over DBNL
auteursrecht en copyright
bestuur, medewerkers en adviescommissies
adressen
stages
nieuws
nieuwsbrief
Nederlandse literatuur
auteurs
beschikbare titels
Middeleeuwen
Gouden eeuw
Achttiende eeuw
Negentiende eeuw
Twintigste eeuw
Eenentwintigste eeuw
tijdschriften/jaarboeken
onze kinderboeken
buitengaats
Friese literatuur
Limburgse literatuur
Surinaamse literatuur
gescande titels
e-books
Nederlandse taal
woorden
etymologie
zinnen
klanken
betekenis
vormen
normen
taalbeheersing
historische taalkunde
taalverwerving en psycholinguïstiek
sociolinguïstiek
dialectologie
Nederlands als tweede taal
taaldidactiek
atlas voor de Nederlandse taal en literatuur
basisbibliotheek
tijdschriftenladder
literatuurgeschiedenis.nl
de langste dag
auteurs: overzichten
titels: overzichten
organisaties: overzichten
naslagwerken
audio
thema's
zoeken in de hele website
zoeken in teksten
auteur: René Verdeyen en H.J.E. Endepols
bron: Tondalus' visioen en St. Patricius' vagevuur. In: Instituut voor Nederlandse Lexicologie (samenstelling en redactie), Cd-rom Middelnederlands. Sdu Uitgevers/Standaard Uitgeverij, Den Haag/Antwerpen 1998.
verantwoording
inhoudsopgave
doorzoek de hele tekst
downloads
editie R. Verdeyen en J. Endepols
[Tondalus’ visioen (handschrift Den Haag)] Hijr begint dit bueck van eynen vroemen ridder wel geleert inden wereltliken consten der ridderscap Ende genoempt Tondalus / ende is van sijnre verscheidenisse / ende wiedercoemst overmits die ontfermherticheit gods. als hi selve namaels vertelt.
Van hyrlant of hibernien lant ende sijnre gelegenheit
Vander zielen die versceyden was ende weder ten leven quam ende daernae openbaerde dese navolgende dinck
Hoe god sijnen Ingel sande der zielen.
Vander eyseliker valeyen der manslachtiger eerste pijne .i.
vanden berghe van wonderliker groter eyslicheit .ijde.
Van eynen dael daer eyne brug over ginc .M. schreden lanc .iijde.
Vander eyseliker onghehuere beesten iiijde.
Hoe die ziel ginck over die brug mitter cuwe .vde.
Van eynen groten huyse daer eyne onbluschelike vlamme uut blakede .vide.
Vander eyseliker beesten opten vervroeren water .vijde.
Dese pijnre het Vulcanus mit sijnre smyssen .viijde.
Hoe si totter nederster hellen ginghen
Van lucifer den prince der dunckerheit ende vander nederster hellen .ixde.
Ho[e] si vander hellen opwaert ghinghen
Hoe si voer int paradijs ginghen
Vanden .ij. coningen Conthober ende Donathus
Van des [...] coninx tormachus huys
Vander sylveren mueren
Vander guldenre mueren.
die glorie der heiliger monnichen ende canonken ende nonnen
Van eynen groten wijden boeme dat die heylige kerke beteykent
Vander mueren van preciosen steynen ende vanden .ix. choren der ingelen
Vanden heiligen de die sele toespraken
Hoe die ziel wieder totten licham keren moeste
[Tondalus’ visioen (handschrift Nijmegen)] Hier beghint dat prologhe of voersprake op tondolus.
Hier beghint een visione eens ridders van irlant Ende hoe irlant van vruchten bijnnen is
Van Tondalus haestige doot
Hoe die duvelen om sijn ziele quamen Ende bi den engel verloest wart.
Vanden engel die der zielen te hulpe quam
Van der ierster pijnen
Vander ander pijnen
Vander derder pijnen der hoveerdiger ende der verrader
Vander vierder pijnen
Vander vifter pinen der roevers
Vander pinen der oncuysheit Die seste pijne
Van[den] pinen der geenre die in geesteliken staet qualiken leven
Die viij pine
Die ix pine ende die leste. dat is die gront van der hellen
Van lucifer den prince der donckerheit Ende vander nederster hellen
[...] Hoe sij vander hellen opwart gingen ende die mijnste purgacie sagen
hoe sij voer int paradijs gingen
Vanden Coninghen Concober ende Donacus
Van conick karmathus huus
van eenre mueren die silveren was
Vander guldenre mueren
Die glorie vanden heiligen moniken nonnen ende canoniken
Van eenen groten boem. ende die zielen die daer onder saten dat die kerke beteikent
Vander mueren van preciosen stenen Ende vanden ix choren der engelen
Vander hei\ligen die deser zielen toe spraken
Hoe deze ziele weder tot horen licham keren moeste
[Sint Patricius' vagevuur (handschrift Den Haag)] De sancte patricii
Hijr begint [...] vegevyer dat die heilige patericius van onsen here bat omme dat volc te bekeerne
Hoe dat jhesus cristus patericius gaef .i. ewangelij buec ende eynen staf ende wijsde hem den inganc vanden vegevyer
Van eynen alden priore mit eynen tande / ende hoe men int vegevyer gaet
Hoe die ridder hi in ginck ende hoe die .xx. monnichen hem visitierden
Die ierste pijne was van .ij. strijden die hi mitten duvelen hadde
Dander pijne hoe si hem in dat vuyer worpen
Die derde pijne was hoe dat sijne treckeden doer eyn doncker woest lantscap daer die eerde swart was
Die .iiijde. pijne die hi sach
Die vijfde pijne
Dat .vj.de tormente
t Sevende tormente sach hi
Dat achte tormente
Dat neghende tormente sach hi
Dat teende tormente sach hi van der vlammen
Die elfde pijne
Eynich raet vanden ghenen diet in duytschen oversat
Hoe hi totten paradijse ginc ende sach die vroude
[Sint Patricius’ vagevuur (handschrift Utrecht)] Hier begint van den veghevuere dat die hilighe patricius die yerlant bekeerde van onsen heren bat. omme dat volc te bekeren.
Hoedat jhesus cristus patricius gaf een ewangelij boec ende enen staf. ende wijs[de] hem den putten van den veghevuere.
van enen oelden prior mit enen tande. ende hoe men in dit veghever gaet.
Hoe een ridder hier in genc ende hem .xv. monike visitierden.
Die ierste pine was van tween striden die hi had mitten duvelen
van der ander hoe datten die duvele int vuer worpen.
Die derde pine was hoe datten die duvelen trecten veer van daer
Die vierde pine die hi sach
Die vifte pine
van der sester pine
die sevende pine die hi sach
Die achtende pine
Die neghende pine
Die tiende pine.
Die elfte pine
Innighen raet van den ghenen die dit int latijn maecte.
Hoe hi quam ten paradise ende wat hi sach van vrouden