Waarde Mevrouw E. Nu ik tijd heb gehad om bedaard na te denken sedert uw bezoek, bemerk ik toch dat het beter zou zijn geweest, als ik u niet had beloofd de briefwisseling met uw man voort te zetten alsof er niets veranderd was. Want er is veel veranderd voor mijn gevoel. - Dat komt u vreemd voor, maar ik vrees dat ik er evenmin in zal slagen u dat schriftelijk duidelijk te maken, als het mij gelukken mocht het mondeling te doen. U moet het mij maar zonder verdere verklaring te eischen ten goede houden dat ik mij gedrongen voel den schriftelijken omgang met uw man af te breken... Ik weet het wel, dat die omgang uw volle goedkeuring wegdroeg, uwe invitatie om bij u aan huis te komen bewees dat immers; - maar toch... ik vind daarin nu geen genoegen meer. Laat het u desnoods een bewijs te meer zijn van de vreemdheid, die u reeds in mijne brieven heeft getroffen. En geloof mij als ik u verzeker aan uwe goede bedoeling volstrekt niet te twijfelen in dit geval. Met vriendelijke groeten174 de uwe
G. Loman