terug  begin  verderprepost
[p. 29]

6.
Brief
.

U.B.A. Verwey X.52

[ongedateerd]18

Den Weled.geb.Heer Albert Verwey,
Noordwijk aan Zee.

Zeer geachte Hear,

Hoewel ik vrees U noodeloos op te houden, wilde ik toch even mijn hartelijken dank betuigen voor Uw vriendelijken brief en het meer dan aangenaam bericht dat die bevatte. Zeer gaarne zal ik in den loop van de zomer trachten U een bezoek te brengen, en U dat, daar ik bang zou zijn U ongelegen te komen, dan vooraf melden.

U moet evenwel niets verwachten van mijn 6 maanden geleden geschreven stukje over de Stances. Het is niet zoozeer een beoordeeling, als wel een, - natuurlijk onvolledige - uitzegging van wat ik er in gevonden heb; zonder een dieper ingaan op eenheidskwesties, enz. waarvoor ik gevoegelijk naar een artikel in ‘Vers et Prose’ verwijzen kon.19 Ik heb Moréas beschouwd zooals ik eenvoudig ieder dichter beginnen zou te beschouwen: niet met de gedachte: dit is nu werk van den eersten strijdschriftschrijver in de bij zoovelen beruchte, voor fumisterie en charlatanerie uitgescholden Symbolistenbeweging, maar zuiver als een maker van mooie verzen.20 Naast dat, mij zelve door het schrijven wat genoegen te bezorgen, - is het doel van mijn stukje, den naam Moréas in een gelezen blad nog eens een paar maal te noemen. Want Baudelaire,

[p. 30]



illustratie
Op 22 juni 1907 bracht P.N. van Eyck dit gedicht aan in zijn exemplaar van Les Fleurs du Mal.

[p. 31]



illustratie
Het door P.N. van Eyck in de bundel Les Fleurs du Mal aangebrachte gedicht werd, onder de titel ‘Charles Baudelaire’, door hem opgenomen in De getooide doolhof, Zeist, 1909, p. 16.

[p. 32]



illustratie
Het in Les Fleurs du Mal op p. 155 afgedrukte gedicht ‘Harmonie du soir’ werd door P.N. van Eyck omkaderd of omrankt met Jugendstil danwel Art Nouveau-arabesken.

[p. 33]

Verlaine, Verhaeren mogen dan veel gelezen worden naast al het proza, - ik geloof toch niet dat velen bekend zijn, - en goed - met Mor., Samain of de Régnier.21

Of wàt er aan denkbeelden - heel weinig - in mijn stukje te vinden is, U, die krachtens vertalingen en kritieken, zóózeer bevoegd is, daarover te oordeelen, juist voorkomt, dat is iets, wat mij, zoo ik het hoorde, zeer aangenaam zou zijn.

Na bel. groeten en met de meeste Hoogachting
Uw dw.
P.N.van Eyck

18Te verwachten dankbare reactie. Waarschijnlijk onder indruk van Verweys gunstige oordeel, direct na ontvangst geschreven: 20.VI.'07.
19Emile Godefroy, Critique de la perfection, in Vers et Prose, Tome VI (Juin, Juillet, Août 1906); pp. 109-128. Les Stances vormen naar Godefroy's inzicht één geheel, gaande van ‘misère’ over ‘fortitude’ naar ‘sérénité’. Hij acht Moréas ‘un poète classique’, ontsnapt aan de romantiek, al toont zijn zoeken naar de volmaaktheid een romantische trek. Zie in dit verband ook John Davis Butler, Jean Moréas, The Hague, Paris, 1967.
20‘Pure fumisterie’. In 1891 publiceerde Jules Huret in Parijs een Enquête sur l'Évolution littéraire. De onderzoeker had met een aantal auteurs gesprekken gevoerd over de litteraire verschijnselen van het einde der 19de eeuw en over de ver- en geschillen die daarbij de aandacht trokken. Hij wilde uit de mond van de schrijvers horen hoe deze de stromingen definieerden. Aanvankelijk verschenen de vraaggesprekken in L'Echo de Paris van 3 maart tot 5 juli 1891. Om 't geheel wat overzichtelijk te maken groepeerde Huret de ondervraagden in acht afdelingen: psychologen, magiërs, symbolisten en décadenten, naturalisten, neo-realisten, ‘parnassiens’, onafhankelijken en theoretici. Gabriel Vicaire behoorde bij de voorlaatste groep. Op p. 376 van Hurets boek belijdt hij zijn vriendschap met symbolisten, maar bekent tegelijkertijd dat hun proclamaties ‘de pures fumisteries de collégiens’ zijn. Van Eyck heeft die uitdrukking meer veralgemeend dan Hurets (of Vicaires) formulering toelaat. Jules Lemaître, tot de psychologen gerekend, wijst alle symbolisten af of beter: ‘Les symbolistes... ça n'existe pas... ils ne savent pas eux-mêmes ce qu'ils sont et ce qu'ils veulent... (p. 12). Eén bladzijde verder zegt hij: ‘... ce sont des fumistes...’.
21Albert Samain (1859-1900) was een van de symbolistische dichters. Het bekende maandblad Mercure de France werd mede door hem gesticht. Een belangrijk deel van zijn werk is geïnspireerd door het klassieke Hellas.
Henry de Régnier (1864-1936) schreef aanvankelijk Symbolistische gedichten, maar ontwikkelde zich geleidelijk in de richting van het neo-classicisme. Van zijn hand verschenen romans die overwegend in een meer of minder verwijderde voorbije tijd spelen. Zijn werk onderscheidde zich door aristocratische verfijning en een van melancholie doortrokken genegenheid voor het verleden.
Voor Moréas, zie noot 15.
prepostterug  begin  verder