terug  begin  verderprepost
[p. 26]

4.
Brief
.

U.B.A. Verwey X.52

[ongedateerd]12

Weled.geb.Heer,

Hierbij heb ik de eer U een gedicht13 aan te bieden ter opname in de Beweging. Wetend, hoe klein de kansen zijn tusschen waarschijnlijk zooveel inzendingen, opgemerkt te worden, en ook, hoe moeilijk het voor een onbekende is, de bepaalde aandacht van den Redacteur op zijn werk te vestigen, is het niet dan met schroom, dat ik dit vers, waarvan ik zelf inderdaad wel eenige verwachtingen koester, U toezend. Ik kan U niets zeggen om mij bij U m te leiden: alleen dit vers kan dit misschien.

Ik schreef een artikel in de Kroniek14, er zal er een komen in De Amsterdammer over Moréas' Stances15, de XXsteEeuw nam een klein gedichtje ter opname aan. In den Spectactor stond j.l. een gedicht over Vincent's teekening Sorrow: dat is alles.16 Dingen, die voor dit vers niets zeggen en alleen het streven bij U kunnen doen opmerken iets meer te zijn dan de overtalrijke verzenschrijvende, Redacteurenlastigvallende jongelieden. Wilt u van mij aannemen, dat ik met het bovenstaande ook niets anders, - en geen pedanterie en opsomming van verdiensten, bedoel?

En dan, aangenomen of niet, zou ik van U de vriendelijkheid mogen vragen, mij met een paar woorden Uw oordeel aan te duiden? Het is zoo zeldzaam, wanneer men, - al is dit dan ook niet noodig om verder te gaan, - een woord van aanmoediging hoort, en,

[p. 27]

vooral wanneer dit dan komt uit de mond van een ervaren dichter en letterkundige, is het toch niet onnut voor dengene tegen wie het gericht is. Ik zie Uw oordeel, - in dankbaarheid bij voorbaat, - met groot verlangen tegemoet.

De copie behoeft U mij niet terug te zenden: voor het antwoord zal ik de postzegel insluiten.

Met de meeste Hoogachting,
Uw dw.
P.N. van Eyck

Kepplerstraat 174
Den Haag

 

(19 Juni beantwoord. gevoelig en goed volgehouden. Aanvaard. Bezoek in Augustus)

[potloodaantekening handschrift van Verwey]

12Aan tenemen is, dat Van Eyck tegelijk met of direct na de brief van Aeg. W. Timmerman opnieuw een poging deed om gedichten in De Beweging geplaatst te krijgen. Dat ongedateerde epistel is na de 13e juni-Timmermans brief, zie 3a-en vòòr de 19e juni - Verweys antwoord; zie nr. 5 - geschreven. Deze brief ondertekende hij voor het eerst met de naam die hij zou behouden en aan zijn familie nalaten.
13I lock my door upon myself verscheen in De Beweging van september 1907, pp. 299-303. Verweys oordeel en beslissingin nr. 5. De Getooide Doolhof van 1911 opent hiermee, pp. 8-12; in de uitgave van 1909 is het niet opgenomen. V.W., 1, Amst. 1958; pp. 11-14. Fernand Khnopff (1858-1921) was een Belgische kunstenaar, in zijn land de belangrijkste aanhanger van het Symbolisme, die door zijn werk destijds voor- en tegenstanders sterk tegenover elkaar stelde. Hij voelde zich verwant aan dichters als Emile Verhaeren en Joséphin Péladan, wier werk hij illustreerde.
14De Kroniek, 11 mei 1907, XIII Nr. 646: Een protest. V.W., 3, Amsterdam 1959; pp. 11-16. Het artikel richtte zich tegen een kritiek van Aeg. W. Timmerman op een tentoonstelling van schilderijen van Jan Toorop in hetzelfde weekblad van 4 mei 1907. Van Eyck had de tentoonstelling bij Krüger in Den Haag ook gerecenseerd in De Vrije Tribune van 13 april 1907.
15Les Stances’ van Jean Moréas, in De Amsterdammer, Weekblad voor Nederland, 14 juli 1907, p. 3.
Jean Moréas was een Franse dichter van Griekse geboorte; hij heette eigenlijk: Joannis Papadiamantopoulos (1856-1910). Les Stances van 1905 was een voorbeeld van klassicistische poëzie waartoe Moréas bij manifest in 1890 had opgeroepen. Daarmee distancieerde hij zich van de beruchte aankondiging in Le Figaro van 18.IX.1886 waarin hij voor 't eerst het woord Symbolisme gebruikte.
16Sorrow staat in De Nederlandsche Spectator, Weekblad voor letteren, kunst en wetenschap onder redactie van Mr. H. Louis Israëls, 48ste jaargang, Nr. 20, p. 177; 18 mei 1907.
Het Lied uit Kalupsoo, werd geplaatst in hetzelfde blad, 48ste jaargang, Nr. 34, p. 287; 24 augustus 1907.
prepostterug  begin  verder