terug  begin  verderprepost
[p. 92]

Biografische Aantekeningen

Ablaing van Giessenburg, mr. Willem jan Baron d', 1812-1892. Referendaris bij de Raad van State en bij het Dep. van Binnenl. Zaken en Raad-Adviseur bij het Dep. van Justitie. Kamerheer des Konings i.b.d. Eervol ontslag 19 april 1866.
Aletrino, Aäron, zich noemende Arnold, 1858-1916. Studeerde medicijnen, was bevriend met Kloos en van Eeden. Debuteerde in De Nieuwe Gids. Sinds 1899 privaat-docent criminele anthropologie te Amsterdam. Vestigde zich in 1909 om gezondheidsredenen in Zwitserland. Uit den Dood en andere Schetsen (1890), Zuster Bertha (1891), Martha (1895), Uit het Leven (1900), Stille Uren (1906) etc.
Becque, Henry, 1837-1899. Frans toneelschrijver. Vertegenwoordigt de aansluiting van het Franse toneel met het naturalisme. Belangrijk zijn Les Corbeaux en La Parisienne (1885).
Benedix, Julius Roderich, 1811-1873. Duits toneelschrijver en acteur, schreef niet onverdienstelijke blijspelen uit het burgerlijke familieleven, o.m. Doktor Wespe en Die zartlichen Verwandten.
Bergh, Jacobus Adrianus de, 1844-1888. Ambtenaar bij de Staatsspoorwegen, klerk en adjunct-commies bij het Dep. van Financiën en de Kanselarij Nederlandse Ridderorden. Mede-oprichter van Quatuor. Hoofdredacteur Amsterdamsche Courant 1884-1886. Haagsche Pennekrassen (1879-1887).
Bock, Theophile de, 1851-1904. Schilder, leerling van J.W. van Borsselen en J.H. Weissenbruch. Verblijf te Barbizon. Invloed van Corot en Rousseau. Bekend om landschappen en etsen. Lid van de Kunstenaarskring ‘Het Vlondertje’. Schreef een werk over Jacob Maris.
Boele van hensbroek, Pieter Andreas Martin, 1853-1912. Sinds maart 1879 vennoot van zijn schoonvader de boekhandelaar en uitgever Martinus Nijhoff. Schreef studies, poëzie, bijdragen in De Gids, De Ned. Spectator, Nederland, De Portefeuille, etc.
Boneval Faure, Rembt Hugo Pieter Liebrecht Alexander van, 1826-1909. Vermaard rechtsgeleerde. Aanvankelijk werkzaam aan het Departement van Financiën, daarna buitengewoon hoogleraar in Groningen en vanaf 1859 gewoon hoogleraar in de rechtsgeleerdheid te Leiden. Zijn hoofdwerk is Het Nederlandsche Burgerlijk Procesrecht (5dl.).
Bourget, Paul, 1852-1935. Frans romanschrijver en essayist, stelde tegenover de fysiologische roman van Zola de psychologische analyse van zielstoestanden en gewetensconflicten; daardoor een van de grondleggers van de moderne psychologische roman in Frankrijk. Essais de psychologie contemporaine (1883-1885), Mensonges (1887), Le Disciple (1889).
Brink, Jan ten, 1834-1901. Werd opgeleid voor theoloog, maar werd na zijn promotie op een proefschrift over Coornhert huisleraar in Batavia, vervolgens leraar aan de H.B.S. te 's-Gravenhage o.a. van Emants, Couperus en Netscher. In 1884 benoemd tot hoogleraar te Leiden. Schrijver van talrijke romans, novellen, essays en litterair-historische studies, gevierd spreker en redacteur van de Kunstkroniek, Nederland en de Nederlandsche Kunstbode.
Brunings, Peter Frederik, 1820-1889. Opleiding als militair, in 1880 gepensioneerd als luitenant-kolonel. Schreef romans, novellen, reisverhalen, toneelspelen. Bijdragen in militaire tijdschriften. Brieven in De Amsterdammer onder het pseudoniem Pasquino.
[p. 93]
Buys, Johannes Theodoor, 1826-1893. Studeerde rechten te Amsterdam, Leiden en Utrecht, waar hij promoveerde in 1850 op een proefschrift over de vrijheid van drukpers. Sinds 1864 hoogleraar in het staats- en volkenrecht te Leiden. Standaardwerk De Grondwet, toelichting en critiek 3 dl. (1883-1888). Hoofdredacteur Het Zondagblad, redacteur Wetenschappelijke Bladen en De Gids.
