terug  begin  verderprepost

11
30 Mei 190560
Marcellus Emants aan Gonne van Uildriks

Albisbrunn, 30 Mei 1905

 

Geachte Mevrouw,

Met uw mening, dat zieken van andere zieken nog wel wat leren kunnen ben ik 't geheel eens. Evenwel, niet alle zieken lijden aan hetzelfde ook al draagt hun kwaal een zelfde naam. Er bestaan veel soorten van jicht. Heeft nu uw vriend61 mijn jicht? Dat is de vraag. Mijn jicht is niet de akute, maar de erfelike en chroniese.

Ziehier de symptomen. Knakgeluiden in de gewrichten sedert vele jaren. Verdikkingen* in de hals en de schouders. Een stijfheid in de arm bij sommige bewegingen en het tillen van zware voorwerpen. Pijnen heb ik nog zeer weinig. Soms doet die arm mij pijn. Dat alles beduidt nog niet veel; maar de toekomst ziet er leliker uit. Ik wil dus graag weten wat uw vriend heeft gedaan om te genezen en zal u zeer verplicht zijn, indien u hem eens schrijven wil. Met mijn vrouw gaat het wel iets beter, maar dat iets is toch nog bedroevend weinig. Zonder hulp kan zij niet op haar benen staan. Ik rijd haar dageliks in een rolstoel rond.

Ik schreef u eens: ‘dat is niet zo eenvoudig als u met uw... ja waarmede... denkt.’ U weet niet wat die stipjes betekenen

[p. 55]

en is ongerust over hun betekenis.

Wel, ik wilde u eenvoudig onder de ogen brengen, dat ieder mens, ook u, niets anders heeft dan zijn verstand om mee te denken. U kan u wel inbeelden te denken met uw gevoel, maar in de grond doet u dan niet anders dan uw verstand laten kontroleren door uw gevoel wat in de regel voor de zuivere werking van het verstand niet bevorderlik is.

U schrijft: ‘als ons instinkt het leven wil en als ons verstand niet meer kan dan naspeuren, waartoe het instinkt ons drijft... waar blijf je dan met dat niet-het-leven-willen?’

Zeer juist geredeneerd; maar ziet u niet in, dat het verstand zich hoe langer hoe meer emancipeert van het instinkt en begrijpt u de mogelikheid niet, dat eenmaal dit verstand geheel vrij er in slagen zal de wil te doden. Ziedaar mijn oplossing, die wij echter niet meer zullen beleven.

Ik schreef u, dat ik geluk zou willen zoeken als geluk verstompt en dat vindt u vreemd. U zegt, dat ik dan geen schrijver meer zou kunnen zijn. Maar denkt u dan, dat ik het gelukkig vind schrijver te zijn? Ik vind, ik zie, dat de stompzinnigste, gevoelloosste mensen tevens de gelukkigste mensen zijn. Wilde ik dus eenvoudig gelukkig zijn, dan zou ik zeker die verstomping moeten zoeken.

U schrijft: Nog slechts wat meerder moed Enz. Maar nog nooit is 't mij duidelik geworden, wat voor mooi's of goeds er in steekt de ellende van het leven blijmoedig en flink te dragen.

In mijn binnenste is een voortdurend verzet en ik vind eenvoudig, dat ik daar voldoende reden voor heb. Heeft het leven met zijn ellende een doel, dan noem ik 't een schandaal van mij te eisen, dat ik naar een doel zal streven, dat zorgvuldig voor mij verborgen wordt gehouden. -

Ik schrijf in de zon op een balkon en mijn tafel wiebelt. Dus schrijf ik nog onleesbaarder dan anders. Laat uw zoon veel liever tekenen dan aan letterkunde doen. Het laatste is een beroerd vak in een klein land. De vereenvoudigde dringt het meest door onder de onderwijzers van de lagere school. M.a.w. de volgende generatie zal wel vereenvoudigd gaan schrijven. De argumenten tegen de vereenvoudigde komen

[p. 56]

mij ongelofelik dom voor.62

Het begint te regenen. Ik moet mijn vrouw naar binnen helpen. Ja, neem me niet kwalik, dat ik u deze onvergefelik slordige brief durf zenden, maar nu ik kamenier en ziekenverpleegster en ook nog mari de la reine63 ben, heb ik haast geen kwartier meer achtereen om rustig te blijven bij een of ander werk. In de Belle Hélène zegt Calchas que voulez-vous quand on ne peut pas.64 Het is nu eenmaal niet anders en ik zend in 's hemelsnaam mijn brief met mijn verontschuldigingen aan u af.

Hoogachtend

Marc. Emants

60Adressering: Mevrouw G Loman / Van Uildriks / Egmond a/d Hoef / Holland. Vertrekstempel: Sihlbrugg-Station 31.V.05. Aankomststempel: Egmond a/d Hoef 2 Jun 05 8-12 V.
61Afgaande op de volgende brieven is waarschijnlijk een van Gonne Loman-van Uildriks' zwagers bedoeld.
*Knobbeljicht.
62Emants bestrijdt onder andere tegenstanders die de nieuwe spelling ongewoon vinden, die bang zijn dat de vereenvoudigde spelling de taal zal verarmen of platheid in de hand zal werken, die vrezen dat ze anarchisme in de spelling brengt en dat ze het aanleren van de taal door kinderen en vreemdelingen zou belemmeren.
63De echtgenoot van de koningin.
64‘Wat wil je, als je niet kunt’, een uitspraak van de hogepriester Calchas, de sleutelfiguur in de operette La belle Hélène (1864) van Jacques Offenbach (1819-1880).
prepostterug  begin  verder