terug  begin  verderprepost

22 Dec. '24.

Zeer Geachte Heer Van Eyck,

Vriendelijk dank voor Uw brief, met name voor de technische aanmerking. Ik moet U tot mijn schande bekennen, dat ik onbewust die sleepende, doode lettergrepen zoo overdadig gebruikt heb, maar ik heb er wel een psychologische verklaring voor: het moet een reactie zijn op de concentratie-woede van vroeger. - Ik zal trachten het gebrek zooveel mogelijk te verbeteren,5 maar ik vrees van te voren al, dat het mij niet overal gelukken zal, omdat ik wellicht de horizontale beweging, die naar ik meen toch ook in den goeden zin een belangrijk element is in dit latere werk, dan te veel ga onderbreken. - Ik zal zien; en ben U in elk geval zeer erkentelijk voor Uw critiek.

Ik sluit hierbij mijn Groot-Ned: bespreking van Coster's bloemlezing in.6 Gerègeld schrijf ik mijn critieken daarin niet, en de ruil, die U voorstelt, zou dus ook in dit opzicht zeer onvoordeelig voor U zijn. -

Ik lees hier geregeld met groote belangstelling Uwe critieken - en zal U gaarne van tijd tot tijd de mijne toezenden.

De Palladiumbundel verschijnt in April of Mei.7

Met groot interesse zie ik Uw bespreking daarvan tegemoet. -

m. vr. gr.
Hoogachtend
Uw dw
H. Marsman

5Ondanks Van Eycks aanmerking heeft Marsman de ‘sleepende, doode lettergrepen’ bij de latere publikatie gehandhaafd.
6In de jaren 1924 en '25 publiceerde Marsman in Groot Nederland een 9-tal kritieken en het prozagedicht Interieur . Zijn bespreking van Nieuwe geluiden , een keuze uit de hedendaagsche poëzie bijeengebracht en ingeleid door Dirk Coster, 1924, staat in de aflevering van december 1924.
7H. Marsman, Penthesileia , Palladium, uitgegeven door Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande, Arnhem, verscheen pas in de zomer van 1925. Tot een kritiek op die bundel is Van Eyck nooit gekomen.
prepostterug  begin  verder