‘Nebbel’ is zwitsers-duits voor ‘Nebel’. - De Impressions of Theophrastus Such zijn van de hand van George Eliot en verschenen in 1879. De vraag of het een imitatie moet zijn van La Bruyère kan bevestigend beantwoord worden: de oorspronkelijke titel van La Bruyère's - zonder auteursnaam verschenen - Les Caractères in 1688 luidde: Les Caractères de Théophraste, traduits du grec, avec les caractères ou les moeurs de ce siècle. Men zie hierover ook Cd Busken Huet,
Litterarische Fantasien en Kritieken, XXI blz. 58-59. - Lilith verscheen in september 1879. - Vorurtheile is de bekorte titel van een werk van de Oostenrijkse filosoof Lazar Freiherr von Hellenbach Die Vorurtheile der Menschheit, dat in drie delen in 1879 en 1880 verscheen en invloed vertoont van Schopenhauer, voor wie E. grote belangstelling koesterde. - De dichter F.L. Hemkes werkte vanaf 1878 als dichter aan De Banier mee tot aan de opheffing van het blad. - Toergenjef's Dunst verscheen voor het eerst in 1866. E. kende de Russische schrijver reeds, die hij in 1876 ontmoette volgens zijn eigen mededeling in zijn artikel over Toergenjef. Hij volvoerde zijn plan om met Toergenjef te corresponderen, al zijn er geen brieven bewaard gebleven. Arij Prins verzekert echter dat Van Santen Kolff, die een verzamelaar van autografen was, een brief van Toergenjef en van Taine aan E. bezat. Zie ook S.P. Uri, Leven en werken van Arij Prins, Delft, Waltman 1935 blz. 42. De studie over Iwan Turgenjew verscheen in Nederland 1880 I blz. 107-160. -‘Extra-domiciliair leven’: in 1878 was het gezin van SK. uit elkaar gegaan, omdat mevrouw J.H. Smit Kleine-Roquette, naar men uit de brieven van SK. aan zijn vriend Isaac Esser Jr. kan lezen, aan een zo grote onevenwichtigheid leed, dat deze aan krankzinnigheid grensde. Zij verbleef vanaf die tijd in Doetinchem. SK. woonde in Den Haag. - Eva, Adams tweede vrouw, is een zinspeling op ‘Eva’ (Eveline) Gesine Henriëtte Verniers van der Loeff, die op 10 juni 1880 E.'s tweede vrouw zon worden. - De in deze brief voorkomende Duitse woorden en zinnen zijn in Duits schrift geschreven.
Schmücke 8 Juli 1879
Amice,
‘Nebbel’ en niets dan ‘Nebbel’! Herinner je onzen dag op de Engstlenalp, maar stel je daarbij voor dat je alleen op dien berg zat. Het gezelschap nl. van een ouden vrijer met zijn twee zusters, die in een hoekje zitten te fluisteren, telt niet mede. Stel je voor dat je er een kamer hadt met één hoog licht, zonder tafel, zonder kan, zonder beddelakens, zonder kapstok, zonder iets van al de dingen, die in een hôtelkamer behooren. Stel je voor dat je er niets te eten kondet krijgen dan zuur brood, harde eyeren en schinken, die je niet aandurft uit vrees voor trichinen. Stel je voor dat je in een oogenblik van overijling je rijtuig weg hadt gestuurd en nu als zuster Anna naar eene gelegenheid zat uittezien om je koffer en je eigen persoonlijkheid naar een meer bewoonbaar oord te ‘befördern’. En indien je je dat alles goed hebt voorgesteld met de fantasie, die den waren kunstenaar zoo gelukkig van den gewonen sterveling onderscheidt, denk dan dat je kunstbroeder en vriend zich op dit oogenblik in het genot van al die heerlijkheid mag verheugen. Waarlijk, het is te veel op eens! Had ik jou gave om mijn indrukken van het oogenblik terstond op maat en rijm te kunnen brengen, de Banier zou verrijkt worden met een schitterend pessimistisch gedicht. Ongelukkig beval ik zoo gemakkelijk niet. Het voortbrengen is bij mij meer te vergelijken met het geduldig broeien van een kip. Zooals ge weet trok ik voor mijn gezond-

Fragment op ware grootte van de brief van 8 juli 1879
heid herwaarts. In den Haag kan ik 's zomers niets uitvoeren, terwijl ik mij er altijd slaperig en moede voel. In zooverre heb ik thans mijn doel bereikt dat ik mij veel aangenamer gevoel en vele dagen lang met succes (naar ik mij voorloopig verbeeld) heb gearbeid. Het weder echter is van dien aard dat ik elke wandeling met doorweekte schoenen en dito kleederen loopen moet, hetgeen ten gevolge heeft dat de ontworpen luchtkuur tot heden toe van zeer problematieken aard is geweest.
Ondertusschen heb ik de Impressions of Theophrastus Such gelezen en ben verbaasd geweest over de dunheid van dat boek. Moet het eene imitatie zijn van La Bruyère. Hierbij eenige vragen voor de Graaff. Krijg ik de Banier? Misschien is zij reeds op weg. Zoo niet dan zou het mij aangenaam zijn indien hij een exemplaar verzond naar mijn nieuw adres - dat ik je verzoek hem in allen gevalle te willen opgeven - Reinhardsbrunn (Thüringen) poste-restante. Wat naar een vroeger adres verzonden werd volgt mij. Vervolgens waar blijft Lilith? Por hem eens wat aan. Een mooien omslag krijgt hij in ons land toch niet. Ten derde: laat hij mij het tweede deel van de Vorurtheile sturen indien het nog gedurende mijne afwezigheid verschijnt.
Van Hemkes ontving ik hier een paar gedichten, waarvan er echter slechts hoogstens twee bruikbaar zijn. Hij gaat niet vooruit. Herwaarts reizende las ik Turgeniew's Dunst nog eens over. Wat een heerlijk werk is dit toch. Ik ben van plan eens met hem te gaan correspondeeren en dan een stuk over zijne werken samentestellen. Houd dit plan maar stil, anders is Jan Vlugpen alias Ten Brink mij voor, want ik werk zeer langzaam.
Ik voeg hier een aardig antwoord in dat ik in den trein door een ouden schalk aan zijn gebrilde, heftige echtgenoote hoorde geven.
Hij ‘Da hätte ich beinahe vergessen die Koffer aufzugeben.’
Zij ‘Ach Gott! Wie ging denn das zu’?
Hij ‘Ja, wie es zugeht wenn ich etwas vergesse das ist mir nie klar geworden’. En nu, amice, trekken de oude jufvrouwen met hun broeder ook af, je brief wordt aanstonds gehaald, ‘und ich bin allein geblieben wie ein einsamer Halm den der Schnitter vergessen.’
Buiten niets dan regen, doorweekte wegen en ‘Nebbel, Nebbel, Nebbel’!
Erg verlangend eens iets te vernemen omtrent je verdere ondervindingen in het maatschappelijk, huiselijk en extra-domicilair leven.
Misschien hebt ge mij ook iets aangaande de Banier te melden dat mij belang inboezemt. Mocht ge een paar zijdjes kunnen vullen dan beveel ik mij aan.
Je brief heeft mama zeer veel genoegen gedaan.
In het laatst der maand verwacht ik haar hier met Eva, Adams tweede vrouw. ‘Ende het geschiedde’, nu ja niemand ontloopt zijn lot. C'est la fatalité.
Adieu
tot later
tt
Marcellus Emants