[p. 51]
Aschwoensdag
De zenuwen te fijn verdeeld
als lichte snaren over 't lijf
zijn van uw voorjaarswind bespeeld.
Bemin! en dit is hun bedrijf:
een lach, een kus, een hunkering,
onstuimigheid die snel vervoert -
de lippen waar Uw naam op hing
door speelscher lippen toegesnoerd.
Mild viel het bloed en zorgeloos
als morgendauw valt in het gras.
Maar ik ontwaak, en wie mij koos
vindt op mijn mond de smaak van asch.
Onzichtbaarheid en overmacht!
Een passiebloem is mij beloofd:
ik draag, voor ik de reis volbracht,
een kruis geslagen in mijn hoofd.