
Van alle de rampen die in de Liefde zyn, is'er geen zoo
droef als zig in de Liefde te begeeven en tot zyn
oogwit niet te kunnen komen: dit is heel wel afge-
beeld in dit Zinne-beeld, door de vlieg die, in de
Spinne-web vliegende, daar niet door kan komen,
maar daar in blyft hangen: dog met dit onderscheid, dat een
vlieg daar in niet lang in 't leeven blyft, maar terstond door de
dood verlost word, daar in het tegendeel een verliefde Ziel, dik-
maal een oneindige tyd nog ellendig moet kwynen, eer zy tot de
dood komt: hier van beklaagt zig Amarillis Pastor: fido att. 3. Sc. 4.
,,Het valt hart, zegt Eufrenius, in zyne minnedigten, niet te
,,beminnen, nog harder te beminnen, maar het allerhardste
,,te beminnen en zyn oogwit niet te kunnen bereiken.
Maar boven alles kan'er nooit iets zoo droevig bedagt worden,
als te beminnen, en weder bemint te zyn en nogtans van elkan-
der te moeten scheiden: deeze droefheid gaat boven alle begrip,
en de ondervinding heeft genoegzaam met rampzaalige voor-
beelden geleert, hoe hevig zy is: de Ridder Guarini beeld haar
heel wel uit in de booven aangehaalde redenering van Amarillis
die by de meesten het fraaiste van 't gansche stuk word geagt,
by Racine roept Monima uit Mitridat. act. 2. Sc. 6.
T. Arends heeft het dus vertaalt.
Dezelve Racine spreekt'er wytloopig van in zyne Berenice, die
de pyne wel waardig is om hier nageleezen te worden, ver-
mits zy op dit onderwerp gemaakt is; ik zal hier op het zelve
nog een Harderzang van my byvoegen.