Van Eyck, door Greshoff al in december ingelicht, dat Marsman in De Vrije Bladen over de Gidskwestie zou schrijven, greep de gelegenheid om nogmaals aan het woord te komen aan, zodra hij het veel te laat verschenen december-nummer ontving.
Naar aanleiding van Marsmans stukje zond Van Eyck bij De Vrije Bladen een artikel in, De Gids en onze dichterlijke beweging, waarvan hij blijkbaar Marsman een doorslag heeft gestuurd. Zoals uit zijn brief van 28 januari blijkt, heeft Van Eyck het in de vorm van een brief aan Marsman geschreven stuk nog vrij ingrijpend gewijzigd vóor het in De Vrije Bladen van februari 1926 verscheen. (Zie: Verzameld werk, deel 4, blz. 483-496). De oorspronkelijke versie is niet teruggevonden.
12-I-'26
Geachte Heer Van Eyck,
Inderdaad had ik Uw antwoord in dezen vorm niet verwacht. Ik zal mijn repliek nu bewaren, tot Uw stuk geplaatst is. Mocht de Vrije Bladen het weigeren, en U het niet elders publiceeren, dan zal ik U natuurlijk persoonlijk uitvoerig antwoorden.
Inmiddels,
Hoogachtend
Uw
H. Marsman