De Vereniging van Letterkundigen, welke E. in deze brief bepleit, is eerst veel later opgericht, in 1905. Op voorstel van Johan de Meester en Herman Robbers, die met Arij Prins en Jacobus van Looy tot de grote ijveraars en initiatiefnemers behoorden, is E. aangezocht als eerste voorzitter. Hij heeft voor die eer echter bedankt en Van Deyssel werd toen gekozen. - Het feuilleton over De Bergh vindt men afgedrukt in Schrijvers en Schrifturen, H.D. Tjeenk Willink, Haarlem 1891. - Mr. Lodewijk Gerard Greeve, de kantonrechter, was om zijn geestigheid bij O.K.K. zeer gezien. Haje noteert dat Smit Kleine hem ‘een figuur’ vond. Hij was de schoonvader van E.'s broer, Gerard, die in 1881 met zijn dochter Anna Maria Paulina huwde. Mr. L.G. Greeve stierf nog ditzelfde jaar op 1 oktober. - De Blasphèmes van Jean Richepin verschenen in 1884.
18 April 1889
den Haag.
Amice,
Ik ben geen lid van de V v N L en zal dit niet worden. Het komt mij voor, dat in Nederland de loopbaan van belletristisch kunstenaar zoo afschuwelijk is, (moreel niet financieel bedoel ik op dit oogenblik) dat men wel alles moet aanwenden om beginners er nog van af te houden; maar niets mag doen om hen - zij 't dan ook zijdelings - er toe aan te moedigen. Wilden echter zij, die eenmaal zoo gek zijn geweest om toch voor Nederlanders te gaan schrijven, een vereeniging
stichten, die hun jaarlijksche bijeenkomsten, misschien een societeitsgebouw, een voor hunne belangen wakend bestuur enz. enz. zou waarborgen, dan zou mijn scherfje niet ontbreken. De vereeniging zou dan echter (evenals Pulchri bijv.) een kern van zuivere kunstenaars moeten hebben, waaruit ik uitgevers, boekhandelaren, schrijvers over kunstenaars en menschen, die iets wetenschappelijks toevallig eens in niet-kwaad Hollandsch hadden opgesteld, geweerd zou wenschen te zien.
_________________________________________________________________
Ten Brink schijnt aan schrijvers alleen te denken, als hij hen op financieel gebied, en aan financieele lui, als hij hen op (zijn) letterkundig terrein noodig heeft.
Van Esser heb ik een vleiend schrijven ontvangen.
Je feuilletons over de Bergh heb ik toch gelezen en zij zijn mij zeer goed bevallen. Is dat nu ook te geleerd?
Stomkoppen ... zoo'n publiek.
Wat je mij schrijft aangaande mijne onmacht om Kloos te waardeeren is wel juist, maar zeer weinig troostrijk.
't Is heel mooi tot iemand, die naar de 80 loopt te zeggen: ‘vriend, je hebt je tijd gehad en nu begrijp je er niets meer van’; maar 't is wat anders als de aangesprokene kan antwoorden: ‘amice, ik ben pas 40 en ik heb nog nooit bemerkt, dat ik mijn tijd ook eens gehad heb’.
Ik heb Shelleys Prometheus trachten te lezen en ben er niet doorgekomen, omdat ik er niemendal van begreep. Ik heb in verzen van Ghil en Verlaine gekeken en heb er niets van begrepen. In de laatste dagen is 't mij soms te moede of ik veridiotiseer.
Zeg niet, dat je 't van mij weet; maar weet dat Greeve de kantonrechter niet lang meer zal leven. Als je dus wat over hem wilt schrijven, haast je dan. Hij wil zelf niet weten (en de familie evenmin) dat hij hard achteruitgaat.
Damas gaat voor zijn gezondheid naar Wiesbaden.
Heb je de Blasphèmes van Richepin wel eens gelezen? Blikslager, dat is kranig! Vele groeten van en aan; je weet er alles van. Wat een voorjaar! Een mensch zou er pessimist in worden en nu jij afstand van de borrels hebt gedaan verwacht ik dus eerstdaags je bekeering tot Schopenhauers leer. Optimisme is in mijne oogen: delirium tremens.
Intusschen steeds
tt
Marc. Emants