Voor baron Hellenbach, zie toelichting brief van 8 juli 1879. - Het stuk, ‘waarin de ondergeteekende wordt behandeld’ is nog steeds het artikel van SK. in het Kerstnummer 1887 van De Portefeuille. - De schrijver van de roman Charles Duplessis (Amsterdam 1879) is Jhr. mr. H.B. Smissaert, vriend van E. en SK. uit Maarsen. Hij was een groot liefhebber van zeilen en nodigde vaak zijn vrienden op zijn jacht voor tochten over de Loosdrechtse plassen.
12 Nov. 1887 den Haag
Amice,
Beethoven, de musicus, is doof geworden; Michael Angelo, de beeldhouwer, blind; Smit Kleine, de penvoerder, viel met zijn hand op een hekpunt. Hoe zoo iets, 's morgens, dus vóór het borreluur en in het najaar, dus vóór de gladde dagen, kan gebeuren, blijft mij een raadsel, waarvan de oplossing misschien wel in optimistische illusiën en dito onbehoedzaamheid moet gezocht worden. Wat hier-
van echter zij: ik heb innig medelijden met je beroerde geschiedenis en griezel zoodra ik het waag ook met je mede te gevoelen. Laat dit je nu evenwel een les zijn. God heeft ons organisme zoo ingericht, dat het elk oogenblik de grootste gevaren loopt van uit zijn voegen te geraken. Hij heeft onze omgeving zoo ingericht, dat ze ons onophoudelijk met de pijnlijkste aanrakingen bedreigt en toch verbeeldt hij zich, dat alles goed werd afgeleverd. Ik ben bang voor zulk een bouwmeester en raad ook jou voor de toekomst aan hem wat pessimistischer te wantrouwen. Schopenhauer, die er volstrekt niet zulke draayerige theorien op na hield, als jij wel meent, heeft de leer gepredikt: houd u buiten de aanraking met hekpunten, en uit het hiernamaals van baron Hellenbach lacht hij je nu uit. - Ik vermoed, dat je goede fee je deze letteren voorleest, natuurlijk scheldend op mijn fraai schrift. Is dit vermoeden juist, dan zal ik, christelijk, kwaad met goed vergelden en haar mijn dank betuigen voor haar briefje van gisteren. Natuurlijk heb ik mij gehaast Stam op de hoogte te stellen van de onaangename historie. - Geprikkeld door het herhaalde gevraag van mijn uitgever neem ik nu de vrijheid om nog eene mededeeling aan te konden. Is het stuk, waarin de ondergeteekende wordt behandeld, reeds naar de Portefeuille vertrokken? Cremer stelde zich wonderen voor van de uitwerking dezer karakteristiek. Hij heeft in afwachting mijne werkjes in commissie uitgezonden en nu vragen de boekhandelaren die de boeken ontvingen, met echt philosofische leukheid en Nederlandsche kunstwaardeering: waarom.
Eva sukkelt met koorts en zenuwen. Zij slikt chinine, arsenicum, salol enz. en het helpt nog maar weinig. De lucht van Davos zal haar echter, naar ik vertrouw, wel veel goed doen. Hoe kwamen die Batavieren toch op de gedachte een moeras, waarboven de zon zich voortdurend achter wolken verschuilt, aan de baren te gaan ontwoekeren?
Nieuws heb ik niet. Ik pen, pende en zal pennen. Eerstdaags krijgt ge dus ook een pennevrucht, vermaak er u mêe.
Zeer nieuwsgierig ben ik naar het kwaad, dat men van mij heeft verteld. Ik verneem dit altijd graag, want is 't waar, dan leert men zich zelven kennen, is 't onwaar, dan geeft het een blik in anderen.
En nu; beterschap en pessimistische berusting. Aangenaam zal 't mij wezen spoedig betere berichten te ontvangen.
Groet den schrijver van Charles Duplessis, zoodra hij eens naar je komt kijken; ontvang voor jelui beide ons beider hartelijke groeten en geloof mij steeds,
tt
Marcellus Emants
N.B Ik heb lust op het adres te schrijven: hekkespringer, maar ... ik bedwing mij