16 Desember 1909
den Haag
Geachte Mevrouw,
Dat de kennismaking met mijn levensbeschouwing op u een gunstige invloed heeft gehad, vernam ik met veel genoegen. De gelovigen zullen dit niet kunnen of willen geloven, maar dat doet er niet toe. Ontegenzegglik is niet-zijn beter dan zijn, maar wie eenmaal is en de kracht mist om zijn levensinstinkt te smoren, die doet wijs zich zelf te zijn, zijn persoonlikheid driest uit te leven en zich om derden - voorzover hij die niet of zo min mogelik schaadt - niet te bekommeren.
Dat kan iemand in de eenzaamheid en ook in de omgang met anderen bereiken.
Wat mijn Maggie's en Louize's177 aangaat, och, kwam ik andere mensen tegen, dan zou ik die anderen uitbeelden. Zijn ze evenwel belangrijker? Misschien ja; maar al wat leeft is als levensvorm belangrijk genoeg.
Waarom ik 't nu bij deze ene brief laat, weet u. De omstandigheden zijn nog dezelfde.
Intussen wens ik u in uw eenzaamheid een tevreden leven en veel voldoening van uw zoon.
Hoogachtend teken ik:
Marc. Emants

