In de winter van 1892 ondernamen E. en zijn vrouw een reis om de wereld waarbij zij Brits-Indië, China, Japan en Amerika bezochten. De volgende brieven getuigen daarvan. Over Amerika is er geen brief, maar wel bevindt zich in de uit de nalatenschap van SK. afkomstige collectie een (onvolledig) fragment
van een artikel, dat E. als ingezonden stuk aan een dagblad deed toekomen en dat betrekking heeft op de World Fair te Chicago. Dat blad was misschien Het Nieuws van den Dag, waaraan SK. medewerkte, hetgeen zou kunnen verklaren dat het ms. in zijn bezit gekomen is. - ‘Je vriend Bastert’ is Johan Bastert, de zoon van de latere minister van waterstaat en vriend van de kring in Maarsen.
Calcutta 2 Febr. 1893
Amice,
Terwijl ik je schrijf, drink ik de laatste druppels van een flesch Holl. jenever, afscheidsgeschenk van een der twee Indische rajah's, bij wie wij gelogeerd hebben. Over die rajah's mag ik je niet schrijven, omdat Eva zulks naar Anna doet. Over iets anders dus. Ofschoon Eva een ernstige koortsvermaning heeft gehad, ofschoon wij leven in 't land van cholera en malaria, ofschoon wij al zeven nachten (behalve de dagen) in den trein hebben doorgebracht en ofschoon de voeding hier allerellendigst is, maken wij 't goed. Wij zien ook zeer merkwaardige dingen zooals daar zijn afgoden met zes armen en apekoppen, of in den vorm van een phallus, Yogi's, die zes maanden onder den grond zonder lucht, drinken of voedsel hebben doorgebracht, ongelooflijk mooie overblijfselen van marmeren paleizen en tempels, phantastische steden van allerlei aard en soort enz. enz. Al is Egypte veel eigenaardiger, Indië is, dunkt mij, een hoogst belangrijk land. Jammer maar, dat men niet ééne, maar wel tien talen moet leren om er alles goed van te kunnen vatten. Met behulp van boeken en tolken doe ik mijn best en ik zal dan ook wel eenige opstellen over al 't geziene kunnen schrijven; maar 't blijft toch bij napraten.
Misschien komt je vriend Bastert beter op de hoogte. Och, heerejee, wat een reiziger! Hij lijkt me een goede vent; maar wat zoekt die man toch in den vreemde? Ten eerste gaat hij totaal onvoorbereid van huis, dan leest of vraagt hij niets. Vluchtig kijkt hij 't voornaamste eens aan en hij bezit niet den minsten tact om van de gelegenheden eens te profiteeren en iets te zien, dat nu juist niet iedereen ziet. Van al zijn aanbevelingen heeft hij in 't geheel geen profijt gehad! Zeg hem dit alles maar niet. Wij zijn goede vrienden geworden - omdat wij hem nog al eens op sleeptouw namen - en waarom zouden wij 't niet blijven. Een nog ongelukkigeren indruk kreeg ik van den Heer Kan uit den Haag, die net als wij de wereld rondtrekt. Altemaal geld vermorst! Al zijn wij maar zelden met Hindoe's in aanraking gekomen, die Engelsch spraken, je kunt niet begrijpen welken vreemden indruk het maakt door eenvoudige - niet geraffineerde - lui te hooren verklaren: inactiviteit is beter dan activiteit; hoogste zaligheid is het niet-meer-te-behoeven-te-leven. - Je zult zeggen: maak je dan van kant. Dit echter baat hun niets. De geloovers in een zielsverhuizing nemen aan, dat alleen hij nooit op aarde terugkeert, die door een volkomen abnegatie en meditatie, den wil om te leven in zich gedood heeft. Hiervoor is een aanhoudend vasten noodzakelijk en men heeft bevonden, dat sommigen hierin zóó ver gaan, dat niet alleen al het vet uit
hun lichaam verdwenen is, maar dat zelfs hun beendergestel na den dood buigbaar of broos was geworden. Verbrand worden deze heiligen niet. Hen werpt men in den Ganges, net als de kinderen en als je dat eenmaal hebt gezien, dan eet je in dit land nooit meer riviervisch. Kan jij je een stad voorstellen, waarin eenige duizendtallen van phallussen in tempels, in huizen en zelfs op de hoeken van straten open en bloot zijn tentoongesteld om iederen morgen met water begoten en met bloemen versierd te worden? Zulk een stad is Benares. En dan nog de goden met apekoppen, olifantsnuiten, vijf hoofden, acht armen. Wij hebben ook Buddhisten gezien; maar lieve hemel, wat hebben de geloovigen gemaakt van die mooiste en zuiverste en waarste aller philosophiën? Een hedendaagsche Buddhist laat door een priester de gebeden op een lap schrijven. Die lap stopt hij in een koker en die koker wordt op een spil geplaatst. Nu draait hij den koker zoo snel mogelijk in de rondte en verbeeldt zich dan dat hij even dikwijls bidt als het ding omzwaait. Er zijn er, die zulke kokers door water of door uurwerken laten rondbewegen.
Zulke dingen moet je gezien hebben om ze te kunnen gelooven. En nu zullen wij nog de Chineezen en de Japanners krijgen!
Bijna twee maanden van de reis zijn al om. Wat vliegt de tijd. Als Eva daaraan denkt, dan begint zij nu al tegen den terugkeer op te zien. Ik moet erkennen, dat de reislust ook mij, zoodra ik maar weg ben, altijd bevangt. Evenwel, na deze reis zullen wij toch wel met iets als een reisindigestie terugkeeren.
En nu zou ik willen zeggen: Aan jou het woord. Hoe gaat het jelui? Hoe maken 't de kinderen? Schrijf maar naar de Parkstraat, dan komt het mij ter oore al is 't dan ook wat laat. In de hoop, dat het niet te lang meer zal duren, eer wij goede berichten van jelui ontvangen, sluit ik vele groeten voor Anna in en teeken
tt
Marcellus Emants