terug  begin  verderprepost

3 februari 1931

Aan de achterzijde van deze brief staan de gedichten Hart zonder land en Lex barbarorum. Zie facsimile op de bladzijden 74 en 75.

 

3-II-'31

Geachte Heer v. Eyck,

Het is juist: ik schreef nooit in het Getij. Enkele verzen uit de eerste afd. van mijn bundel ‘Verzen’ stonden in de Beweging. (ik meen Juli 1919.) ze waren, zooals meer werk van mij, eenigszins eigenaardig, niet waar?, juist door het Getij geweigerd.80 De laatste afdeeling van mijn eerste bundeltje stond ten deele in de Gids, ten deele meen ik ook in ‘De Nieuwe Kroniek’, waarin ik in dien tijd meer gepubliceerd heb. -

m. vr. gr.
H. Marsman
z.o.z.

80Over Marsmans verhouding tot Het Getij en in het bijzonder over de weigering door de redactie van door Marsman ingezonden verzen is al heel wat geschreven. Een overzicht van het beschikbare materiaal vindt men bij E. Krispyn, Herman van den Bergh, Marsman en het Noord-Nederlandse expressionisme in De Gids, april 1958. Daaruit blijkt, dat inderdaad meer dan eenmaal verzen van Marsman geweigerd moeten zijn. Het is niet duidelijk, of daaronder de vier in De Beweging van juli 1919 gepubliceerde gedichten vallen.
Van Eyck citeerde het begin van deze brief tot en met ‘geweigerd’ in een stukje, Marsman en Van den Bergh , in Criterium van juni 1941, waarmee hij zich mengde in een discussie over de kwestie, waaraan verder Constant van Wessem en Hendrik de Vries deelnamen.
prepostterug  begin  verder