terug  begin  verderprepost

21
1 Oktober 1906150
Marcellus Emants aan Gonne van Uildriks

den Haag 1 Oktober 1906

 

Geachte Mevrouw,

Nu we weer een kleine week lang in huis hebben doorgebracht en de rommel van de reis plus de nieuwgevonden huisrommel zo wat opgeredderd zijn kan ik uw brief van 27 Augustus gaan beantwoorden. Het doet me genoegen, dat uw nieuwe woning u medevalt, maar dat u zo luchtig kan denken over het gebrek aan een goede toegangsweg verwondert me. De moeder van mijn overleden vrouw151 bewoont in den Haag een mooi huis, dat evenwel alleen te bereiken is over een omgroende oprit. Dat staat lief; ja wel; maar als 't geregend heeft of begint te dooien, moet ik alleen voor die ellendige oprit overschoenen aantrekken. En als men nu eens alle toegangen u afsnijdt? Gaat u dan per ballon uit?

U vraagt of ik al eens ‘slooie’ voor sloten heb gehoord. Neen; dat niet. Maar toen ik een poos geleden bij mijn tandarts aanbelde, vroeg mij de knecht of ik was ‘bestolen’ (voor besteld).

Het zou mij spijten als uw zoon u ging tegenvallen, maar ik geef u gelijk dat u hem door eigen ondervinding wil laten leren.

Ik geloof niet dat een mens op een andere manier ooit iets leren kan. Er zijn zelfs mensen die ook door eigen ondervinding nog niet wijzer worden.

Ik hoop, dat u 't niet heel erg vindt als ik u zeg, dat het boek van Wells152 mij niet biezonder aanstaat. Al geef ik ook alles toe wat u er van zegt, dan nog blijft voor mij die ‘would-be’ aardige toon (die Dickens toon) onverdragelik. Ook is 't mij

[p. 97]

te oppervlakkig. Tegen uw vertaling heb ik niet veel in te brengen. Kleine aanmerkingen zal ik maar voor me houden en een vergelijking met het oorspronkelike heb ik niet gemaakt. Gemakkelik en aangenaam leesbaar is uw vertaling zeker.

Wat mijn spiritisties stuk betreft, ja, dat ligt te rusten en te wachten. Vermoedelik zal ik moeten eindigen met het in een tijdschrift te plaatsen. Van Waan is in de Neue Zürcher Zeitung een vertaling (als feuilleton) verschenen.*

Het verblijf in Zwitserland heeft mijn vrouw zeer veel goed gedaan; maar wij hebben dan ook vijf weken lang onafgebroken prachtig weer gehad. Pas daarna is 't een beetje begonnen te regenen en dat nog wel meestal des nachts. Dat is nu eens een meevaller geweest, maar tal van tegenvallers staan er tegenover. Ik zal er u niet mee vervelen. Nu staat de winter weer voor de deur en ik voel, dat die winter mij elk jaar zwaarder begint te wegen. Hoe langer hoe meer haat ik koude, regen, wind en sombere dagen.

U bewaart toch mijn brieven niet. Ik geloof wel niet, dat iemand er ooit aan denken zal ze te laten drukken; maar er wordt al zoveel onzin van iemand gedurende zijn leven verteld, dat ik ongaarne de mensen in staat zou stellen uit niet voor openbaarmaking bestemde brieven nog meer onzin omtrent mij na mijn dood te distilleren. Dus als 't u blieft: verbranden.

Al denk ik over Wells minder gunstig dan u, toch houd ik mij aanbevolen als u weer eens iets tegenkomt, dat naar uw mening mij zou kunnen bevallen.

Intussen hoop ik, dat u nog altijd met uw Loosduinens huis tevreden is en dat deze brief u in gezondheid zal aantreffen.

Hoogachtend teken ik:

Marc. Emants

[p. 98]


illustratie
H.G. Wells. (Foto: L. Caswall Smith.)

150Adressering: Mevrouw G Loman / van Uildriks / Madeland / Loosduinen. Vertrekstempel: 's Gravenhage 2 10 1906 9-10 N. Aankomststempel: Loosduinen 3 Oct 06 [...].
151Nicola Henriëtta Verniers van der Loeff-Grobbee (1830-1910).
152De liefde en de heer Lewisham.
*Een nagelaten bekentenis is afzonderlik vertaald onder de titel Bekentnisse eines Dekandenten (door Rhea Sternberg).153
153 Het Vaderland meldde op 10 september 1906 dat Waan op dat moment bezig was te verschijnen als feuilleton in de Neue Zürcher Zeitung in een vertaling van F. Böninger. De vertaling van Een nagelaten bekentenis verscheen in 1906 bij Rich. Eckstein Nachf. te Berlijn.
prepostterug  begin  verder