terug  begin  verderprepost

31 mei 1927

Deze brief, die in het Marsman-archief ontbreekt, is afgedrukt naar de door Van Eyck bewaarde doorslag.

[p. 37]

31 Mei. '27

49 Russell Gardens,
Golders Green,
London N.W. 11

Zeergeachte Heer Marsman,

Uit Uw stukje over Aart van der Leeuw maak ik op, dat U tot het lezen van de door U te beoordeelen gedichten ditmaal niet toegekomen bent.35 U hebt er klaarblijkelijk nog alleen naar gekeken: een gedicht als De Bader zou U anders niet ontgaan zijn. Ook is het de vraag of Uw bewering dat ‘critiek niet technisch genoeg kan zijn’, U vrijliet U van Uw eigen taak in een alleen globale, een karikaturale en dus ten overvloede verkeerd globale alinea af te maken. Vergeef mij wanneer ik, aan de aanvang van Uw kritische loopbaan aan de N.R.C. - wat een mooie kans voor U! - een kleine poging waag om U tot wat meer beradenheid en verantwoordelijkheidsgevoel aan te sporen. Ik betwijfel of een stroopers-lichtbak (beter beeld kan ik voor Uw kritische ‘straalkracht’ niet vinden) het goede werktuig voor ernstige literaire kritiek is. Voor stukjes als dit bent U toch werkelijk te begaafd. Ten zeerste hopend, dat U binnenkort naar een betere lichtbron zult uitzien, met vriendelijke groeten

Hoogachtend
Uw
V.E.

35In de N.R.C. van 28 mei schreef Marsman een Boekaankondiging over Aart van der Leeuw, Het aardsche paradijs , die beginnend met de zin: ‘Ik geloof dat critiek niet technisch genoeg kan zijn ...’ voor vier-vijfde bestond uit een uiteenzetting van de normen waaraan volgens hem poëzie moest voldoen en tot slot één, inderdaad globale, alinea over de bundel van Van der Leeuw.
Sinds kort daarvoor Johan de Meester als letterkundig redacteur van de N.R.C. was opgevolgd door Frits Hopman, werkte Nijhoff niet meer aan deze krant mee. Marsman kreeg toen de gelegenheid vrij geregeld poëziekritieken bij te dragen.
prepostterug  begin  verder