14 Sept. 1904 den Haag
Geachte Mevrouw,
Zeer aangenaam was 't mij te mogen lezen, dat Inwijding2 u had bevallen. Menigeen wordt afgeschrikt door de omvang van dit werk. Voor uw vertalingen,3 die ik vermoedelik mag behouden zeg ik u hartelik dank.
Wat nu ander vertaalwerk aangaat, komt het mij voor, dat u de verkeerde weg inslaat. Andere vertalers of vertaalsters kiezen een werk uit en vragen aan de schrijver verlof dit te mogen overbrengen in een andere taal. Daarna trachten zij voor hun arbeid een uitgever te vinden, die hun een honorarium uitkeert.
Toch ben ik bereid in de volgende week uw naam te noemen aan mijn uitgever Warendorf te Amsterdam.4 Ik ga dan de afzonderlike uitgaaf van mijn verhalen ‘Waan’ (Gids) en ‘Een
kind’ (XXe eeuw)5 met hem bespreken.
Of u echter daarop iets van hem zal horen durf ik niet beloven.
Hoogachtend teken ik:
Marc. Emants
