terug  begin  verderprepost
[p. 61]

13
31 Juli 190574
Marcellus Emants aan Gonne van Uildriks

31 Julie 1905 den Haag

 

Geachte Mevrouw,

Met hartelike dank zend ik u Platland terug. Oprecht gezegd bevalt het boek me volstrekt niet. Voor een toespeling op onze toestanden vind ik het te onbeduidend; voor een schildering van andere mogelike toestanden vind ik het... ja, eigenlik ook te onbeduidend.

Onbegrijpelik vind ik het in 't geheel niet. Wie een beetje aan mathesis heeft gedaan, weet ik ook dit wel...[sic] Trouwens Zöllner75, Hellenbach76 en andere spiritisten hebben reeds dergelike betogen geleverd. Zij menen, dat wij na onze dood in de vierde dimensie verzeilen, wat wel mogelik is.

U wil weten wat ik versta onder geluk. Ik zal 't u zeggen. Voor mij is geluk een leeg woord, waarbij geen mens presies weet wat hij zich moet denken. Het beste wat wij verkrijgen kunnen is bevrediging van een of meer neigingen of verlangens. Maar omdat elke bevrediging een nieuwe behoefte schept, zijn wij ten slotte nooit volkomen bevredigd. En waren wij volkomen bevredigd, dan zouden wij al weer niet gelukkig zijn omdat die bevrediging niets anders zou doen dan ons vervelen. U zoekt het geluk in de abnegasie. Wel, die Buddhistiese leerstelling wil ik gaarne onderschrijven. Maar u verkondigt daarmee een zeer pessimistiese levensopvatting. Immers het individuele leven is de verwezenliking van de levenswil. Moet dus die wil iets wat naar geluk zweemt, vinden in de abnegasie, dan moet die wil zich zelf verloochenen of met andere woorden de overtuiging koesteren, dat zelfbevrediging geen bevrediging schenkt en met nog andere woorden dat te willen leven een onzinnigheid is. U zegt: leef voor een ander. Heel goed. Wie te veel instinktieve levenswil heeft om er uit te kunnen stappen, zal ongetwijfeld wel doen met voor anderen te leven. Maar in plaats dat ik leef voor mijn vrouw en mijn vrouw voor mij enz. uitsluitend omdat wij wil-

[p. 62]

len ontsnappen aan ons egoïsme zou het toch veel verstandiger zijn, dat wij besloten allebei niet meer te willen leven. Op die manier zou de ontsnapping veel deugdeliker zijn. Buddha heeft nog altijd gelijk zo min mogelik voor je zelf begeren, dat is het beste. Begeren voor een ander is ten slotte toch ook een begeren voor je zelf. Begeer dus hier in 't geheel niet. Evenwel... doe 't maar eens. De natuur houdt je vast met allerlei instinktieve neigingen. Voortdurend worden je droombeelden voorgespiegeld. Voortdurend wordt [sic] je misleid.

U noemt het kinderachtig en dom verbitterd te zijn jegens een almacht, die ons niet zegt naar welk doel we moeten streven. Ik neem geen almacht aan. Mij komt die hypothese zinledig voor. Maar zeker zou ik de almacht idioot moeten noemen, die verlangde dat wij naar een onbekend [doel] zouden streven. Zo iets is gewoon onzin. Als ik op reis ga zonder te weten waarheen ik moet of wil gaan, voor welke spoorlijn moet ik dan mijn biljet nemen? Ik kan alleen in zo verre een doel aannemen als misschien het leven in zijn geheel zich min of meer (zeer min) duidelik bewust is van naar een zeker punt te evolueren. Dit doel kan dan evenwel geen individueel doel zijn, maar is m.i. juist het algemeen-niet-meer-willen-leven = de ondergang van het instinkt of van de levenswil.

U zegt: wie mildelik geeft enz.77

Daar merk ik in de praktijk niets van. In de Bijbel staat echter: van wie niet heeft zal genomen worden.78 Die dwaasheid wordt inderdaad zoveel mogelik tot werkelikheid gemaakt.*

U zegt: de zelf-arbeidende bezit op zijn gebied over een ervaring, die anderen missen.

Dat zal wel waar zijn, maar... als hij nu met die ervaring ook maar... op zijn gebied blijft,

U vindt het dus niet mooi, maar eenvoudig prakties je groot te houden in ellende of smart.

