaft zy niet alleen een on-
uitspreekelyke wellust, maar word daar en boven zoo sterk,
dat zy nooit kan gebrooken worden. Zie wat'er
K. Boon
van
zegt in zyne Mirra 1. bed. 3. toon.