26 Februarie 1907 den Haag
Geachte Mevrouw,
Van het bezoek, dat mijn vrouw u heeft gebracht wist ik tot heden niets. Zij is een zeer zenuwachtige en zeer jaloerse persoonlikheid. In mijn ogen is jaloezie een ziekteverschijnsel, waartegen zo goed als geen kruid gewassen is. Openhartigheid is nog 't beste. Ik bood haar dus de lezing van uw brieven aan, maar zij maakte van dit aanbod slechts zeer zeldzaam gebruik. Waarom ze juist nu u eensklaps heeft bezocht weet ik niet. Ik weet echter wel, dat alle pogingen mij-


De kladbrieven van Gonne van Uildriks aan het echtpaar Emants.
(Collectie Letterkundig Museum.)
nerzijds om dergelike kwesties grondiger te behandelen en zo mogelik uit de wereld te helpen op minder aangename woordenwisselingen uit draaien.
Ik weet dus niets er op dan... het zwijgen er toe doen.
Dit doe ik dan ook bij deze.
Geloof mij met de meeste achting:
Marc. Emants
