terug  begin  verderprepost

7.
Brief
.

U.B.A. Verwey X.52

Weled.geb. Heer A. Verwey,
Noordwijk aan Zee
.

 

Zeer geachte Heer,

Reeds had ik een brief klaar om U dien te zamen met de Kroniek van heden, waarin ik een stuk van mij over Verhaeren's nieuwe bundel meende opgenomem, toetezenden.22 Ik wilde U dat artikel zenden, omdat ik niet weet of U de Kroniek bij abonnement en dus geregeld leest, en ik, van meening dat het van veel meer waarde is dan dat over Moréas Stances, Uw aandacht er gaarne op vestigen wilde. Ik zend U den brief nu toch met het plan U de volgende week het nummer v.d.Kroniek te doen toekomen, daar ik het heden niet geplaatst zag. Wat de verdere inhoud van de enveloppe betreft: Mag ik trachten mijn debuut in de Beweging te vergrooten door U

[p. 34]

een dramatische dialoog toe te zenden?23 Hij is ongeveer gelijk met I lock my door geëindigd.24

Nauwkeurig heb ik hem nagezien, daar ik niet gaarne bewerken zou dat de gunstige indruk die misschien één deel van mijn werk U gegeven heeft, door een ander deel weder werd weggenomen.

Ik hoop dat U mij de vrijheid het U te zenden, niet ten kwade zult duiden.

Met de meeste Hoogacht. en bel.gr.
Uw dw. P.N.van Eyck

Kepplerstraat 174
Den Haag
13 Juli '07

22Emile Verhaeren (1855-1916), Belgisch, Frans sprekende en schrijvende dichter. Medewerker van La Jeune Belgique sinds 1881. Aanvankelijk volgeling der ‘parnassiens’ schrijft hij omstreeks 1890 Symbolistische poëzie in het genre der ‘vers libres’. Maar ook dit bevredigt hem niet en hij keert zich naar een humanitair expressionisme. La guirlande des dunes is een van de schakels uit een cyclus: Toute la Flandre (1904-1911). Van Eyck schreef erover in De Kroniek van 20 en 27 juli 1907.
23Op 28 oktober 1904 had Van Eyck een prozagedicht geschreven onder de titel Pan. De herdersgod klaagde daarin zijn verdriet zo indringend, dat de hem omringende natuur door treurigheid bevangen werd. Aldus groeide hij tot ‘een beeld van groote smart’ door een tekort aan liefde. Enkele jaren later neemt de dichter dit motief weer op: tussen 1 februari en 1 juni 1907 schreef hij een ‘dramatische dialoog’ waarin Pan en Silenus met elkaar spreken. Blijkens nr. 8 was deze dialoog naar Noordwijk verstuurd, maar zij is niet teruggevonden. (Wel kan men haar vinden in Boek V, pp. 258-260). Tenslotte ontstaat tussen 3 en 8 mei 1908 een gedicht waarin alleen Pan aanwezig is en spreekt. Het werd gepubliceerd in De Beweging IV (1908), 4; pp. 197-202. Zie ook De Getooide Doolhof, 1909, pp. 77-82; id. 1911, pp. 57-60; V.W., I, pp. 44-48.
24Dat was dan omstreekt 19 mei 1907.
prepostterug  begin  verder