terug  begin  verderprepost

20 juni 1888

Een zoon van Smit Kleine, Frits, moest een examen passeren om bij de marine te komen; zie ook de toelichting bij de brief van 15 maart 1889. - Mr. Carel Vosmaer stierf op 14 juni 1888 in Montreux-Territet, waarheen hij tot herstel van een slepende maagkwaal in het begin van die maand vertrokken was. - Huet is niet de schrijver maar diens neef, de Leidse chirurg die Vosmaer behandelde. - Zie voor Ising en Campbell de personenlijst achteraan, voor Jacobson de toelichting bij de brief van 22 sept. 1880, Kruseman was, volgens een aantekening van Haje, een Indisch planter van die naam. - SK.'s biografie van Jan ten Brink is de 21e aflevering van Onze Hedendaagsche Letterkundigen, Dr. Jan ten Brink door F.

[p. 57]

Smit Kleine, van Holkema en Warendorf, Amsterdam 1887. - Met ‘den Capitano’ wordt Jhr. Mr. H.B. Smissaert, kapitein van zijn zeiljacht bedoeld.

 

20 Juni 1888

den Haag.

 

Amice,

 

Nu weet ik, dat het je beter gaat en dat doet me genoegen. Nu weet ik ook hoe de zeilpartij is geweest en het spijt mij dubbel door de wolken verhinderd te zijn geworden die pret mee te maken. Wat ik echter nog niet weet is òf en hoe je zoon het examen heeft bestaan. - Ik hoop, dat Smissaert ons verzoek om uitstel eener tweede zeilpartij niet kwalijk neemt. Eva is waarlijk deze dagen te onplezierig. Geen enkelen dag voelt zij zich van 's morgens tot 's avonds normaal; vooral aan hoofdpijnen begint zij erg te lijden. De dokter zegt dat zij niets heeft; maar aan zenuwzwakte lijdt tengevolge van bloedarmoede. -

Dat Vosmaer dood is, acht ook ik een groot verlies voor onze kunst. Hij boelde niet om volksgunst en schreef zonder bijoogmerken zooals hij dacht, dat het goed was. Evenwel voel ik mij persoonlijk meer tot van Deyssel en alle andere voorstanders eener met modern leven bezielde kunst aangetrokken, dan tot de lui, die nieuwen wijn van een ouden, opgebruikten geest willen doortrekken. Als mensch vond ik Vosmaer een onbetrouwbaar karakter, die de volle onoprechtheid had van een angstvallige natuur. Ik kan mij echter vergissen, want ik kende hem niet van zeer nabij: Sommigen beweeren dat Huet hem heeft verknoeid met zijn hongerkuur.

Zaterdag maakte ik met Ising, Campbell, Jacobson en Kruseman een wandeling door de duinen naar Wassenaar. Wij aten aan de Vink en daar kwam ook ten Brink. (Je moet toch maar een geboren dichter zijn!) Tot ten Brinks komst was 't gezellig, daarna werd het vervelend. De man doceert altijd. Ik weet nu wat hij tegen je heeft. Je hebt in zijn biographie wel den romancier, maar niet den wetenschappelijken man behandeld; en dit viel ongelukkig samen met de schampere opmerking van een pedanten collega, die met een sneer zei: ‘ik ben zeer gevleid een ambtgenoot te hebben, die romans heeft geschreven’. Ten Brink maakt zich zelven nu diets, dat iemand, die heden ten dage een roman schrijft, lager staat dan iemand, die over honderd jaar een artikel over dien roman zal vervaardigen. De eerste is maar een artiest, de tweede een man van wetenschap. Hij heeft zelf over Breero en andere dooden geschreven, dus

Hoe klein en hoe dom! Zou zoo'n blaaskaak in 't geheel niet beseffen, dat de kunst wel bestaan kan zonder professoren, die er over schrijven; maar dat de professoren, die er over schrijven zonder de kunst zich te vergeefs hunne met spinraggen overtrokken hersenen zouden kwellen om iets deugdelijks te voorschijn te brengen? -

Mag ik ten slotte je er aan herinneren, dat je vorige brief een NB bevat, dat niet in vervulling is gegaan. Je zegt: Hiernevens mijn artikel uit de Haarlemmer. Ik

[p. 58]

kreeg echter niemendal.

Zondag 1 Juli vertrekken wij naar

Villars sur Ollon

près Aigle

Suisse

Hotel Grand Muveran.

Vele groeten van ons beiden aan Anna en den Capitano. Houd je goed in de hitte, die komen zal en neem Eva's afzonderlijke groeten voor je zelven aan.

 

Tot nader

tt

Marcellus Emants

prepostterug  begin  verder