Campbell, Marinus Frederik Andries Gerardus, 1819-1890. Werd op 15-jarige leeftijd bediende bij een uitgeverij, 19 jaar oud kwam hij als volontair bij de Koninklijke Bibliotheek en klom op tot Bibliothecaris (1869). Om zijn verdiensten voor de wetenschappelijke zijde van het bibliotheek-wezen, in het bijzonder op het gebied der paleotypografie, werd hij in 1875 dr.h.c. Hoofdwerk: Annales de la Typographie Néerlandaise au XVème siecle (1874). Medewerker Ned. Spect. Groot vriend van C. Vosmaer.
Carmen sylva, pseudoniem van Elizabeth Ottilie Luise, prinses van Wied, 1843-1916. Huwde in 1869 met Koning Carol I van Roemenië. Zij schreef sinds 1880 onder haar schrijfstersnaam, samen met haar hofdame Mite Kremnitz, vaak onder een gemeenschappelijk pseudoniem Dito en Idem, poëzie, sprookjes, romans en drama's. In Nederland werd een deel van haar werk vertaald door F. Smit Kleine. Hij publiceerde ook een boek over haar.
Charcot, Jean Martin, 1825-1893, Frans medicus en zenuwpatholoog. Sinds 1860 hoogleraar te Parijs in de neurologie, later in de pathologische anatomie. Oefende grote invloed uit op Freud. De hysterie en de geestesziekten in de kunst hadden zijn grote belangstelling, zoals blijkt uit diverse wetenschappelijke publicaties.
Clant van der mijll, Marie Constance Antoinette, 1864-1945. Schrijfster, pseudoniem M. Constant. In 1884 gehuwd met F.W.J.G. Snijder van Wissenkerke. Daarna met de architect J. Limburg. Zij kwam met haar echtgenoot om bij het bombardement van het Bezuidenhout. Zij schreef o.a. de toneelstukken Geluk is broos (1891), Zwarte vlinders (1895), Sirrocco (1895), Kitty (1896), Het leven (1902).
Dahn, Julius Sophus Felix, 1834-1912. Duits romanschrijver, dichter en hoogleraar in de rechtswetenschappen. Schreef tal van historische romans naast geschiedwerken, die nauwelijks minder romantisch zijn. Ein Kampf um Rom (1876) genoot wereldfaam.
Dam, Bram van, zie W.C. Tengeler.
Damas, zie F. Baron van Hogendorp.
Deyssel, Lodewijk van, zie K.J.L. Alberdingk Thijm.
Eliot, George (ps. van Mary Ann Evans), 1819-1880. Engelse romanschrijfster, waarvan de originaliteit niet is gelegen in het tijdsbeeld of in de anecdote, maar in het feit dat zij als eerste, althans in de Engelse roman, haar inspiratie putte uit een diepgaande beschouwing over de problemen van het bestaan. Tot haar bekendste werken behoren The Mill on the Floss (1860) en vooral Middlemarch (1872-1873).
Emants, Anna Elisabeth Petronella, geb. Verwey Mejan, 1824-1908. Dochter van mr. Gerardus Wouter Verwey Mejan en Henrietta Elisabeth Baronesse van Reede van Oudtshoorn, gehuwd met mr. Guilliam Balthasar Emants. Zij was de moeder van de schrijver. Na de dood van mr. G.B. Emants op 5 maart 1871 hertrouwde zij met mr. Jacobus Marinus Lodiesio Heyligers in 1872.
Emants, Anna Maria Paulina, geb. Greeve, 1856-1935. Dochter van mr. Lodewijk Gerard Greeve en Henriette Jacoba van Veeren. Zij huwde op 2 juni 1881 met Gerard Emants, de broer van de schrijver.
[p. 94]
Emants, Christina Magdalena Guilelmina, geb. Prins, 1844-1875. Dochter van Willem Justus Prins en Guilelmina Magdalena Christina Emants. Zij was de eerste echtgenote van de schrijver, met wie zij op 30 januari 1873 te Arnhem huwde. Zij was daar bij de familie Crommelin opgevoed. Mevrouw Crommelin was namelijk een halfzuster van Christina's moeder, die een dochter was uit het 2e huwelijk van mr. Marcellus Emants, terwijl mevrouw Crommelin (geb. Antonia Johanna Charlotta Emants) een dochter uit zijn 3e huwelijk was en een zuster van de vader van de schrijver. Vandaar de familieband tussen Marcellus Emants en zijn eerste vrouw.
