terug  begin  verderprepost
[p. 44]

15.
Brief
.

U.B.A. Verwey X.52

Den Weled.geb. Heer, den Heer Albert Verwey

Noordwijk a/Zee
[Ongedateerd]41

Zeergeachte Heer,

Hierbij zend ik U een In Memoriam voor van Lerberghe42. Ik hoorde zijn dood een paar dagen geleden, en schreef dit gedicht. Wanneer het U als vers goed, en het opnemen van een herinnering aan een buitenlandsch dichter U gevoegelijk lijkt, zou het dan misschien spoedig geplaatst kunnen? Ook in Nederland mag toch wel een stem gehoord worden, wanneer een aanzienlijk, vreemd dichter sterft, en de poëzie heeft toch niet haar grenzen aan de grens van ieder land. Ook weet ik, naar wat U mij zeide, dat U van Lerberghe bewondert. Van harte hoop ik dus, dat het gedicht goed is.

Na bel. gr. en m.de meeste Hoogachting,
Uw dw.
P.N. van Eyck

Kepplerstr. 174
Den Haag.
Zaterdag.

41Van Eyck schreef het gedicht op 7 november 1907. Dat was een dinsdag. De brief dateert: zaterdag. Dat was waarschijnlijk 11 november 1907.
42De Beweging III (1907), 4; pp. 324-325. Zie voorts: De Getooide Doolhof, 1911; p. 37; V.W., 1; p. 31. Charles van Lerberghe (1862-1907), Belgische Franstalige dichter van Symbolistische poëzie. Van hem verschenen twee bundels: Entrevision (1898) en La Chanson d'Ève (1904). Verder twee spelen: Les Flaireurs (1889) en Pan (1906). Geestesziek overleed hij op 26 oktober 1907. In De Gids van 1911 publiceerde Van Eyck een essay over deze dichter. De tekst werd herdrukt in V.W. 3; Amsterdam 1959, pp. 157-158.
prepostterug  begin  verder