Amsterdamse rederijkersspelen in de zestiende eeuw


auteur: E. Ellerbroek-Fortuin


bron: E. Ellerbroek-Fortuin, Amsterdamse rederijkersspelen in de zestiende eeuw. J.B. Wolters, Groningen / Batavia 1937


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 212]

Voornaamste geraadpleegde werken.1)

Amstelodamum. Jaarboek van het Genootschap -. 1903-1937.
Antwoort op de vraghe, uytghegeven bij de Brabandsche Reden-rijck Camer 't Wit Lavender, Uyt Levender Ionst tot Amsterdam. Vrage:
Wat's d'Oorsaeck meest, waerom tverkeerde Werelts Rond
Sich waenwijs so bedrieght, en bloeyd in alle sond?
Ende op den Reghel:
De sulcke die zijn dwaes, end'Werelt achtse wijs.
'T Amsterdam ghedruckt bij Paulus van Ravesteyn. Voor Abraham Huybrechtsz. Boeckvercooper wonende bij de Oude Kerck inden Dortsen Bijbel, Anno 1613.
Baudet, F. De maaltijd en de keuken in de Middeleeuwen. Leiden 1904.
Brands, G.A. Reynier Pouwelsz, tspel van de cristenkercke en een spul van sinnen vanden siecke stadt. In Tijdschr. voor Nederl. taal- en letterk. XLIII, pp. 203-208.
Brugmans, H. Opkomst en bloei van Amsterdam. Amsterdam 1911.
Brugmans, H. Geschiedenis van Amsterdam, van den oorsprong af tot heden. Dl. 1-4. Amsterdam 1930.
Brugmans, H. en A. Loosjes, Amsterdam in beeld. 3e verm. dr. Amsterdam.
Buck, H. de, De studie van het middelnederlandsch tot in het midden der negentiende eeuw. Groningen enz. 1930.
Burger, C.P. Amsterdam in het einde der zestiende eeuw. Studie bij de uitgaaf van den grooten plattegrond van 1597. In Amstelodamum XVI, pp. 1-102. 1918.
Bijns, Anna, Refereinen van -, uitgeg. door A. Bogaers en W.L. van Helten. Rotterdam 1875.
Ceyssens, K. Hasseltse ‘historiael’spelen. Leuven, Amsterdam 1907. Leuvense tekstuitgaven no. 3.
Creizenach, Wilhelm, Geschichte des neueren Dramas. Dritter Band, Tl. 2. 2e verm. Aufl. Halle a. S. 1923.
Dale, Osc. van den en Fr. van Veerdeghem, De Roode Roos. Zinnespelen en andere tooneelstukken der zestiende eeuw. Voor het eerst naar het Hasseltsche handschrift uitgeg. Bergen 1899.
Dis, L.M. van, Reformatorische rederijkersspelen uit de eerste helft van de zestiende eeuw. Haarlem 1937.
Duyse, Prudens van, De Rederijkkamers in Nederland. Hun invloed op lettetkundig, politiek en zedelijk gebied. Gent 1900.
Eggen, J.L.M. De invloed door Zuid-Nederland op Noord-Nederland uitgeoefend op het einde der zestiende en het begin der zeventiende eeuw. Gent 1908.
Endepols, H.J.E. Het dekoratief en de opvoering van het middelnederlandsche drama volgens de middelnederlandsche tooneelstukken. Amsterdam 1903.
[p. 213]
Erné, B.H. Twee zestiende-eeuwse spelen van de Hel. Groningen 1934.
Erné, B.H. De rijmen in drie kluchten uit de zestiende eeuw. In Tijdschrift voor Nederl. taal- en letterkunde LI, pp. 137 vlg.
Even, Edw. van, Het landjuweel van Antwerpen in 1561. Brussel 1861.
Everaert, Corn. Spelen van -, uitgeg. door J.W. Muller en L. Scharpé. Leiden 1920.
Evers, G.A. Reyer Pauwelsz, de Utrechtsche boekbinder en rederijker. In Het Boek 1920, pp. 253-265.
Fruin, R. Tien jaren uit den tachtigjarigen oorlog. 1588-1598. 5e uitg. Den Haag 1899.
Gelder, A.M. van, Amsterdamsche straatnamen, geschiedkundig verklaard. Amsterdam 1913.
Gelder, H.E. van, Satiren der zestiende-eeuwsche kleine burgerij. In Oud-Holland, Jrg. 29, 1911, pp. 201-232.
Geurts, J. Bijdrage tot de geschiedenis van het rijm in de Nederlandsche poëzie. Gent 1904.
Gils, B.F. van, De dokter in de oude Nederlandsche tooneelliteratuur. Haarlem 1917.
Gouw, J. ter, Geschiedenis van Amsterdam. 5e deel. Amsterdam 1886.
Gouw, J. ter, De gilden. 2e dr. Rotterdam.
