
Het is zeker dat de uitwerkingen van de Liefde, in-
dien men haar met de gezonde rede wil overwee-
gen, en buiten die drift waar uit zy voortkomen,
beschouwen, enkele Zotternyen zyn, en dat Theo-
phile heel wel gezegt heeft in zyn Parnasse Satyrique,
,,dat wy, om de Juffers in haare verliefde driften te behaagen,
,,de Zotheid op het volmaakste leeren vertoonen:
Erasmus
zegt het zelve in zyn lof der Zotheid, niet ver van 't
begin, alwaar de Zotheid, haar geslagt, geboorte, opvoeding,
en gezelschap opgehaalt hebbende, dus voortgaat: Nunc ne sine
causa &c. ik zal het Latyn voorby gaan om dat het door den Heer
van Brandwyk
in duitze vaarzen is overgezet.
Erasmus heeft in dit bovenstaande geestig genoeg afgebeelt,
hoe de zotheid in de Liefde-handelingen de voornaamste rol
speelt; en het is niet te ontkennen dat'er duizend zotheden da-
gelyks van de Minnaars begaan worden, het welk, myns oor-
deels daar van daan komt, dat de Liefde (die in haar zelve goed
is, maar over alles, gelyk ik in myne aanteekeningen over het
tweede Zinne-beeld gezegt heb, heerst) zoo sterk word, dat
zy de rede ten onderbrengende, den mens voor een tyd het ge-
bruik daar van beneemt, en dus zomtyds dingen doet by der
hand neemen, die hy anders buiten die drift en met zyn volle
verstand niet zou doen; behalven dat het, zoo men het al een
zotheyd wil noemen het een noodzaakelyke zotheyd is, ge-
lyk de Heer van Brandwyk
heel wel aanmerkt; dewelke, na
dat hy de zotheid van de Liefde in zyn noodzaakelyk mal, lang
genoeg bespot had, dus eindigt:
En een weinig verder: