terug  begin  verderprepost

[Poststempel: Brussel 7.XII.1936]

W.v.E. - Morgen zend ik je de proef van 9 nieuwe gedichten,134 die je al hebt. Gebruik bij het voorlezen eventueel deze lezing, wil je? Ze is vrijwel definitief. Ik zou zeggen, lees ‘Baai bij avond’ niet voor. Ik moet er nog wat in veranderen;

[p. 111]



illustratie
Briefkaart van Marsman, 7 december 1936 (ware grootte)

[p. 112]

in het midden - Voor ‘Paula +’ en ‘Een vriend’ nog geen oplossing gevonden.135 Slot ‘Polderland’136 met die idiotie over het niet-vergaande land en 't wèl-vergaande volk veranderd, aldus:

 
hoont. -
 
oneindig is het land
 
oneindig zijn de wegen
 
die naar de kimmen gaan
 
ik loop den morgen tegen
 
in 't mistig licht der maan.

De reeks is nu aangegroeid tot ± 40 stuks. Maar er zal geschift moeten worden, en wanneer het geheel voltooid zal zijn, lijkt nu weer erg onzeker.

h. gr.
je M.

134Blijkbaar de proef van de tien verzen, waaronder Baai bij avond, die onder de titel Nieuwe gedichten verschenen in Groot Nederland van januari 1937. Op deze proef ontbrak nog het gedicht Landschap.
135Voor Paula + zie noot 129. Welk gedicht Marsman met ‘Een vriend’ bedoelt is niet duidelijk. Men kan denken aan Brief aan een vriend, waarop mogelijk ook Van Eyck doelt in zijn brief van 12 december 1936.
136 Verzameld werk , 1963, blz. 105. Het slot van het gedicht is daar hetzelfde als op deze briefkaart.
prepostterug  begin  verder