terug  begin  verderprepost

23 juli 1877

Sinds de dood van zijn vrouw zette E. het reizen alleen of in gezelschap van zijn moeder voort: in 1875 was hij naar Zweden geweest, in 1876 enkele maanden in Parijs, voorts in Monte Carlo en Noord-Italië. In het jaar van deze brief verbleef hij opnieuw drie maanden in Parijs en enkele maanden in Duitsland en Oostenrijk (van de tweede helft van juli tot eind september). - De Pool is een reismakker van E. geweest, die hij in een novelle nader heeft getekend. Deze novelle is Osinsky, verschenen in De Banier 1878, I blz. 192-240, later opgenomen in de bundel Monaco (W.C. de Graaff, Haarlem 1878). E. duidt deze figuur, die hij vermoedelijk tijdens zijn verblijf in Monte Carlo in 1876 heeft leren kennen, in zijn novelle aan als een ‘civis Polonus, omnibus par, nemini inferior’, (blz. 11-12). - De redacteuren van De Banier dineerden van tijd tot tijd met hun Haarlemse uitgever in een restaurant in de omgeving van Bloemendaal. - De Vlonderaars: ‘Het Vlondertje’ was een bierclubje van jonge kunstenaars, die bijeenkwamen in een café op de hoek van de Kettingstraat en het Gortstraatje in Den Haag; de redacteuren van De Banier, de schilder Théophile de Bock, Johan Gram e.a. behoorden, volgens Netscher, die er in de Hollandsche Revue (augustus 1900) een schildering van geeft in zijn Karakterschets van D.F. Scheurleer, tot de geregelde bezoekers. Ook Vosmaer kwam hier steeds. Een notitie van SK. op deze brief luidt, m.b.t. de Vlonderaars: ‘een eenmaal 's weeks vergaderende ('s winters) kunstenaarskring’. - Deze brief werd een eerste keer gepubliceerd door Haje in Den Gulden Winckel 1928 blz. 9.

[p. 20]


illustratie
Moeder van Emants

Carlsbad (Kaiserhaus) 23 Juli 1877

 

Amice,

Ondanks ten Brinks veelbeteekenenden glimlach was ik overtuigd dat het klimaat voor de helft schuld was aan het ellendige gevoel dat mij in den Haag plaagde. Twee bewijzen heb ik er nu nog bijgekregen 1o de uitspraak van den dokter, die meer dergelijke patiënten uit Holland heeft gehad 2o mijn eigen gevoel. Reeds in Keulen stond ik den morgen na mijn vertrek minder moe op en thans is alle spoor van moeheid geweken. Ook mijne slaperigheid is voor een derde deel weg. Goed doen zal de kuur in verband met de uitmuntende dennenlucht mij dus ongetwijfeld maar genezen niet, aangezien mijn zenuwgestel voor de andere helft de schuld draagt. Transigeeren zal dus voortaan mijn leus zijn namelijk in den zomer door berglucht en douches bijlappen wat in den winter is afgetakeld. In Holland blijf ik echter 's zomers niet meer.

Lollig is de kuur niet. Zij hangt van ‘entbehren sollst du, sollst entbehren’ aan elkaar. Verboden is het volgende: wijn, bier, brood, meelspijs, groente, vruchten, thee, koffie, liqueur, sterke drank, wild, visch, gekruide zaken, zuur, alle arbeid en alle emotie. Toch ga ik nu en dan naar het theater, maar dit is helaas nog slechter dan in Pyrmont. De amusementen zijn allermiserabelst, maar de omstreken overheerlijk. Ten 9¼ ga ik naar bed ten 5¼ sta ik op. Deze uren zijn volkomen naar mijn zin. Van 6-8 drink ik 's morgens 5 glazen zilt water en wandel daartusschen. Mijn ontbijt bestaat uit beschuit met melk, mijn diner uit soep en kalbsbraten met Grisshübler water, mijn souper uit schinken wederom met Grisshübler water. Om de twee dagen noem ik een volledige douche d.i. eene bespuiting van alle kanten met ijskoud water. Dat dit leven gezond is betwist ik niet, maar vermakelijk is anders en ik heb een ware Sehnsucht naar het uur mijner bevrijding. Ongelukkig is dit nog ver af want de kuur moet op zijn minst 4 weken duren.

En, nu hoe gaat het jou en hoe staat het met de mazelen? Als je zulk heerlijk weer hebt als ik zal die plaag wel gauw geweken zijn. Ik ben zeer verlangend er eens

[p. 21]

wat van te hooren. Van den Pool kreeg ik op nieuw een uitnoodiging naar Stiermarken te komen, maar daar ik Mama niet alleen naar huis wil laten trekken kan ik er weer geen gehoor aan geven. De laatste doet de Kissinger kuur en bevindt er zich eveneens zeer wel bij. Stel u voor dat zij daar woont in dezelfde villa en bij dezelfde menschen waar wij voor 19 jaar vertoefden. Hoewel men zegt dat een kinderoog altijd vergroot heb ik na negentien jaren Kissingen letterlijk onveranderd weergevonden. Niets is mij er mee of tegengevallen en ik liep er weer of ik eerst verleden jaar de plek had verlaten. Op mijn terugreis denk ik er nog een paar dagen te vertoeven. Er is iets onbeschrijfelijk aardigs in na zulk een tijdsverloop een plek weerte zien waarvan men aangename herinneringen heeft.

Wanneer wij in het eind van September terugkeeren dan hoop ik nog eens op een gezellig Banierdiner in het Bloemendaalsche bosch. Je begrijpt dat ik eenmaal uit deze gevangenschap vrijgekomen veel zal hebben van een losgebroken jongen hond.

Tot weerziens dus. Misschien krijgt ge nog één brief; misschien ook niets meer. Ik heb hier in 't geheel geen stof tot schrijven.

Groet vrouw en kinderen alsmede de Vlonderaars die gij bij toeval mocht ontmoeten.

Vergeef mijn grof schrift, maar ik heb geen inkt en schrijf met de plume magique.

 

tt

Marcellus Emants

prepostterug  begin  verder