Deze brief werd geschreven op E's tweede huwelijksreis, waarbij o.a. Zwitserland, Italië, Egypte en Nubië werden bezocht. Reisnotities hierover vindt men in Langs den Nijl. Aantekeningen van een toerist. W. Gosler, Haarlem 1884. - Het leven van De Banier is niet meer gerekt kunnen worden: 1880 was de laatste jaargang. - SK. die op 1 oktober 1868 als adjunct-commies aan het departement van Binnenlandsche Zaken was aangesteld - hij wijdde aan deze benoeming een feuilleton in de Nieuwe Courant van 21 november 1915 - kreeg op zijn verzoek in verband met zijn huiselijke omstandigheden eervol ontslag met ingang van 1 october 1880. Hij wijdde zich sindsdien geheel aan de letteren. Hij bleef eerst nog korte tijd in Den Haag, vertrok toen naar Haarlem en vestigde zich daarna in Maarsen. - Th. M. Tromp (zie de Biografische aantekeningen) was een gemeenschappelijke kennis in Den Haag en adjunct-commies als SK., maar aan het departement van Waterstaat. - Een nadere identiteit van mejuffrouw A. is mij niet bekend. - Mr. A. Wm. Jacobson, met wie de beide vrienden vermoedelijk omstreeks de Banier-tijd bekend raakten, maakte deel uit van het bestuur van het Nederlandsch Toneelverbond en had inderdaad een grote belangstelling voor het toneel, zoals kan blijken uit de opmerkelijke rubriek Dramatica, die hij voerde in het tijdschrift Het Nederlandsch Tooneel. Misschien slaat op hem ook de laatdunkende tussenzin? - De beide Kolff'en - de heren van Santen Kolff - waren geen broers, maar neven; de een, Jacob, is redacteur geweest van De Banier, de ander maakte, volgens Haje, zich zeer verdienstelijk voor het onderwijs aan blinden en kreeg in verband daarmee de bijnaam ‘blinde Kolff’.
Venezia Pension Aurora 22 Sept, 1880
Amice,
Te vergeefs wacht ik het Banier stuk mij tegen half Augustus toegezegd. Is het weggeraakt of zullen onvoorziene omstandigheden het leven van ons tijdschrift rekken en de tragedie der laatste jaren in een blij-eindend treurspel doen verkeeren? Zeer verlangend ben ik iets naders dienaangaande te vernemen. In bovengenoemd pension ben ik voornemens tot 22 October te verblijven en kan een brief mij dus nog bereiken. Het eind van uw ambtenaarsloopbaan nadert nu ook met rassche schreden. Wat gaat ge doen? Waar gaat ge wonen? Welke resultaten zal uw meerdere vrije tijd hebben voor de Nederlandsche letteren? Ziehier eenige vragen welker beantwoording u voldoende stof zal geven voor de vulling van een epistel, wanneer de zoogenaamde nieuwtjes mochten ontbreken.
Tromp werd intusschen ridder. Mij dunkt dit moet u onaangenaam hebben getroffen, afgescheiden natuurlijk van het vriendschappelijk medegevoel, waarmede gij hem van harte gelukgewenscht zult hebben. Wat heeft hij echter gedaan om deze onderscheiding te verdienen? Of 't hem in de oogen van A eenigen glans bij kan zetten weet ik niet, maar zeker is het dat hare brieven eene merkwaardige

Emants omstreeks 1880
onverschilligheid ten zijnen opzichte ademen, natuurlijk begeleid door
een machtige, tragische ‘Entsagungskraft’, die de juffrouw
dwingt zich met de wanhoop in 't hart midden in het gewoel der menschenmenigte
te storten.
Wat ons aangaat, na een reisje door Zwitserland met mijne moeder gemaakt te hebben, - waarop wij in Imhof onze handteekeningen van '74 wedervonden, maar den Engstlenalp door het slechte weder niet beklimmen konden - bezochten wij Augsburg en München. Hoewel wij in laatstgenoemde stad een week vertoefden zwelgden wij er niet zoo in kunstgenot als vriend Jacobson doen mocht. De drie theaters boden helaas weinig aanlokkelijks. Een stukje van Benedix en een posse van Moser waren nog het beste, hoewel beiden middelmatig. (Hoe is de Jood weer tot dat artiesten-diner doorgedrongen?). Over Kreuth reisden wij toen naar Innsbruck en bezochten daarna alvorens Italië binnentetrekken een allermerkwaardigste landstreek. Ik bedoel het Ampezzothal. De zoogenaamde Dolomiten zijn eenig in hun soort. Men is soms geneigd deze kale, loodrecht-opstijgende rotswanden voor middeneeuwsche vestingmuren te houden, met torens en kanteelen, terwijl zij op andere plekken zich weer als reusachtige kristallen voordoen, waaraan dan ook de Monte Cristallo zijn naam ontleent. Tot onzen spijt deed de regen ons ook hier veel kwaad. Nadat wij echter over Trento en Verona (met een uitstapje naar Mantua) Venezia hadden bereikt begon het mooie weer, dat hier nagenoeg onafgebroken aanhield.
Waarschijnlijk zullen de Hollandsche herfstdagen minder zonnig en guurder zijn. In afwachting van de Egyptische verlichting genieten wij voorloopig de Italiaansche en bereiden ons voor op de dingen, die komen zullen. Ik had niet gedacht dat de Egyptische studiën zoo omvangrijk waren. Wie weet of ik anders de zaak wel ondernomen had. Stellig zou ik er meer tijd voor genomen hebben.
In de hoop spoedig eens iets naders van je te vernemen sluit ik thans dezen brief
met het verzoek dat ik gaarne ook eens wat over de beide Kolff'en en andere kennissen vernemen zou. De courant houdt mij alleen van het publieke nieuws op de hoogte.
Ontvang vele groeten van Eva en geloof mij intusschen steeds,
tt
Marcellus Emants
N.B. Groet uwe moeder van ons beiden.