Emants, Evelina Gesina Henriette, geb. Verniers van der Loeff, 1861-1900. Dochter van mr. Herman Cornelis Verniers van der Loeff en Nicola Henriette Grobbee. Zij was de tweede echtgenote van de schrijver met wie zij op 10 juni 1880 in het huwelijk trad. Haar vriendin, Anna Fastré, de 2e vrouw van F. Smit Kleine, beschrijft haar in een brief aan Willem Kloos van 11 jan. 1924 als ‘de onvergelijk[elijk] bekoorlijke vrouw, de schittervogel, de onverschrokken amazone, de talentvolle actrice, de beeldschoone, geestige, guitige vrouw op wie alle mannen verliefd waren of wèrden’. (Verz. Lett. Museum). Zij trad inderdaad herhaaldelijk en met veel succes op in Emants' amateur-toneelgezelschap ‘Utile et Laetum’ en was als schrijfster werkzaam onder de naam Nessuno, onder welk ps. zij Jonkheer Beemsen, een studie, schreef ('s-Gravenhage W. Cremer, 1887).
Emants, Gerardus Henri, 1857-1893. Zoon van mr. Guilliam Balthasar Emants en Anna Elisabeth Petronella Verwey Mejan. Broer van de schrijver. Was muzikaal en ontving vioolonderricht aan het Conservatorium te Keulen. Lid van de Gemeenteraad te 's-Gravenhage. Hij huwde met Anna Maria Paulina Greeve op 2 juni 1881 en stierf kinderloos.
Emants, Marcellus, 1778-1854. Grootvader en naamgenoot van de schrijver. Heer van Noord-Nieuwland. Hij promoveerde in de rechten in 1802 te Utrecht en was rentmeester van het Burgerweeshuis en de Fundatie van Renswoude, plaatsvervangend vrederechter, secretaris van 's-Gravenhage etc. Hij huwde driemaal, het eerste huwelijk was kinderloos, uit de beide andere kwamen zes kinderen voort, uit elk 2 dochters en 1 zoon. Alleen de zoon uit het 3e huwelijk zette in de persoon van de schrijver het geslacht Emants voort.
Emants, Marcellus, 1848-1923. Zoon van mr. Guilliam Balthasar Emants en Anna Elisabeth Petronella Verwey Mejan. Letterkundige. Studeerde rechten, maar brak zijn studies vlak voor het doctoraal examen af om zich, dank zij zijn vermogen, geheel aan de letteren te wijden. Hij was een der belangrijkste vernieuwende krachten vóór Tachtig en bracht een omvangrijk oeuvre voort, bestaande uit enkele belangrijke grote dichtwerken Lilith (1879) en Godenschemering (1883); romans o.m. Een nagelaten Bekentenis (1894), Inwijding (1901), Waan (1905) en Liefdeleven (1906); novellenbundels als Lichte Kost (1892), Dood (1892, herdrukt als Afgestorven), Op Zee (1899) en Mensen (1920); een groot aantal toneelstukken, historische en hedendaagse, w.o. Artiest (1895), Domheidsmacht (1907), Geuren (1911) en Dokter Ahasverus (1919); tenslotte enkele bundels reisschetsen. Zijn met de term naturalistisch onzuiver en onvoldoende gekarakteriseerd, pessimistisch oeuvre heeft populariteit gezocht noch gekregen, waardoor hij onderschat is gebleven. Emants bereisde vrijwel de gehele wereld. Hij huwde driemaal, met Christina Prins, (zie boven), met Eva Verniers van der Loeff (zie boven) en in 1904 te Berlijn met Jenny Emma Gertrud Kühn, 1877-1956. Uit dit laatste huwelijk werd in 1909 een dochter geboren.
[p. 95]
Esser, Jr. Isaäc, 1845-1921. Letterkundige en leraar Engels en Nederlands. Medewerker en redacteur aan De Standaard en de Oprechte Haarlemmer Courant. Intieme vriend van F. Smit Kleine. Onder de naam Soera Rana publiceerde hij verschillende bundels gedichten, verzameld in Gedichten van Soera Rana (1906). Schreef romans en novellen onder verschillende schuilnamen, vooral C. Terburch en W.R. van Groenendael.
Fastré, Anne Marie Françoise, zie Smit Kleine.
Goltstein, mr. Willem Baron van, 1831-1901. Studeerde rechten te Bonn en Utrecht. Was minister van kol. van 1874-'76 en van 1879-'82. Ambteloos tot 1894, vervolgens Ned. gezant in Londen tot 1899. Voorzitter van de raad van voogdij over Koningin Wilhelmina tot haar meerderjarigheid.
Gosler, C.J.L.W.E., 1858-1921. Uitgever en schrijver. Publiceerde gedichten en vertalingen o.a. Byron's Manfred. Stichtte het tijdschrift Astrea en het weekblad De Leeswijzer. Van het laatste voerde F. Smit Kleine de redactie met G.J. Dozy. Van Emants gaf Gosler uit het reisverhaal Langs den Nijl (1884), de roman Goudakker's Illusiën (1885) en de tweede drukvan Monaco (1886).