Nu ja, daar kan ik in komen, maar de mensen vinden 't mooi. Dat noem ik dwaas.

U benijdt het geluk van Dr Vitus Bruinsma79 niet. Och, niemand benijdt het geluk van een ander. Op de keper

[p. 63]



illustratie
Omslag van Edwin A. Abbott, Platland. Een roman van vele afmetingen. Door een vierkant. 4e druk, J. Emmering, Amsterdam 1920.

beschouwd willen de mensen wel altijd iets van anderen hebben (geld, schoonheid, jeugd, gezondheid) maar nooit wil iemand met pak en zak oversteken.

Dit bewijst wel, dat alleen het domme instinkt ons betrekkelik tevreden met ons zelf doet zijn.

De strijd van sommige mensen voor aanstellerige eenvoud

[p. 64]

vind ik al even zot als de strijd voor het tegendeel. De werkelik eenvoudige is, dunkt mij, van zelf... natuurlik en valt dan noch door iets opzichtigs, noch door iets gedwongen eenvoudigs in het oog.

Waarom niet leven en laten leven? zegt u. Ja, dat ben ik geheel met u eens. Gesteld eens, dat zo'n drijver voor zijn eigen mening volkomen zijn zin kreeg, wat zou de wereld er aan verveling door vooruitgaan!

Mijn enige broer80 is aan tuberculose gestorven, evenals mijn enige zuster.81 Toch was er geen tuberculose in de famielie. Ik ben de enige van al zijn kleinkinderen die mijn grootvaders jicht erfde. Op de wetten van de natuur valt ook al niet te rekenen.

Ondertussen krijg ik voor mijn jicht de tegenstrijdigste raadgevingen. Koud en warm water, geen eieren, juist alleen eieren, veel zweten, niet zweten enz. enz. Gelukkig kan ik behalve mosterd, rode kool en suikerijlof82 zowat alles eten. Ik heb dus in 't geheel [geen] moeite mij van enkele dingen te onthouden. Evenwel - op reis zal de zaak lastiger worden. Natuurlik niet op de grote plaatsen, waarheen de Heer Lohman [sic] uitsluitend schijnt te reizen, maar in de bergen of in Tunis, Algiers en dergelike landen.

En dan is het nog hard de vraag of al die maatregelen iets zullen baten. Tegen erfelike kwalen baat meestal niets.

Dank voor uw belangstelling in de toestand van mijn vrouw. Zij kan nu - met omzwachtelde benen - wel weer lopen, maar in orde zijn die benen nog in 't geheel niet. Zij moet nog gemasseerd en geëlektrieseerd worden. Bovendien moet de tijd haar te hulp komen. Die helpt altijd, al helpt ie ten slotte je verder dan je verlangt.

Intussen teken ik hoogachtend:

Marc. Emants

74Adressering: Mevrouw G Loman / van Uildriks / Egmond a/d Hoef. Vertrekstempel: 's Gravenhage 31 Jul 05 9-10 N. Aankomststempel: Egmond a/d Hoef 1 Aug 05 8-12 V.
75De astronoom en fysikus Johann Karl Friedrich Zöllner (1834-1882) publiceerde in 1878-1881 Wissenschaftliche Abhandlungen. Hierin gaf hij spiritistische en hypnotische studiën en verdedigde hij het bestaan van een vierde dimensie.
76De filosoof en politicus Lazar von Hellenbach (1827-1887) behandelde de vierde dimensie in het tweede deel van zijn Die Vorurtheile der Menschheit, Wien 1879.
77Wellicht citeerde Gonne Loman-van Uildriks in haar brief Jacobus 1:5 ‘En indien iemand van u wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begeere, die een iegelijk mildelijk geeft, en niet verwijt; en zij zal hem gegeven worden.’
78‘Want so wie heeft, dien sal gegeven worden: ende wie niet en heeft, van dien sal genomen worden ook dat hy heeft’ (Markus 4:25).
*Ik meen 't daarover al eens gehad te hebben.
79De politicus, natuurkundige en publicist Vitus Bruinsma (1850-1916) woonde samen met zus Frederike van Uildriks.
80Gerardus Henri Emants (1857-1893).
81Isabella Cornelia Henriëtte Elisabeth Emants (1851-1866).
82D.i. cichoreilof.
prepostterug  begin  verder