14 Oktober 1904 Parkstraat 10a
den Haag.
Geachte mevrouw,
Nog eens een brief van u te mogen ontvangen kan me slechts aangenaam zijn. Misschien schrijft u me dan o.a. eens wat uw zoon12 worden zal en wat voor een soort mens hij is.
U vindt mij ‘niet zo heel ongenaakbaar voor zo een groot man’. Ik ben er mij niet
van bewust ongenaakbaar te zijn en nog

Rudolf Loman aan de piano. (Collectie E. ter Braak.)
minder voor een groot man te kunnen of te willen doorgaan. Jammer vind
ik het, dat u uw opmerkingen en ervaringen niet meer plasties - om bij dat woord
te blijven - wil ver-
werken. Misschien is u 't met mij oneens, maar ik vind, dat een schrijver zo goed als uitsluitend voor zijn eigen bevrediging werkt en werken moet. Snijdt men zich nu een weg af om tot die bevrediging te komen, dan moet de ontevredenheid met zich zelf daardoor toenemen. Dit meen ik als waar te mogen aannemen zelfs als men iemand is, die de zelfbevrediging nooit volkomen bereikt. Streven zelfs is reeds iets goeds; want streeft men niet, dan wordt men zo licht een prooi van de verveling, van het ‘grübeln’ of van andere kwalen.
De beschrijving van uw levensdrama heeft mij zeer getroffen,

Uit een schetsboek van Rudolph Loman jr.: een portret van zijn
moeder en een portret van zijn vader. Het laatste is wellicht getekend
door zijn moeder. (Collectie E. ter Braak.)
al heeft u mij niet alles - wat te begrijpen is - onthuld. Slechts één ding zou ik nog wel willen vragen. Was uw man Engelsman van geboorte of had hij alleen Engelse simpatieën?
U vraagt mij of ik veel van dieren houd.
Ziehier mijn antwoord: ik ben 't eens met de schrijver, die zei: à mesure que je vois les hommes je préfère les bêtes;13 maar ik zie toch in de dieren dezelfde jaloezieën, dezelfde haat, dezelfde driften enz: die ook het leven van de mensen verbitteren. Ik geloof niet in lieve duifjes of zachte lammeren en ik houd niets van blaffende honden. Voor katten voel ik 't meest ofschoon ik die dieren zeer egoïst vind. Ik geloof, dat de genegenheid van een man voor een kat niet vrij is van zinnelikheid.
Over me zelf schrijven... neen, dat kan ik niet.
Ik hoop, dat Warendorf u vertaalwerk zendt; maar ‘veel beloven en weinig geven doet de kinderen in vreugde leven’ is een motto van alle uitgevers. Dus raad ik u nu en dan eens aan te dringen.
U schrijft opeens in de vereenvoudigde. Het zal Dr. Kollewijn14 genoegen doen; maar als u 't goed wil doen, moet u kopen de Woordenlijst van de vereenvoudigde uitgegeven bij Tjeenk Willink te Zwolle.15 U zal daaruit zien, dat ‘angaazjement’ niet langer wordt voorgeschreven.16
Voor uw vertaalwerk zal de vereenvoudigde vooralsnog een hinderpaal zijn. Uitgevers en lezers hebben er niet mede op. Ik houd vol, omdat ik nu eenmaal koppig ben en niets geef om sukses; maar ik weet, dat mijn spelling tal van lezers afschrikt.
Hoe treurig voor u dat doof-zijn! Ik ken mensen, die doof zijn17 en weet dus hoe die kwaal hen alleen doet staan. Moest ik kiezen, dan was ik nog liever blind.
Gelukkig schijnt u niet te behoren tot de zwartgalligen. Ik zou mij in uw positie veel rampzaliger gevoelen.
Intussen teken ik hoogachtend:
Marc. Emants