Goudsmit, Joel Emanuel, 1813-1882. Studeerde rechten te Leiden. Werd in 1858 aan deze universiteit hoogleraar in het Romeinse recht. Talrijke juridische publicaties. Bij hem deed Emants het betwiste kandidaatsexamen rechten.
Gram, Johan, 1833-1913. Letterkundige en Kamer-stenograaf. Hij schreef - behalve verscheidene publicaties over 's-Gravenhage - een aantal romans, novellen en toneelwerken, o.a. De familie Schaffels (1870), Een Haagsch Fortuin (1878) en het in zijn tijd zeer gewaardeerde Maurits van Moreelen (1886).
Greeve, Lodewijk Gerard, 1822-1889. Studeerde te Utrecht in de rechten, promoveerde in 1846 en oefende enige tijd de advocatuur uit. In 1871 werd hij kantonrechter in Den Haag. In 1886 lid van de Tweede Kamer. Zijn dochter trad in het huwelijk met Gerard Emants, broer van de schrijver.
Haje, Charles F. 1873-1938. Studeerde letteren en wijsbegeerte te Amsterdam en Parijs en promoveerde op een proefschrift betreffende de geheime correspondentie van Abraham van Wickevoort. Was aanvankelijk redacteur aan de Oprechte Haarlemsche Courant, later leraar Nederlands en Geschiedenis. Was voor de rubriek Taalschut jarenlang met Charivarius (dr. Nolst Trenité) aan de Groene Amsterdammer verbonden. Was bevriend met de stichter van het Internationale Rode Kruis, Henri Dunant, over wie hij een boek schreef. Andere publicaties van zijn hand zijn o.a. Taalschut, Michiel de Ruyter etc.
Halevy, Ludovic, 1834-1908. Frans romanschrijver en blijspelauteur. Met Meilhac samen schreef hij libretto's voor opera's en boulevardstukken als La Belle Hélène en Froufrou (1869). Een uitstekende roman is L'Abbé Constantin (1862) en een boeiend tijdsdocument vormen zijn postuum gepubliceerde Carnets, 2 dl. (1925).
Hamel, Antoine Gérard van, 1842-1907. Hoogleraar en befaamd redenaar. Hij verbleef lange tijd in Parijs, was bevriend met Cd. Busken Huet, aan wie hij een studie wijdde, zat in de redactie van De Gids en was opvolger van Allard Pierson als leider van de in 1872 opgerichte Amsterdamse Toneelschool. Hij hield tal van voordrachten, o.a. voor Oefening. Over Emants schreef hij in Litteraire Stroomingen (1919) en een grote studie over Jong Holland in Los en Vast, 1882, p. 50-75.
Hartmann, Eduard von, 1842-1906. Duits filosoof die grote invloed op Emants uitoefende. Reeds in 1869 publiceerde hij het werk dat hem beroemd zou maken, zijn driedelige Philosophie des Unbewussten. Het werd heftig bestreden door natuur-
[p. 96]
onderzoekers en als beste weerlegging gold een anoniem verschenen werk dat later van Hartmann zelf bleek te zijn. Zijn filosofie is, ondanks enkele essentiële verschillen, zeer verwant aan die van Schopenhauer inzake het pessimisme, het dualisme en het universalisme. Met hem en met Schopenhauer voelde Emants zich wijsgerig het meest in overeenstemming.
Hellenbach, Lazar Freiherr von, 1828-1887. Oostenrijks filosoof en sociaal-politicus, beïnvloed door Schopenhauer. Schreef o.m. Eine Philosophie des gesundenen Menschenverstandes (1876).
Hemkes, Frederik Leonardus, 1854-1887. Studeerde letteren in Leiden en in Engeland. Publiceerde gedichen in tijdschriften die hij verzamelde in zijn enige bundel XL Gedichten (1882).
Hemkes, Mary, geb. von Wistinghausen. Zij was in 1883 in Reval gehuwd als dochter van de goeverneur van Estland met de Nederlandse zakenman Hermanus Leonardus Hemkes, wiens gezondheid door tuberculose ondermijnd werd. Van hem leerde zij Nederlands.
Heuff, Johan Adriaan, 1843-1910. Gelders schrijver van toneelstukken en historische romans, voornamelijk onder het pseudoniem J. Huf van Buren, o.a. De Kroon van Gelderland (1877), De laatste der Arkels (1885). Onder de naam Cosinus schreef hij de karikaturale satire Kippeveer (1888), waarin vooraanstaande figuren van de klerikale partij gemakkelijk te herkennen schenen.
Hogendorp, Frederik baron van, 1843-1889. Kleinzoon van Gijsbert Karel van Hogendorp en vriend van Prins Willem van Oranje. Studeerde rechten en schreef onder het pseudoniem Damas zijn Haagsche Omtrekken in Het Vaderland. Er verschenen verscheidene deeltjes van. Vanaf 1887 was hij directeur-hoofdredacteur van het Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage.
