terug  begin  verderprepost

17 mei 1939

Tussen de vorige brief en deze is Marsman, gedurende de eerste helft van april, voor de laatste maal in Nederland geweest en vestigde zich, naar Frankrijk teruggekeerd, te Bogève (Haute Savoie).

 

Bogève, 17.V.'39

W.v.E.

Ik heb geen geld om in te teekenen op de ‘B.N.L.’,171 en wil er trouwens geen dozijn van hebben. Kun jij nu niet van de 7 aangestreepte nos. een ex meer zien te

[p. 129]

krijgen dan van de andere; en mij dat zenden in ruil voor mijn werk, dat ik je ook in de toekomst zal laten zenden.

Ontving je ‘ter Braak’?

Het weer is slecht, al het overige best. Ik ben weer aan 't werk, (proza, vooral), langzaam als steeds, maar niet slecht, tot nu toe. En jij? Begraven in allerlei bijwerk? Aan jou en aan Donker172 zou je zeggen dat een dichter pas in de laatste plaats professor moet worden. -

h. gr. v.h.t.h.
M.

171Van Eyck had Marsman een prospectus gestuurd van de Bibliotheek der Nederlandse Letteren, in wier redactieraad Van Eyck mede de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde vertegenwoordigde. Op het plan der voorgenomen reeks van 100 delen, dat Marsman met deze brief mee terug stuurde, had hij een kruisje gezet bij de volgende zeven titels: Hadewych; Geuzen- en martelaarsliederen; Pamfletten uit de 16de en 17de eeuw; Bilderdijk; Busken Huet, Kritieken; Dichters 1880-1900; Van de Woestijne. Bij Van Deyssel staat: (dit misschien ook). Van Eyck heeft in deze bibliotheek drie delen verzorgd: Aarnout Drost, Hermingard van de Eikenterpen ; Herman Gorter, Mei en P.A.S. van Limburg Brouwer, Akbar . Het werk van Drost verscheen, met een inleiding van Van Eyck, omstreeks de tijd van deze brief.
172Prof. Dr. N.A. Donkersloot (ps. Anthonie Donker), sinds 1936 hoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Gem. Universiteit van Amsterdam.
prepostterug  begin  verder