terug  begin  verderprepost

28 juni 1935

In juni 1935 werd Van Eyck benoemd tot gewoon hoogleraar aan de Rijksuniversiteit te Leiden in de Nederlandse letterkunde, haar geschiedenis en de esthetische kritiek. Hij aanvaardde zijn ambt met een inaugurele rede, Kritisch onderzoek en verbeelding, op 8 november. (Verzameld Werk, deel 6, blz. 287-307).

[p. 91]

Op 12 juni vond de vergadering plaats van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde, waarop het voorstel om Marsman de C.W. van de Hoogtprijs voor het jaar 1935 toe te kennen, verworpen werd. Op het door vele letterkundigen ondertekende protest, dat nog diezelfde maand werd ingediend, komt ook de naam van Van Eyck voor (gepubliceerd in Het Vaderland van 29 juni 1935). Marsman kreeg de prijs het jaar daarop.

[Poststempel: Utrecht, 28.VI.1935]

 

Geachte Heer v. Eyck

Ik wensch U van harte geluk met Uw benoeming, hoop dat U Londen zonder veel spijt zult verlaten en in Leiden een werkkring naar Uw zin vinden zult.

Het spijt mij dat ik nog altijd niets van U hoorde, en nu zal de drukte U de eerste maanden wel geen tijd laten voor een brief. Ik ga volgende week tot September het land uit. Hoop dat ik bij Uw inaugurale rede kan zijn. Mag ik U anders in het najaar eens rustig komen bezoeken?

m. vr. gr.
Uw
Marsman

prepostterug  begin  verder