Huet, Guillaume Daniel Louis, 1832-1891. Promoveerde te Amsterdam in de medicijnen, was aldaar geneesheer-directeur van het Buiten-gasthuis en werd in 1872 hoogleraar te Leiden. Publiceerde tal van wetenschappelijke studies.
Ising, Arnold Leopold Hendrik, 1824-1898. Was stenograaf bij de beide Kamers der Staten-Generaal. Geschiedkundige en litteraire arbeid. Was van 1860-98 redacteur van de Nederlandsche Spectator. Lange tijd voorzitter van Oefening. Schreef Nederlandsche Novellen (1868), Verhalen en Schetsen, 2 dln. (1870), Haagsche Schetsen, 3 dln. (1877-88), Het Binnenhof te 's-Gravenhage, 2 dln. (1879-1884).
Israels, Jozef, 1824-1911. Schilder en etser, kreeg les van J.A. Kruseman en J.W. Pieneman. Verdere opleiding in Parijs. Een der bekendste figuren van de Haagsche School, belangrijk om zijn portretten en aquarellen. Schreef een reisverhaal over Spanje (1899), dat hij met zijn zoon Isaäc en diens vriend Frans Erens bezocht.
Jäger, Gerrit, 1859-1894. Journalist en letterkundige, redacteur van Het Vaderland. Was zeer bevriend met Couperus. Aan hem is Eline Vere opgedragen, dat door zijn toedoen in 1888 als feuilleton in Het Vaderland verscheen. Familieleven (1888).
Katz, Samuel, zich noemende Siegfried, 1845-1890. Promoveerde in 1875 te Utrecht in de rechten. Verrichtte veel journalistieke en litteraire arbeid. Was medewerker aan het Volksblad voor Nederland en De Telegraaf, en redacteur van het Volksmuseum. Hij schreef, behalve historische romans, ook andere geschriften als Het Levensmagnetisme (1863) en een Handboek der Welsprekendheid (1869).
Kulk, Tonius Cornelius van der, 1835-1911. Oorspronkelijk predikant, later in de journalistiek. Van 1869-1903 redacteur buitenland bij Het Vaderland; van 1878-1919 tevens redacteur van De Tijdspiegel.
[p. 97]
Lewes, George Henry, 1817-1878. Engels schrijver die vele jaren samen leefde en werkte met George Eliot. Was ook een belangrijk toneel-criticus. Schreef o.a. Problems of Life and Mind (1873-79) en Actors and the Art of Acting (1875).
Loghem, Martinus Gesinus Lambert van, 1849-1934. Letterkundige, studeerde M.O. Frans en promoveerde in 1880 in de rechten. Hij was mede-oprichter van het weekblad De Amsterdammer, waarvan hij verscheidene jaren redacteur was, evenals van het maandblad Nederland. Hij was verder van 1894-1909 adviseur en secretaris van Het Nederlandsch Tooneel. Hij schreef diverse romans en novellen, o.a. Josepha (1873), Victor (1887), Verzamelde Schetsen en Novellen (1907). Bekend is ook zijn werk in versvorm Een Liefde in het Zuiden (1881), dat aanleiding gaf tot de Julia-affaire. Hij schreef onder diverse pseudoniemen, waarvan Fiore della Neve het bekendste is.
Loffelt, Anton Cornelis, 1845-1906. Was leraar Engels en medewerker aan verscheidene tijdschriften als De Navorscher (onder ps. L.-F.-T.), De Ned. Spectator, De Gids, De Tijdspiegel. In 1873 vestigde hij zich in Den Haag en schreef in Het Vaderland, soms onder het ps. E.G.O., over schilderkunst en toneel. De laatste jaren van zijn leven was hij verbonden aan Het Nieuws van den Dag.
Loman Jr., Jan Christiaan, 1825-1897. Uitgever. Richtte in 1850 een boekhandel op en gaf naast juridische, natuurwetenschappelijke en historische werken, boeken uit van Schimmel, Vosmaer, Hofdijk, Busken Huet en Bosboom Toussaint. Hij was de uitgever-oprichter van Nederland. In 1893 associeerde hij zich met J. Funke.
Madách, Emerich, 1823-1864. Hongaars toneelschrijver. Auteur van het beroemde De Tragedie van de Mens (1861).
Marez Oyens, Johannes Christiaan de, 1845-1911. Jurist te Amsterdam. Van 1882-'85 referendaris aan het Ministerie van Koloniën, 1901-'05 Minister van Waterstaat.
