terug  begin  verderprepost

14 januari 1888

In zijn artikel over E. in het Kerstnummer van De Portefeuille vertelde SK. dat E., die weinig voelde voor de studie in de rechten, in overleg met zijn vader, maar tegen de zin van zijn leermeester prof. Goudsmit, een vervroegd kandidaats-examen wenste te doen om zo snel mogelijk van de studie verlost te zijn. Hij legde het examen af op 14 juni 1870. De hoogleraar maakte het de koppige student moeilijk, maar E. verwierf, naar zijn eigen overtuiging een ‘cum laude’, dat een ‘magna cum laude’ had behoren te zijn; het ‘magna’, meende hij, bleef echter achterwege en - zoals SK. het in zijn artikel formuleert: ‘niet enkel om een gemis aan kunde’. Tegen deze insinuerende uitlating nu kwamen in het volgende nr. van De Portefeuille twee voormalige collegae-hoogleraren van Goudsmit, de professoren R. van Boneval Faure en J.T. Buys, in verzet. Zij deelden mee dat uit de Handelingen van de Faculteit zou blijken ‘dat op 14 juni 1870 door Marcellus Emants het candidaatsexamen is afgelegd en dat hij tot de graad werd toegelaten ‘magna cum laude’. E. reageerde op dit protest met het hier bedoelde antwoord, waarin hij het betreurt pas na 18 jaar te horen dat hij een eretitel verdiende die hij destijds niet ontving. Hij houdt namelijk vol, wat ook uit de handelingen mag blijken, geen magna cum laude, alleen een cum laude te hebben gekregen. De discussie waarop ik in mijn E.-biografie uitvoeriger in zal gaan, duurde nog enige tijd voort. - De geschiedenis van de vroegere keukenmeid

[p. 56]

van de familie E., waaraan de schrijver werkt, is het nog in dit jaar, 1888, bij W. Cremer in 's-Gravenhage verschijnende Juffrouw Lina, een portret. - De lezing van SK. werd voor Oefening gehouden, niet op 26 maar op 27 februari 1888, en had tot onderwerp Stellige wetenschap en stellige kunst. - De brief vermeldt geen plaats van afzending, maar is, gezien de voorgaande, afkomstig uit Davos.

 

14 Januari 1888

 

Amice,

 

Mijn antwoord aan de Portefeuille is verzonden en zal - hoop ik- in het nummer van 22 Januari worden opgenomen. De Portefeuille, die je mij zondt, is, - hoop ik insgelijks - in je woning reeds teruggekeerd. Wij hebben 't hier best. Op 24 uren na hadden wij voortdurend zonneschijn. De lucht is verrukkelijk en het waait zoo goed als nooit. De thermometer daalt 's nachts soms tot ettelijke graden (13 bijvoorbeeld) onder het nulpunt van Fahrenheit; maar van elf tot drie is 't altijd warm en lekker. Het verblijf doet Eva veel goed. Zij eet meer, slaapt beter en voelt zich over het algemeen krachtiger. Wat mij aangaat; de koude doet mij aangenaam aan en daar ik 't in huis zeer warm kan hebben, ben ik insgelijks tevreden. Ter wille van mijn voeten kan ik evenwel niet wandelen; maar moet ik rennen.

Ik werk daarbij aan een harde dobber, nl. aan de geschiedenis van onze vroegere keukenmeid, die zich op de rails heeft gelegd. Ik kan dat ding maar niet goedkrijgen, werk er nu al meer dan een jaar aan en kan er toch niet mee ophouden. 't Is net een liaison, waarvan ik afwil maar niet af kan.

Zes en twintig Februari kom je dus in den Haag lezen, niet waar?

Heb je wat aan mevrouw Hemkes te zeggen. Zij is hier.

Vele groeten van Eva, die op het oogenblik schaatsen rijdt. Druk Anna voor mij de hand, breng mijn complimenten aan Smissaert over en geloof mij steeds

 

tt

Marcellus Emants

prepostterug  begin  verder