terug  begin  verderprepost
[p. 28]

Adieu

 
Ik ben niet meer met u alleen
 
en op de peluw is er geen
 
o lieveling, die lot en leed
 
zoo onafwendbaar zeker weet.
 
 
 
Geef mij uw mond en zie mij aan:
 
lang voor de zon, lang voor de maan
 
verzinken in de wereldmist
 
zijn onze namen uitgewischt.
 
 
 
En wat mijn hand te streelen vond
 
zal liggen in den wintergrond
 
en wat mijn stem aan u bescheen
 
is weggedaan en vindt niet een.
 
 
 
Geen slapeling die 't wonder weet
 
dat uwe zachtheid aan mij deed,
 
de vlam die door de nachten sloeg
 
wordt morgenrood en 't is genoeg.
 
 
[p. 29]
 
Zie, sterren reizen langs het raam,
 
het water stroomt, een knaap ving aan
 
en zong adieu - dit lied heeft uit
 
mijn kleine, kleine zomerbruid.
prepostterug  begin  verder