Maurik, Justus van, 1846-1904. Novellist en toneelschrijver. Hij was van beroep sigarenfabrikant, maar had ongewoon groot succes met zijn luchtige oppervlakkige schetsen uit het Amsterdamse volksleven. Zijn werk is in 9 delen verzameld (1895-1897). Hij was, met de Koo, jarenlang redacteur van De Amsterdammer.
Melati van java, pseudoniem van Nicolina Maria Christina Sloot, 1853-1927. Zeer populair schrijfster in het laatste kwart van de 19e eeuw, o.a. De Familie van den Resident (1875), Dorenzathe (1880), Colibri (1898).
Moser, Gustav von, 1825-1903. Duits blijspelschrijver o.m. van Der Veilchenfresser (1874), Der Bibliothecar (1880). Verzameld werk in 22 delen (1872-1897).
Nagel, Louise Victorine, 1845-1912. Schrijfster van poëzie en proza. Onder het pseudoniem Antoinette schreef zij o.a. Miniaturen (1876), onder eigen naam Zangen der Zee (1888).
Nessuno, Zie Evelina Gesina Henriette Emants, geb. Verniers van der Loeff.
Netscher, Frans, 1864-1923. Was stenograaf in de Tweede Kamer en een van de eerste naturalisten in onze literatuur. Werd door van Deyssel met gejuich begroet in 1884, maar twee jaar later als een navolger van Zola weer verloochend. Publiceerde in Nederland, De Portefeuille, De Nieuwe Gids en De Hollandsche Revue. Werd in 1890 hoofdredacteur van De Kampioen, orgaan van de A.N.W.B. Schreef: Studies naar het naakt model (1886), Menschen om ons (1888), Uit de Snijkamer (1904), In en om de Tweede Kamer (1889), Uit ons Parlement (1890), Langs Hollands Stroomen (1900), etc.
Ouida, ps. van Louise de la Ramée, 1839-1908. Engels romanschrijfster, die grote opgang maakte, zowel door haar verzet tegen de idealistische moraal van haar tijd
[p. 98]
als door de romantische overdreven schoonheid en dapperheid van haar helden. O.a. A Dog of Flanders (1872), Moths (1880), In Maremma (1882).
Prins, Christina Magdalena Guilelmina. Zie Emants.
Reede van Oudtshoorn, Henriette Elisabeth van, zie Verwey Mejan.
Richepin, Jean, 1849-1926. Frans dichter, toneelschrijver, romancier en acteur. Schreef La Chanson des Gueux (1876), dat hem in de gevangenis bracht, Les Caresses (1877), La Mer (1886), La Glu (1888), La Martyre (1898), etc.
Ritter, Pierre Henri, 1851-1912. Predikant tot 1891, sedertdien journalist, hoofdredacteur van Het Nieuws van den Dag, schreef verscheidene filosofische werken.
Royaards, Willem Cornelis, 1867-1929. Toneelspeler en regisseur. Oefende grote invloed uit op de toneelvernieuwing in Nederland tussen 1908 en 1924. Hij speelde ook in Duitsland, Engeland en Rusland. In 1908 richtte hij zijn eigen gezelschap op, Het Tooneel. Om zijn verdiensten, speciaal voor Vondel, benoemde de Universiteit van Utrecht hem tot dr. h.c.
Sachse, J.E. Was eerst bediende bij de Haarlemsche Bankvereeniging, kwam daarna door bemiddeling van Smit Kleine bij de uitgever Tjeenk Willink. Zijn opstellen in Nederland en De Gids trokken de aandacht. Onder ps. Goldemar gaf hij uit Gedichten en rijmen uit mijn studenten tijd (1889) en onder het ps. Rana Neida, Een Verloving, roman (1890).
Santen Kolff, Jan Jacob van, 1848-1896. Hij was de eerste die geheel voor het naturalisme openstond en zowel Zola als Wagner verdedigde. Hij was bevriend met Emants en Smit Kleine en werd in 1876 mederedacteur van De Banier. Hij trouwde in 1882 en vestigde zich eerst in Dresden, daarna in Berlijn, waar hij medewerkte aan Duitse muziektijdschriften. Was van 1871 tot zijn vertrek naar Duitsland muziekcriticus bij Het Vaderland
Sardou, Victorien, 1831-1908. Frans toneelschrijver. Een van de bekendste vertegenwoordigers van het burgerlijk toneel onder het Tweede Keizerrijk. Schreef o.a. Les Pattes de Mouche (1860) en Madame Sans-Gêne (1893).
Scheurleer, Daniel François, 1855-1927. Bankier en musicoloog. Mede-oprichter en later voorzitter van de Vereeniging voor Noord-Nederlandsche Muziekgeschiedenis. Zijn verzameling boekwerken en muziekinstrumenten vormt een beroemde collectie; ondergebracht in het Gemeentemuseum te 's-Gravenhage. Een belangrijk deel van de collectie, de liedboeken, bevindt zich in de Koninklijke Bibliotheek. Talrijke publicaties over muziek-historische onderwerpen. Scheurleer was medewerker aan De Banier.
