terug  begin  verderprepost
[p. 65]

14
30 Augustus 190583
Marcellus Emants aan Gonne van Uildriks

30 Augustus 1905 den Haag

 

Geachte Mevrouw,

In dank zend ik u Scherr84 terug. Ik vermoed nu dat u gelijkenis tussen hem en mij ontdekt in ons beider ijveren tegen wat ik maar klerikalisme zal noemen; maar let wel op, dat Scherr te velde trekt tegen een kerk en de priesters van de kerk, terwijl ik opkom tegen al wat is geloven. Nu weet ik wel, dat het geloof ook op goede dingen kan wijzen (bijv. troost in het ongeluk) en ik weet ook, dat wetenschap ten slotte op axioma's of grondwaarheden steunt, die men maar aan moet nemen oftewel geloven; maar...

Het geloof heeft veel meer kwaad gesticht dan goed (zie alle godsdienstoorlogen, de Inquisitie85 en de antithese86). Troosten kan men even goed of even slecht zonder geloof.

Het geloven in grondwaarheden, die onbewijsbaar zijn, maar waarop een wetenschap steunt, welke ieder ogenblik aan de ervaring kan getoetst worden, staat volstrekt niet gelijk met het geloven in allerlei zaken, waarop niets steunt en welke men juist nooit toetsen mag aan enige ervaring. Bovendien verhindert elk geloof alle vooruitgang (zie Spanje, België, en alle Mohammedaanse landen + China). Ik zou het woord geloven uit alle woordenboeken willen schrappen behalve in de betekenis van niet-zeker-weten.

En toch ben ik geen materialist. Integendeel houd ik het geestelike voor de kern van alle dingen.

Over het spiritisme raad ik u aan te lezen de handleiding van H.N. de Fremery.87 Ik bezit het boek niet. Anders zou ik het u zenden gelijk ik u Op reis door Zweden88 ter lezing toestuur.

Het Toekomstig leven89 is in de laatste tijd wel beter geworden, maar voor mij toch nog te weinig dor wetenschappelik. Mijns inziens is de voornaamste vijand van het spiritisme al weer de geloverij.

Ik bewonder u, dat u Latijn heeft geleerd en... niet vergeten

[p. 66]

en ik bewonder ook uw geestkracht betoond bij het kopen van grond te Loosduinen. Ik heb ook Latijn geleerd en zelfs nog beter Grieks, maar wat weet ik er nog van? Zo goed als niets. Och, had ik toch alles onthouden wat ik heb geleerd! De geleerden zeggen dat het nog berust in het archief van mijn subliminaal bewustzijn. Nu wil ik dat wel geloven of liever op hun gezag voor bewezen aanzien, maar wat heb ik er aan? Wat heb ik aan boeken in een afgesloten boekenkast?

U zegt, dat ik bij het leven voor anderen denk aan het leven van man en vrouw.

In hoofdzaak ja; omdat ik zo verbazend weinig altruïsme bezit; maar toch niet geheel. Van de andere kant beschouwd deel ik uw mening niet dat men in het huwelik uitsluitend zelfbevrediging zoekt. Waar dit het geval is loopt het huwelik ongetwijfeld mis. M.i. is er juist vrij veel altruïsme nodig om het dageliks samenzijn te kunnen volhouden. De weldoener, die een armoedig huisje achter zich dicht sluit en dan weer kan leven naar zijn zin heeft m.i. van dit altruïsme veel minder nodig. Daarbij komt dat altruïsme oftewel zelverloochening ten slotte toch alleen geluk geven als zij zijn neigingen, die willen bevredigd worden. Wie zulk een neiging niet heeft vindt er toch geen geluk door.

U zoekt het doel van het individuele leven in het leven voor anderen. Nu ja, prakties is dit wel zo, maar hoe bespottelik is 't, dat A voor B en B weer voor A moet leven. Ongelukkig is 't ook, daar A toch altijd meer kans heeft B dan zich zelf te verliezen.

De heilsoldaten vinden volgens u het geluk. Best mogelik; maar keurt u 't nu goed, dat er hondertallen mensen ongelukkig moeten zijn om een paar heilsoldaten gelukkig te maken?

