terug  begin  verderprepost

2-II-'27

Geachte Heer v. Eyck,

Na mijn art. in de Vr. Bladen een klein jaar geleden, schreef U, naar ik hoorde, een tweede stuk, dat ik nimmer las, maar mij-zelf liet U verder niets over de quaestie hooren. Ik kan over een en ander niet dankbaar genoeg zijn, intusschen; want met den dag interesseerde de zaak mij minder, en nu niets meer. Wèl, daarentegen, en zeer, zult U, naar wat ik over Uw critieken gezegd heb, begrijpen, Uw oordeel met name over het totaal van mijn poëzie, zooals ik dat, geschift en vermeerderd, bijeenbracht in ‘Paradise Regained’. Dezer dagen verschijnt het, en stuur ik het U. (tevens ter, eventueele, bespreking in Groot-Nederland).34 Hoewel mijn uitgever mij voorspelde, dat ik persoonlijk stellig de gebonden luxe-ex. minder fraai zal vinden, zend ik er U daar eén van, omdat ik meen, dat U zeldzamer edities, van welk boek dan ook, boven de gewone, zelfs wanneer die eerste minder gelukkig van uitvoering werden, prefereert. -

m. vr. gr.
Hoogachtend
Uw
H. Marsman

Zeist.
3 Wilh.laan.

34De bundel Paradise regained, die in februari 1927 bij De Gemeenschap te Utrecht verscheen, bevat, volgens de colofon, ‘de tweede druk van Verzen , 1923 en Penthesileia , 1925, vermeerderd met een keuze uit het werk der latere jaren’. Tot een bespreking van deze bundel is Van Eyck nooit gekomen.
prepostterug  begin  verder