Schimmel, Hendrik Jan, 1823-1906. Roman- en toneelschrijver, werkzaam bij de Handelmaatschappij, sinds 1863 directeur van de Amsterdamsche Crediet Maatschappij. Redacteur van De Gids en van Nederland. Actieve belangstelling voor het toneel in ons land. Schreef o.a. Struensee (1868), Sinjeur Semeyns (1875) en het autobiografische Jan Willem's levensboek (1896).
Smit Kleine, Anne Marie Françoise, geb. Fastré, 1856-1924. De tweede echtgenote van F. Smit Kleine. Zij werd te Brussel geboren en had een Franse vader en een Zwitserse moeder. Smit Kleine leerde haar in 1878 kennen. Zij verzorgde toen zijn zieke moeder op wie hij zeer gesteld was. Zij was zelf schrijfster in Ned. en Ind. bladen, verzorgster van de damesrubriek in De Amsterdammer. Zij schreef verschillende toneelstukken en publiceerde onder de pseudoniemen Banner, Parvus, Caprice, Anne-Marie, Eva en A.
[p. 99]
Smit Kleine, Engbert Gerard Frederik, 1845-1931. Zoon van F.H. Kleine en G.M.E. van Elfrinkhof Smit. Aanvankelijk ambtenaar, bij de Staatsspoorwegen en bij het Departement van Binnenlandse Zaken, wijdde zich daarna geheel aan de letteren. Heeft een belangrijk aandeel gehad in sommige tijdschriften, te beginnen met Quatuor, Spar en Hulst, De Banier, De Leeswijzer, Woord en Beeld, Nederland en Den Gulden Winckel, waarvan hij, evenals van de eerste drie, oprichter was. Hij was een tamelijk gefortuneerd man, zijn ongelukkig huwelijk met Josina Henriëtte Roquette, die een zeer onevenwichtige vrouw geweest schijnt te zijn, moeder van zijn vijf kinderen en van wie hij jaren gescheiden leefde, kostte hem echter buitensporig veel geld. Na haar dood huwde hij met Anne Marie Françoise Fastré die sedert 1886 zijn huishouden ‘bestuurde’ en met wie hij zeer gelukkig is geweest. Zijn litteraire arbeid was omvangrijk en omvat gedichten, novellen, in het bijzonder zijn bekende Haagsche Hopjes, onder het pseudoniem Piet Vluchtig (1883), litteraire opstellen als Kritische Schetsen (1882), Nicolaas Beets geschetst (1884), Dr. Jan ten Brink, in Onze Hedendaagsche Letterkundigen (1887), Schrijvers en Schrifturen (1891), Denkers en Dichters (1905) etc. Hij vertaalde ook verscheidene werken van Alfred Friedmann, Carmen Sylva, Mite Kremnitz, Felix Dahn, Nicolas I van Montenegro en Lope de Vega.
Smit Kleine, Josina Henriëtte, geb. Roquette, 1851-1891. De eerste vrouw van F. Smit Kleine (zie aldaar). Zij publiceerde poëzie in Nederland onder het pseudoniem Eva.
Snijder van Wissenkerke, Frans Willem Jan George, geb. 1856, promoveerde te Leiden in de rechts- en staatswetenschappen, was werkzaam op het Departement van Justitie en sinds 1893 directeur van het bureau voor de industriële eigendom. Staatsrechtelijke publicaties. Huwde in 1884 met Marie Constance Antoinette Clant van der Mijll. Tweede huwelijk in 1902 met Marguerite Adolphine Helfrich. Was o.m. voorzitter van de Haagsche Kunstkring.
Spencer, Herbert, 1820-1903. Engels filosoof. Grotendeels autodidact, wijdde hij zich van 1853 af geheel aan zijn werk en de studie. In 1860 kondigde hij een reeks samenhangende werken aan en in 1896 verscheen inderdaad het laatste van de 10 delen van zijn System of synthetic philosophy.
Spielhagen, Friedrich, 1829-1911. Duits romanschrijver die als voorvechter optrad van de liberale democratie. Was zeer populair. Zijn verzamelde werken verschenen in 29 delen (1904).
Taine, Hippolythe-Adolphe, 1828-1893. Frans criticus en wijsgeer, volgens wie ras, milieu en tijdsomstandigheden de evolutie van de gehele literatuur bepalen. Hij schreef o.m. een Histoire de la littérature anglaise, 5 dln. (1867-1872), Philosophie de l'art (1865), De l'intelligence (1870) etc.
