[p. 57]
De Vluchtigen
(Gérard de Nerval)
Waar zijn de zoetelieven?
Begraven en vergaan!
Een lichter licht doorklieven
zij boven ster en maan.
Daar, bij de serafijnen,
van luchtblauw overkraagd
op onafzienbre pleinen
bezingen zij de Maagd.
O lief voor mij geboren!
O bloesemkind te rank!
Verlaten en verloren
en gansch verbleekt en krank.
Wat eeuwig zal beklijven
viel lachend in uw oog....
Der wereld toorts zal blijven
dit lichten van omhoog.