[Datum ontbreekt]70
Weled.geb.Heer, den Heer Alb. Verwey
Noordwijk aan Zee
Hooggeachte Heer,
Daar ik de gelegenheid aangrijp, door Uw schrijven geboden, om nog enkele andere dingen dan de gevraagde, ter sprake te brengen, vraag ik U vergunning even per brief te mogen antwoorden. Voor de twee bedoelde gedichten zelf kan het niet anders dan voordeelig wezen, te zamen, à part van de anderen, opgenomen te worden.71 Het spijt mij alleen eeniger mate voor de twee anderen, die met hun beitjes [sic], misschien een beetje mager zullen schijnen.72 Jammer dat waarschijnlijk het zetsel niet zóó lang kan blijven, dat, voor een eventueele volgende opname van mijn werk, andere eraan toegevoegd konden worden. Dit is zeker onmogelijk?
Wat de titel betreft, gaarne kom ik los van dat prikkellooze opschrift. In mijn gedachten heeten ze te zamen (met anderen) ‘Gestalten’ wat ze inderdaad zijn, ver-beeld-e veralgemeende levensstaten van een particulier, een bijzonderheid.73 Bevalt U dat? Ik zelf kan op 't oogenblik, zooals 't altijd gaat, alleen gemeenplaatsen of onvoldoendheden vinden. En een praedicaat bij Gedichten, valt bij mij altijd te didactisch uit op 't oogenblik. Ik denk ook met schrik aan ‘Fijne’, ‘Nerveuze’ vertellingen. Mocht ik, al schrijvende, nog wat vinden, dan zal ik 't in een post scriptum even bijvoegen.-
In Nov. waarschijnlijk verschijnt van mij in de Gids een uitgebreide studie over Samain, 2½ vel druks.74 Ofschoon U natuurlijk De Gids ontvangt, zal ik U toch een overdruk zenden, - ik zou zéér veel prijs stellen op Uw oordeel daaromtrent, en verzoek U dus beleefd, of U, wanneer het U niet ontijdig is, een woord zoudt willen schrijven. Vindt U het op die wijze invoeren der moderne kunstenaars uit Fr. nuttig?
In De Beweging heb ik nog nooit proza geschreven. En ik heb een 8 of 9 pag. groot opstelletje over ‘Janus met het Dubbele Voorhoofd’. Zoudt U principieel bezwaar hebben het op te nemen?75 Ook dat zou ik wel gaarne vernemen: het is jammer dat er geen goede weekbladen meer zijn.
Tenslotte: Ik heb een uitvoerig gedicht in 4 zangen voltooid, eenigen tijd geleden; het heet Medousa en heeft 2350 regels. Ik meen dat er fragmenten in voorkomen, die het beste zijn, dat ik schreef, - maar kan mij vergissen. Het behandelt de geschiedenis van M. zoo, dat deze genomen voor de Menschelijke Schoonheid, die, boven de natuur uit, tot de Goddelijke Schoonheid niet reikt, in zelfvernietiging ten ondergaat, - waarna haar ziel, in die lange boete gezuiverd, in een andere gestalte, opvliegt naar den hemel. (Pegasos aldus een Medousa zelf.) en daar als sterrebeeld, eeuwig flonkert en praalt.76
Maar: het is, natuurlijk en wéér, geschreven in den jambischen 5-voet, - en het is weder een mythologisch verhaal, hoewel anders, (n.l. verhalend) dan Orpheus behandeld.
Daarom durf ik, - na verloop van tijd, - U eigenlijk niets ervan te sturen, uit vrees dat U weer eenvormigheid zoudt zien in mijn werk. Is dit bezwaar gegrond? Ik ben wel lastig, maar zoudt U mij niet nog eens een enkel woord willen schrijven? Bij voorbaat dankend, na bel. gr. Met de meeste Hoogacht.
Uw dw.
P.N. van Eyck