Tengeler, Willem Carel, 1853-1911. Journalist verbonden aan Het Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage. Hij schreef ook onder de pseudoniemen Bram van Dam en Plox toneelstukken en romans, waarbij hijzelf vaak als uitgever optrad. Zijn werk is realistisch van karakter. Behalve zijn bekendste roman Doortje Vlas (1887), schreef hij o.m. Een eerste liefde (1889), Mooie Vrouwen (1905) en Zinnelijke Liefde (1905).
Terburch, C., Zie Isaäc Esser.
Thijm, Josephus Albertus, Alberdingk, 1820-1889. Romantisch dichter en prozaïst, tijdschriftredacteur, criticus en cultuur-historicus. Was eerst handelaar, daarna uitgever en sinds 1876 hoogleraar aan de Academie van Beeldende Kunsten te
[p. 100]
Amsterdam in de esthetica. Publiceerde o.a. Karolingische Verhalen (1851), Portretten van Joost van den Vondel (1876).
Thijm, Karel Joan Lodewijk, Alberdingk, 1864-1952. Ps. Lodewijk van Deyssel. Redacteur van het Tweemaandelijksch Tijdschrift, De XXe Eeuw en De Nieuwe Gids, Publiceerde de romans Een Liefde (1887) en De kleine Republiek (1888). Onder het ps. A.J. een biografie van zijn vader en een studie over Multatuli. Zijn kritische beschouwingen werden in elf bundels verzameld.
Toergenjew, Iwan Sergejewitz, 1818-1883. Russisch schrijver. Studeerde in Rusland en Duitsland filosofie en geschiedenis, werkte op het ministerie van Binnenlandse Zaken, maar wijdde zich na drie jaar geheel aan de letteren. Hij is de meest ‘westerse’ onder de grote Russen van de 19e eeuw. Zijn hoofdwerk is Vaders en Zonen (1862). Van zijn toneelwerken is vooral Een maand op het land (1855) zeer bekend geworden.
Tour van Bellinchave, M.W. baron du, geb. 1835. Promoveerde te Utrecht in de rechten. Was van 1883-1888 minister van Justitie. Opperceremoniemeester van Koning Willem III.
Tromp, Theodorus Marie, 1857-1891. Was particulier secretaris van de president van de Zuid-Afrikaanse Republiek, Th. Burgers. Kwam na een zwervend bestaan in Zuid-Afrika naar Nederland en werd adjunct-commies aan het ministerie van Waterstaat. Schreef novellen en bijdragen in kranten en tijdschriften, o.a. Herinneringen uit Zuid-Afrika (1879), De Roos van Kimberley (1881), De Diamantdelvers (1883), etc.
Verniers van der Loeff, Evelina Gesina Henriette. Zie Emants.
Verwey Mejan, Anna Elisabeth Petronella. Zie Emants.
Verwey Mejan, Gerardus Wouter, 1797-1850. Jurist, lid van de Tweede Kamer. Vader van Anna Elisabeth Petronella, die huwde met Guilliam Balthasar Emants en de moeder werd van de schrijver Marcellus Emants.
Verwey Mejan, Henriette Elisabeth, geb. barones van Reede van Oudtshoorn, 1800-1895. Echtgenote van Gerardus Wouter Verwey Mejan.
Vos, Jan Cornelis de, 1855-1931. Toneelspeler en schrijver. Studeerde in de letteren en de rechten. Was hoofdredacteur van de Haagsche Courant, directeur van de Tivoli-Schouwburg in Rotterdam en mede-oprichter van De Lantaarn. Was aan verschillende toneelgezelschappen verbonden. Schreef novellen en toneelstukken.
Wallis, ps. van Adèle Sophia Cornelia Opzoomer, 1856-1925. Romanschrijfster, dochter van de filosoof prof. C.W. Opzoomer. Zij vertaalde De Tragedie van den Mensch van Madách. Schreef o.a. Vorstengunst (1883), Een Liefdedroom in 1795 (1906).
Wintgens, Willem, 1818-1895. Politicus. Promoveerde in 1838 te Leiden in de rechten. Lid van de Tweede Kamer, was ook minister van Justitie. Publiceerde diverse politieke geschriften.
Wolff, Albert, 1835-1891. Uit Duitsland afkomstig Frans auteur en journalist. Hij schreef talrijke toneelwerken en interessante Mémoires d'un Parisien. Hij was lange tijd chroniqueur en criticus aan het dagblad Le Figaro.
Zillesen, Hendrik, 1854-1931. Promoveerde in de rechten te Leiden in 1880. Werd in 1890 griffier van de Eerste Kamer en bleef dit tot 1927. Publiceerde over juridische onderwerpen.
prepostterug  begin  verder