Gouw, J. ter, Kijkjes in de oude schoolwereld. Leiden.
Greve, H.E. De tijd van den tachtigjarigen oorlog in beeld.... gekozen en toegelicht door -. Amsterdam 1908.
Grondijs, H.F. Een spul van sinnen vanden siecke stadt. Leiden 1917.
Guy, Henry, Histoire de la poésie française au XVIe siecle. T. I: L'école des Rhétoriqueurs. Paris 1910.
Halteren, B. van. Het pronomen in het Nederlandsch der zestiende eeuw. Groningen 1906.
Haslinghuis, E.J. De duivel in het drama der Middel-Eeuwen. Leiden 1912.
Historie van den Amsterdamschen Schouwburg. Te Amsterdam 1772.
Jansz, L. Van Meestal die om pays roepen. Handschrift E 12 van Trou Moet Blijcken.
Jansz, L. Een spel van sinnen van Jesus onder die Leeraers. Lucas int 2. Capittel. Handschrift D 10 van Trou Moet Blijcken.
Jong, M. de. Drie zestiende-eeuwse esbatementen. Amsterdam 1934.
Junkers, Herbert. Niederländische Schauspieler und Niederl. Schauspiel im 17. und 18. Jahrhundert in Deutschland. Haag 1936.
Kalff, G. Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Derde deel. Groningen 1907.
Kalff, G. Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde in de zestiende eeuw. 2 dln. Leiden 1889.
Kalff, G. West-Europeesche letterkunde. Dl. 1-2. Groningen enz. 1923-1924.
Kalff, G. Literatuur en toneel te Amsterdam in de zeventiende eeuw. 2e herz. dr. Haarlem 1915.
Kalff, G. Trou Moet Blijcken. Tooneelstukken der zestiende eeuw, voor het eerst naar de handschriften uitgegeven. Groningen 1889.
[p. 214]
Casteleyn, Matthijs de, Historie van Piramus en Thisbe. Gent 1555.
Knuttel, J.A.N. Rederijkerseerherstel. In De Gids 28, 1910; pp. 433-473.
Kolthoff, J.B. Het substantief in het Nederlandsch der zestiende eeuw. Groningen 1894.
Kooiman, K. Twespraack van de nederduitsche letterkunst. Groningen 1913.
Laan, N. van der, Rederijkersspelen. Uitgeg. naar een handschrift uit het Leidsch archief. Den Haag 1932.
Laan, N. van der, Rederijkersspelen in de bibliotheek van het Leidsche gemeente-archief. In Tijdschrift voor Nederl. taal- en letterk. XLIX, 1930, pp. 127-155.
Lawet, Robert, Gheestelic Meyspel van 't Reyne Maecxsele ghezeyt de ziele. Uitgeg. door L. Scharpé. Leuvensche Bijdragen 2. Leuven - Amsterdam 1906.
Loterijen, De. In De Oude Tijd 1870, pp. 222 vlg.; 256 vlg.; 378 vlg.
Lubach, A.E. Over de verbuiging van het werkwoord in het Nederlandsch der zestiende eeuw. Groningen 1891.
Lyna, Fred. en W. van Eeghen, De Sotslach. Brussel 1932.
Moerkerken Jr., P.H. van, De satire in de nederlandsche kunst der middeleeuwen. Amsterdam 1904.
Moes, E.W. De Amsterdamsche Boekdrukkers en uitgevers in de zestiende eeuw. Deel I. Amsterdam 1900.
Muller, J.W. Een rederijker uit den tijd der Hervorming. In Onze Eeuw, Jrg. 1908, dl. IV, pp. 88-124.
Muller, J.W. Corn. Everaerts spelen als spiegel van de maatschappelijke toestanden zijns tijds. In Versl. en Meded. der Kon. Vla. Ac. v. Taal- en Letterkunde 1907, pp. 433-491.
Murris, R. La Hollande et les Hollandais au XVIIe et au XVIIIe siècles, vus par les Français. Paris 1925.
Neurdenburg, E. Van Nyeuvont, loosheit ende practike: Hoe sij vrou Lortse verheffen. Utrecht 1910.
Nijhoff, M. en M.E. Kronenberg, Nederlandsche bibliographie van 1500-1540.
Pennink, Rena. De rederijker Louris Jansz. In Oud-Holland, Jrg. 30, 1912, pp. 201-214.
Poelhekke, M.A.P.C. en C.G.N. de Vooys, Platenatlas bij de Nederlandsche literatuurgeschiedenis. 3e dr. Groningen 1923.
Poldermans, D.A. Het spel van den stathouwer. Middelburg 1930.
Pouwelsz, Reynier, Tspel vande Cristenkercke. Uitgeg. door G.A. Brands. Utrecht 1923.