Peter de Kluizenaar90 preekte zijn volkje bij elkaar en had geen retourkaartje Jerusalem nodig. Zeker; maar wat Peter de Kluizenaar wilde hebben de Christenen nooit bereikt. Naar welk doel streeft de mensheid. Weet u dat? Voorlopig naar het socialisme? Best. Maar dan? En zal het socialisme een vooruitgang zijn? Ja? Waar heen dan? Naar welk einddoel? Brengt het ons niet van de goede weg (waarheen?) misschien ver

[p. 67]

af? Ik blijf er bij, dat alle streven onzin is zolang men niet weet waarheen gestreefd moet worden. En het beduidt niets als antwoord op die vraag te wijzen op kleine verbeteringen in de maatschappij. Doel van het leven, dat is de vraag. De vraag, die niemand kan beantwoorden. Noemt u een wereld waarin dat doel scherp begrensd aangewezen zou zijn een onzinnigheid, welnu dan kom ik terug tot mijn stelling, dat het leven altijd onzinnig is hoe men 't ook beschouwt. En in dat leven doet men altijd verkeerd of men rechts gaat dan wel links, vóór of achteruit.

Het mysterie? Wel, voor mij is alles mysterie wat ik nog niet weet. Dus is eigenlijk alles mysterie. Maar ik neem geen mysterie aan, dat zogenaamd geopenbaard wordt. Dat houd ik voor verwaande inbeelding.

Als samen-leven liefeliker is dan samen sterven dan wordt de dood iets ontzettends. Dan is het leven dus al weer niet goed, omdat die dood altijd dreigt.

Maar nu genoeg gefilosofeerd.

Hoe komt u er toe te Loosduinen te willen wonen, omdat uw zoon te Delft moet studeren.

Ik houd veel van beweging in de vrije lucht en loop dageliks mijn anderhalf uur; maar als ik uw zoon was zou ik dat heen en weer getrek tussen Loosduinen en Delft grote tijdverknoeiing noemen. Denkt hij anders? Of werkt hij misschien zó vlug, dat er voor hem geen tijdverspilling bestaat?

Wat mij zelf betreft, eerstdaags ga ik met mijn vrouw naar Berlijn om haar familie eens op te zoeken. Aan dit uitstapje hoop ik vast te kunnen knopen een tochtje naar enkele badplaatsen aan de Oostzee, die zeer mooi moeten zijn. Van de Noordzee houd ik niet. Die is mij veel te onvriendelik, grauw en onherbergzaam. In 't algemeen houd ik meer van de bergen dan van de zee. Het aanhoudende geblaas, dat men wind noemt, ergert me steeds. Ik voel 't als het zinneloze getreiter van een idioot. In andere landen kan een mens op zijn balkon rustig een brief schrijven. In ons land wordt zijn papier altijd weggeblazen.

Intussen teken ik hoogachtend

Marc. Emants

83Adressering: Mevrouw G Loman / van Uildriks / Egmond a/d Hoef. Deze enveloppe heeft geen postzegel en was waarschijnlijk ingesloten in een pakje.
84Mogelijk betrof het Scherrs Geschichte der Religion (1855-1857).
85Kerkelijke gerechtshoven tegen ketters, opgericht in 1231, extra berucht geworden in de zestiende eeuw door het gebruik van de pijnbank.
86De door Abraham Kuyper opgekweekte tegenstelling tussen christelijke en niet-christelijke beginselen in de politiek.
87H.N. de Fremery, Handleiding tot de kennis van het spiritisme , Bussum 1904.
88Het in 1877 voor het eerst in boekvorm verschenen verslag van de reis die Emants in 1875 door Zweden maakte na de dood van zijn eerste vrouw.
89 Het Toekomstig Leven was, zoals de ondertitel aangeeft, een ‘halfmaandelijksch tijdschrift gewijd aan de studie van het spiritisme en aanverwante verschijnselen’.
90Peter de Kluizenaar leefde in de elfde eeuw. Hij werd geboren in Amiens, was krijgsman, maar werd na de dood van zijn vrouw kluizenaar. Tijdens een pelgrimstocht naar Jeruzalem nam hij kennis van de onderdrukking van de christenen door de Saracenen. Hij ijverde voor een kruistocht om de heilige plaatsen in Palestina op de muzelmannen te veroveren. Hij trok met een leger op, maar moest na een nederlaag in Hongarije onverrichterzake terugkeren. Vervolgens voegde hij zich bij het leger van Gotfried van Bouillon dat in 1099 Jeruzalem veroverde. Hij was kort stadhouder, maar keerde terug naar Europa waar hij een klooster stichtte te Hoei.
prepostterug  begin  verder