10Oorspronkelijk stond
hier: Leiden. Een andere hand dan die van P.N. van Eyck heeft deze naam
met potlood doorgestreept en er 's-Gravenhage boven geschreven.
Gebeurtenissen van ernstige aard hadden in de zomer van 1904 de familie
zo ernstig getroffen, ook in financieel opzicht, dat een verhuizing uit
de voorname woning in Leiden naar een bovenhuis in Den Haag noodzakelijk
was. Werkte deze verandering deklasserend in op de beleving van de
adspirerende dichter, de morele schok die faillissement en beschuldiging
van verduistering teweeg brachten, trof hem diep. Hij poogde een streep
achter dat verleden te trekken, het liefst had hij het afgesneden.
Wanneer hij war later tot publiceren komt, in De Kroniek en De
Amsterdammer van 1907, tekent hij met de naam die hem tot zijn dood zou
vergezellen: P.N. van Eyck. Bij Kon. Besluit van 8 augustus 1957, Nr.
71, werd de aldus gespelde naam gewettigd voor zijn directe
nakomelingen.