terug  begin  verderprepost
[p. 167]

‘Aantekeningen grafschrift’

377.

Geloofde ik in een zorgende hemelse vader dan zou ik bidden:

Heer, neem uw mooie dagen van mij weg; want zij wekken in mij op onvervulbare wensen en verlangens. Neem ook uw lelike dagen van mij weg; want zij vervullen mij met een drukkende weedom, waarvoor geen reden bestaat.

Neem uw koude van mij weg; want die dwingt mij de ganse dag zonder doel rond te hollen om niet te klappertanden van ellende in de heetste kamer.

Neem uw warmte van mij weg; want die zinkt mij als lood in alle ledematen en belemmert mij in al mijn bewegingen.

Neem uw duisternis van mij weg; want waartoe zal ik mij in onvoldoende nachtrusten telkens onvoldoende uit mijn moeheid herstellen?

Neem uw licht van mij weg; want waartoe zal ik nog om mij heen kijken in de onzinnigheid van het leven.

En geef mij in de plaats de eeuwige rust, de rust waarin geen toekomst ooit meer daagt, waarin het verleden is vergeten, de rust die geen wensen en geen teleurstelling meer kent.

378.

Ik wens te liggen onder het volgende grafschrift:

Beklaag nooit de verloste uit de krankzinnigheid die leven heet.

Zie voor de lotgevallen van dit ‘grafschrift’ Dubois, p. 347-348.

379. Een oordeel uit het publiek

Zij Hoe vind je 't stuk

Hij (in hoge toon sprekend) Nou...

Zij Ik vind het gruwelik en weinig verheffend.

Hij (in diep toon sprekend) Nou...

380.

in de Gids van Mei 1916 schrijft Just Havelaar:

‘Heel het menschen-leven is een ratelende dwaasheid; maar wij leven niet, dan onder voorwaarde der dwaasheid en plicht is, rusteloos te blijven zoeken naar de immer-verhulde waarheids-kern, waarvan die dwaasheid de noodzakelijke gedaante schijnt. Wij, menschen, kunnen niet ademen in de pure sfeer der abstracte waarheid: die waarheid wordt ons eerst werkelijkheid, door zich tot leven te ver-vormen.’

Past daar de hypothese niet op:

Het leven is de verbiezondering van de algeest, die tot zelfkennis tracht te komen en [?] nu in de ratelende dwaasheid tot de erkenning moet komen, dat willen leven gelijk staat met de dwaasheid te willen.

Slotsom: de algeest zal eens niet meer willen leven.

Just Havelaar: Just Havelaar (1880-1930) publiceerde in De gids (1916) II, p. 243-280 de voordracht ‘Holland. Wezen en waarde van ons nationaal karakter’. Het door Emants geciteerde komt voor op p. 244.
[p. 168]


illustratie
56. Just Havelaar.

Soortgelijke gedachten als in deze aantekening worden door Emants verwoord in het onvoltooide opstel ‘Woorden’. Vgl. Tirade 10(1966) 119/120, p. 786 en 808.

381.

‘Tout bon raisonnement offense’ zegt Stendhal in le rouge et le noir. Dageliks haast heb ik de waarheid van die zin ondervonden.

Stendhal: Pseudoniem van Henri Beyle (1783-1842). De roman Le rouge et le noir werd gepubliceerd in 1830.
Emants citeert deze opmerking van Stendhal in het opstel ‘Woorden’ (Tirade 10 (1966) 119/120, p. 782).

382.

Niets heeft een mens meer nodig en niets kan een mens slechter verdragen dan het gezelschap van zijn medemens.

[p. 169]


illustratie
57. Handschrift ‘Aantekeningen Grafschrift’.

prepostterug  begin  verder