U.B.A. Verwey X.52
Weled.geb. Heer A. Verwey,
Noordwijk aan Zee.
Zeer geachte Heer,
Reeds had ik een brief klaar om U dien te zamen met de Kroniek van heden, waarin ik een stuk van mij over Verhaeren's nieuwe bundel meende opgenomem, toetezenden.22 Ik wilde U dat artikel zenden, omdat ik niet weet of U de Kroniek bij abonnement en dus geregeld leest, en ik, van meening dat het van veel meer waarde is dan dat over Moréas Stances, Uw aandacht er gaarne op vestigen wilde. Ik zend U den brief nu toch met het plan U de volgende week het nummer v.d.Kroniek te doen toekomen, daar ik het heden niet geplaatst zag. Wat de verdere inhoud van de enveloppe betreft: Mag ik trachten mijn debuut in de Beweging te vergrooten door U
een dramatische dialoog toe te zenden?23 Hij is ongeveer gelijk met I lock my door geëindigd.24
Nauwkeurig heb ik hem nagezien, daar ik niet gaarne bewerken zou dat de gunstige indruk die misschien één deel van mijn werk U gegeven heeft, door een ander deel weder werd weggenomen.
Ik hoop dat U mij de vrijheid het U te zenden, niet ten kwade zult duiden.
Met de meeste Hoogacht. en bel.gr.
Uw dw. P.N.van Eyck
Kepplerstraat 174
Den Haag
13 Juli '07