Puyvelde, Leo van, Schilderkunst en tooneelvertooningen op het einde van de Middeleeuwen. Een bijdrage tot de kunstgeschiedenis vooral van de Nederlanden. Gent 1912.
Pijper, F. Spel van sinnen op dwerck der Apostelen. In Bibliotheca Reformatoria Neerlandica I, pp. 273-366.
Rijssele, Colijn van, De Spiegel der minnen. Uitgeg. door M.W. Immink. Utrecht 1913.
[p. 215]
Scheffer, J.G. de Hoop, Geschiedenis der Kerkhervorming in Nederland van haar ontstaan tot 1531. Amsterdam 1873.
Schotel, G.D.J. Geschiedenis der Rederijkers in Nederland. 2e verm. uitg. 2 dln. Rotterdam 1871.
Schotel, G.D.J. De Boom der Schriftueren. Utrecht 1870.
Sepp, Chr. Verboden lectuur. Leiden 1889.
Spel vanden Avont ende Nacht ende Morgenstont. Handschrift B 3 van Trou Moet Blijcken.
Spel, Een gheestelijck, van sinnen, zeer leerlijck: Hoe Christus sit onder die Leeraers. 1606.
Spel van Thuis van Idelheyt. Handschrift F 5 van Trou Moet Blijcken.
Spel van seven personagiën. Handschrift II, 129 van de Koninklijke Bibliotheek te Brussel.
Spel van den vader die het volck sant in den wijngaert te wercken. Handschrift II, 129 van de Koninklijke Bibliotheek te Brussel.
Spel van sinnen vande 7 wercken der barmherticheyden. Handschrift C 3 van Trou Moet Blijcken.
Spieghel, Numa ofte amptsweygheringe. Uitgeg. door F.A. Stoett in Tijdschrift voor Nederl. Taal- en letterkunde XXI, 1902.
Sterck, J.F.M. Van Rederijkerskamer tot Muiderkring. Amsterdam 1928.
Sterck, J.F.M. Onder Amsterdamsche humanisten. Hilversum, Amsterdam 1934.
Sterck, J.F.M. Een spul van sinnen vanden siecke stadt. Acad. proefschrift van H.F. Grondijs. In Van Onzen Tijd Jrg. XVII.
Stoett, F.A. Drie kluchten uit de zestiende eeuw. Zutphen 1931.
Straeten, Edm. van der, Le théatre villageois en Flandre. T. I-II. Bruxelles 1882.
Theissen, J.S. De regeering van Karel V in de Noordelijke Nederlanden. Amsterdam 1912.
Veen, S.D. van, Kerkelijk opzicht en tucht in de Gereformeerde Kerk. Baarn 1910.
Visscher, Roemer, Uit - 's Brabbeling I. Door N. van der Laan. Utrecht 1918.
Vloten, J. van, Het Nederlandsche kluchtspel van de 14e tot de 18e eeuw. 3 dln. Haarlem 1878-1881. partim.
Vooys, C.G.N. de, Apostelspelen in de rederijkerstijd. In Meded. der Kon. Akad. van Wetensch., afd. Letterk., deel LXV, serie A, no. 5.
Vooys, C.G.N. de, Rederijkersspelen uit het Archief van Trou Moet Blijcken. In Tijdschrift voor Nederl. taal- en letterkunde XLV, XLVII en XLIX.
Vooys, C.G.N. de, Amsterdams rederijkersleven in het midden van de zestiende eeuw. In Tijdschrift voor Ned. taal- en letterkunde XLVIII.
Vreese, W. de, De verstrooiing onzer handschriften en oude boeken over den aardbodem. In Bibliotheekleven, Jrg. XVI, 1931, pp. 199-221.
[p. 216]
Wagenaar, Jan, Amsterdam, in zijne opkomst, aanwas, geschiedenissen, voorregten, koophandel, gebouwen, kerk en staat, schoolen, schutterije, gilden en Regeeringe. Agtste stuk. Amsterdam 1765.
Wieder, F.C. De schriftuurlijke Liedekens. 's Gravenhage 1900.
Willigen, A. van der, Aanteekeningen betrekkelijk tot de Rederijkerskamer Trouw Moet Blijken te Haarlem. In Apollineum van Witsen Geysbeek, III, 1826, pp. 57-80.
Winkel, J. te, De ontwikkelingsgang der nederlandsche letterkunde. Dl. II. 2e dr. Haarlem 1922.
Winkel, J. te, Het Vijgeboomken te Amsterdam. In Tijdschrift voor Nederl. Taal- en letterkunde XI, 1892, pp. 41-45.
Worp, J.A., Geschiedenis van het drama en van het tooneel in Nederland. 2 dln. Groningen 1904-1908.
Worp, J.A., Geschiedenis van den Amsterdamschen Schouwburg (1496-1772). Uitgeg. met aanvulling tot 1872 door J.F.M. Sterck. Amsterdam 1920.