terug  begin  verderprepost

8.
Brief
.

U.B.A. Verwey X.52

De Weled.geb.Heer Albert Verwey,
Noordwijk aan Zee.

(ongedateerd)25

Zeergeachte Heer,

Daar de termijn Juni en Juli, die U mij in Uw schrijven stelde, verstreken is, en ik zelve, na een afwezigheid, weer in den Haag terug ben, kom ik U even vragen, wanneer U mij nu eens ontvangen kunt. Er is met één dag, die niet tot mijn beschikking is, U zoudt dus kunnen kiezen welke U het beste voorkomt. Ik zou dan gaarne 's middags bij U verschijnen, met het oog op de reis van den Haag naar Noordwijk.

De nummers van De Kroniek heb ik U maar toegezonden26. Het spijt mij eigenlijk een beetje. Nu ik 't na een tijdje weer eens herlees, valt het artikel me niet mee. Zoudt U, bij eventueel antwoord, mij even willen melden of U mijn vorig schrijven,

[p. 35]

inhoudend ‘Pan en Silenus’ ontvangen hebt.27 De eigenaardige manier waarop die brief op de post gekomen is, - hetgeen ik nog slechts onderstel, - kunnen [sic!] dit beleefd verzoek misschien billijken.

Met de meeste hoogachting en beleefde groeten
Uw dw. P.N.van Eyck

Kepplerstr. 174

25De maanden juni en juli 1907 waren voorbij. Op 19 juni 1907 had Verwey een ontmoeting voorgesteld nà die maanden - zie nr. 5. In nr. 9 verschoof hij dat moment naar september 1907, wanneer De Beweging van die maand verschenen zou zijn mèt Van Eycks ‘I lock my door...’. Maar deze verplaatsing stood op de prentbriefkaart die Verwey 13 augustus 1907 naar Den Haag stuurde. Deze brief moet uit het vroege begin van augustus zijn: kort na 31 juli, zeker een dag of acht voor 13 augustus: Verwey reageerde er immers op van zijn vacantieverblijf uit.
26De Kroniek van 4 en 11 mei 1907.
27Zie nr. 7; noot 23.
prepostterug  begin  verder