Aan den Weled.geb. Heer, den Heer Alb. Verwey
Red. van de Beweging
Noordwijk a/Zee
[met potlood (in Van Eycks schrift)
geschreven: eind 1908]
Hooggeachte Heer,
Hierbij heb ik de eer U een drietal gedichtjes ter opname aan te bieden van de hand van een jong dichter, Jan Greshoff.81 Niet omdat ik meen, dat mijn begeleidend
schrijven eenigen invloed zou kùnnen uitoefenen, ging ik op zijn verzoek ze te willen zenden, in, maar omdat, zooals hij zeide, op deze wijze een schijn van geringe bekendheid ontstaan zou, die altijd gunstiger moest zijn dan een geheele kille onbekendheid. Op mijn aanraden heeft hij slechts zéér weinig genomen, en, op mijn eigen gezag, zend ik er nog 2 minder, dan was afgesproken. Ik zal natuurlijk U niet vermoeien met de mededeeling van míjne meening, ofschoon het mij wellicht vergund is, te zeggen, dat er sommige delicate eigenschappen voor mij inliggen, die ze mij aangenaam maken. Hetgeen nòg een gevolg zou kunnen wezen van mijn sympathie met de persoon, die in de meeste opzichten een lijnrecht tegenovergestelde is aan de mijne. Zoudt U zoo vriendelijk willen zijn, het antwoord aan mijn adres te zenden?
Is er voor mij zelf kans op spoedige plaatsing mijner gedichten? Zooals U gezien hebt, misschien, nam ook de Nieuwe Gids een (oud) gedicht van mij op.82 Een oogenblik dacht ik, dat dit U minder aangenaam kon zijn: maar het feit, dat U van mijne financiëele zwakheid eeniger mate op de hoogte is, deed mij toch tot de zending, waartoe Dr.Koster mij bovendien nog al drong, besluiten.83
Ik schreef U eenige maanden geleden over een uitgave. Voor den raad, toen door U gegeven, wil ik nog mijn dank betuigen. Het nieuwste plan is, niet een bundel gedichten, maar één gedicht uittegeven. Het zou een boekje van ± 80-90 paginae worden ('t gedicht telt ± 2350 regels) maar ik zie op tegen 't zoeken van een uitgever.84
Wanneer het mogelijk was, na niet àl te langen tijd, - als iedere jonge dichter is Greshoff zeer verlangend Uw beslissing te hooren, - zou ik dus gaarne iets van U hooren. Het vorig antwoord, 1½ dag na de zending, was waarlijk van een vriendelijke, zeer verrassende snelheid.85 Na beleefde gr.
Met de meeste Hoogacht.
Uw dw.
P.N. van Eyck
Colombusstraat 223.

Edward B. Koster. Foto: A.J.M. Steinmetz, Den
Haag.

Titelblad van De Nieuwe Gids, september
1908.

Aanhef van ‘Odusseus en Kalupsoo’, door P.N. van
Eyck, in De Nieuwe Gids, september 1908, p. 923.

‘In pratis acerbis’ en ‘Naar den avond...’, door
P.N. van Eyck bijgedragen aan De XXe Eeuw, september 1908, p.
320 en 321.


Omslag van De XXe Eeuw, september
1908.

Omslag van Europa, september 1908.

‘Ac etiam’, door P.N. van Eyck, in Europa,
september 1908, p. 193.

Titelblad van de drie-en-zeventigste jaargang van
De Gids.

Aanhef van ‘Het kind in den boomgaard’, door P.N.
van Eyck, in De Gids, september 1909, p. 134.