27 Nov. 1905 den Haag
Geachte Mevrouw,
U schrijft in uw brief van 26 Okt: ‘het zou interessant zijn eens presies te kunnen volgen wat er omgaat in het hoofd van een ezelachtig kritikus, die dit (mijn opstel in Groot Nederland) leest.’ Ja, presies weet ik het niet, maar wel ongeveer. Ik kreeg namelik een exemplaar van het blad De hofstad mij toegezonden, en daarin verklaart een anonymus dat ieder, die enigszins geschoold is in het logies denken getroffen moet zijn door het onzuivere van mijn redenering.95
Wat u mij schrijft van die leraar in het Nederlands op de H B S te Alkmaar96 is ook zeldzaam onartistiek dom. En zulke mensen worden aangesteld tot voorlichters van de jeugd. Als droog zand hangen hun gedachtetjes aan elkaar.
Domheidsmacht komt in het voorjaar van 1906 uit.97 ik hoop dan in Tunis te zijn. Ja, daar heb [ik] ook 't nodige mee ondervonden. Ik heb er 't een en ander - lang niet alles - van meegedeeld in de Voorrede. Men heeft dadelik gegist, dat ik van dit stuk de schrijver was; maar men heeft ook andere namen genoemd als Heyermans, Lapidoth, de Koo, de Wijs, van Nouhuys.98 't Was inderdaad wel vermakelik. Wat mij vooral vermaakte was de journalisten, die mij kwamen ‘interviewen’ er in te laten lopen met een nietszeggend praatje. Zij geloofden dan, dat ik iets had ontkend en moesten toch later erkennen, dat ik in 't geheel geen antwoord had gegeven. En het mooiste van de geschiedenis was wel, dat ik de Raad van Beheer er in heb laten lopen. Die had in 1898 verklaard geen stuk meer van mij te willen spelen.99 Nu hebben de heren toch een stuk van mij gespeeld - zonder 't te weten - en er zelfs goed geld mee verdiend.
Op dit ogenblik heb ik een stuk klaar, waarin het spiritisme voorkomt. Twee gezelschappen hebben 't al geweigerd;100 het ene zonder opgaaf van redenen, het andere uit vrees

Omslag van Marcellus Emants' toneelstuk
Domheidsmacht
, Van Holkema & Warendorf, Amsterdam 1907. (Collectie
Koninklijke Bibliotheek.)

Eerste pagina van de voorrede van Marcellus Emants bij Domheidsmacht. (Collectie Koninklijke Bibliotheek.)
voor te weinig belangstelling in het spiritisme bij het grote publiek. Als nu het derde gezelschap het stuk ook nog weigert, moet ik het in een tijdschrift plaatsen.
U zegt, dat een mens wel van zijn volk houden moet. Ik weet niet of dit voor anderen waar is; maar voor mij toch niet. Ik kom nooit met een aangenaam gevoel in mijn land terug en ik kan met vreemden veel beter opschieten dan met Nederlanders.
Met geweld onderdrukt ongeduld is lang niet hetzelfde als natuurlike lijdzaamheid. Daar heeft u wel gelijk in en dat maakt mij altijd zo wantrouwend tegenover alle mensen, die mooie eigenschappen niet van nature bezitten. Wel beschouwd moesten die mensen juist hoog aangeschreven staan, omdat ze zich dan toch verbeterd hebben. Ik voel in die verbetering echter altijd onnatuur en huichelarij. Moeten we dan maar brutaalweg met onze fouten voor den dag komen? Ik zou haast zeggen: ja. Ook deel ik uw mening aangaande de mensen, die het lorrige[?] van andere mensen niet willen zien. Die mensen gaan evenwel algemeen voor zeer goed door. Dat antwoord van uw zwager: ‘Ru is niet oppervlakkig omdat hij in 't schaken diepe combinaties maakt’101 is wel de moeite waard. Wat denken de meeste mensen toch onlogies! U zegt, dat het geloof in elk geval een machtige beweegkracht is geweest. Juist... is geweest. Nu werkt die kracht ook nog wel; maar niet meer ten goede en niet meer zo krachtig.
Al uw Zweedse zinnen heb ik tot mijn verbazing nog verstaan. Ik heb evenwel de vreemde woorden niet meer tot mijn beschikking.
Houdt u niet van Edgar Poë?102 Ik wel.
Van Zweeds houd ik... voor vrouwen. Voor mannen komen er mij te veel klanken als è, ö enz. in voor. Dat miauwt een beetje erg.
Heeft u het verschil in uitspraak al beet tussen y, ù en ü. Dat heb ik nooit goed gesnapt.
U veel sukses toewensend op uw vertaalwerk teken ik hoogachtend:
Marc. Emants
N.B Ook het derde gezelschap heeft mijn toneelstuk geweigerd. De direksie wil 't graag spelen als ik het spiritisme er uit werk. M.a.w. ik moet eerst van een tijger een kikvors maken. Dat kan ik evenwel niet.